Een bouwproject gaat zelden van A tot Z zonder onverwachte tegenslag. Storm raast over een half opgetrokken muur, een graafmachine haalt per ongeluk een al gestorte fundering omhoog, of een brand vernietigt stapels bouwmaterialen die wekenlang lagen te wachten op verwerking. De Construction All Risk-verzekering — kort CAR-polis — is speciaal ontworpen om dit soort schade op te vangen. Het bijzondere: één polis dekt niet alleen de hoofdaannemer, maar ook opdrachtgevers, architecten en onderaannemers, zolang ze bij het betreffende bouwwerk betrokken zijn.
In 2026 blijft de CAR-markt in Nederland ruim voldoende van capaciteit voorzien, zo blijkt uit een analyse van verzekeringsmakelaar Ecclesia. Dat betekent dat de premies voor de meeste projecten acceptabel en voorspelbaar zijn — goed nieuws voor aannemers en projectontwikkelaars die hun risico’s overzichtelijk willen houden. Tegelijk worden verzekeraars selectiever bij innovatieve bouwmethoden en duurzame technieken, en neemt de vraag naar maatwerk toe. Hieronder lees je precies wat een CAR-polis dekt, wat het kost en hoe je samenloop met andere verzekeringen regelt.
Wat dekt de CAR-polis precies?
De CAR-verzekering is een all-risk-polis voor het werk in uitvoering. Dat betekent dat alle plotselinge en onvoorziene materiële schade gedekt is, tenzij de polis een risico uitdrukkelijk uitsluit. Dat werkt anders dan een named-perils-polis, waarbij alleen vermelde gevaren zijn gedekt. In de praktijk omvat de dekking minimaal de volgende situaties:
- Schade aan het werk in uitvoering — denk aan stormschade aan een dak in aanbouw, waterindringing in een open casco of instorting door ontwerpfouten.
- Schade aan bouwmaterialen op het terrein — inclusief prefab-onderdelen, staalconstructies en installatiecomponenten die al zijn aangevoerd maar nog niet verwerkt.
- Glasbreuk — nieuw glas dat tijdens de bouw breekt valt standaard onder de meeste CAR-polissen, zolang het deel uitmaakt van het bouwwerk.
- Schade aan bestaand werk — als verbouwings- of renovatiewerkzaamheden schade toebrengen aan een al bestaand gedeelte van het gebouw, is dat doorgaans meeverzekerd als aanvullende sectie.
- Aansprakelijkheid (CAR-AVB) — letsel of zaakschade aan derden die verband houdt met de bouwactiviteiten, inclusief de onderhoudsperiode na oplevering.
Uitsluitingen zijn er ook. Normale slijtage, cosmetische gebreken die geen invloed hebben op de constructieve waarde, en schade die direct voortvloeit uit een fout in het ontwerp zelf (de zogeheten ‘eigen gebrek’-clausule) vallen buiten de standaarddekking. Sommige verzekeraars bieden een aanvullende DEI-dekking (Design, Engineering & Inspection) waarmee ook ontwerpfouten worden meeverzekerd — met name relevant voor design-and-build-projecten.
Wie zijn er verzekerd op de CAR-polis?
Een van de grote voordelen van de CAR-polis ten opzichte van afzonderlijke bedrijfsverzekeringen is de mede-verzekerde-constructie. Op één polis kunnen meerdere partijen worden meegenomen:
- De opdrachtgever (bouwheer)
- De hoofdaannemer
- Onderaannemers (schilders, installateurs, stukadoors, grondwerkers)
- Adviseurs en architecten
- Leveranciers van bouwmaterialen, voor zover zij aansprakelijk worden gesteld
Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk zit er een addertje onder het gras voor onderaannemers. Veel grote aannemers hanteren op hun eigen CAR-polis een eigen risico van €5.000 tot €25.000 per schadegebeurtenis. Als een onderaannemer schade veroorzaakt, kan dat eigen risico op hem worden verhaald. Een onderaannemer doet er daarom verstandig aan óf een eigen CAR-polis per project af te sluiten, óf te controleren of zijn aansprakelijkheidsverzekering voor deze situatie aansluitend dekt. Meer informatie hierover vind je op de pagina Zakelijke Aansprakelijkheid.
CAR-premies in 2026: percentages en indicaties
De premie van een CAR-polis wordt niet als een vast maandbedrag berekend, maar als een percentage van de aanneemsom — het totale bedrag dat met de bouw is gemoeid. In de Nederlandse markt liggen de gangbare tarieven in 2026 op:
| Projecttype | Premie als % van aanneemsom | Typisch eigen risico |
|---|---|---|
| Standaard woningbouw | 0,15% – 0,25% | €250 – €1.000 |
| Renovatie / verbouwing | 0,20% – 0,35% | €500 – €2.500 |
| Utiliteitsbouw / bedrijfspanden | 0,25% – 0,40% | €1.000 – €5.000 |
| Complexe of innovatieve bouw | 0,30% – 0,50% | €2.500 – €10.000+ |
Ter illustratie: voor een nieuwbouwproject met een aanneemsom van €800.000 betaal je bij een tarief van 0,20% een totale CAR-premie van €1.600 voor de volledige bouwtijd. Dat is een eenmalige premie voor de duur van het project — geen jaarlijkse verlenging. Verzekeraars als Nationale-Nederlanden, Allianz, Interpolis en De Goudse bieden elk eigen tariefschema’s; het loont om meerdere offertes naast elkaar te leggen via een onafhankelijk tussenpersoon.
Let op: bij innovatieve bouwmethoden — prefab-houtbouw, CLT-constructies, modulaire bouw met bijzondere brandklasse — vragen verzekeraars in 2026 vaker om aanvullende technische documentatie vóór acceptatie. De markt biedt nog voldoende capaciteit, maar de acceptatie-eisen zijn strenger geworden vergeleken met twee jaar geleden.
Looptijd: projectpolis, doorlopende polis of declaratiepolis
Een CAR-polis is geen doorlopende bedrijfsverzekering die elk jaar stilzwijgend wordt verlengd. Je kiest voor één van drie vormen, afhankelijk van hoe je werkt:
Projectpolis — sluit je per bouwproject af, met een vaste start- en einddatum. De polis loopt automatisch af bij oplevering of na het verstrijken van de onderhoudstermijn. Geschikt voor incidentele projecten of opdrachtgevers die één bouwwerk laten realiseren.
Doorlopende polis (jaarpolis) — aantrekkelijk voor aannemers die continu meerdere projecten hebben lopen. Je betaalt een jaarpremie op basis van de verwachte omzet en geeft aan het einde van het jaar de werkelijke omzet door. Voordeel: minder administratie. Nadeel: je betaalt ook premie voor periodes dat er geen werk is.
Declaratiepolis — hybride vorm waarbij je per project declareert bij de verzekeraar. Je hebt de flexibiliteit van een doorlopende polis, maar betaalt alleen premie voor de daadwerkelijk lopende bouwwerken. Populair bij middelgrote aannemers met wisselende orderportefeuille.
De onderhoudstermijn — de periode na oplevering waarbij de aannemer nog verantwoordelijk is voor gebreken — is standaard 12 maanden, maar kan contractueel worden verlengd tot 24 of 36 maanden. Het is van belang dat de CAR-polis deze termijn meeverzekert; anders sta je voor schadegevallen in die periode zonder dekking.
Samenloop met aansprakelijkheid: hoe het zit
De CAR-polis heeft doorgaans twee afdelingen: een materiële sectie (schade aan het bouwwerk zelf) en een aansprakelijkheidssectie (schade die jij als aannemer toebrengt aan derden). Die aansprakelijkheidssectie binnen de CAR is uitdrukkelijk bedoeld als aanvulling op — niet als vervanging van — een standaard Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB).
Bij samenloop geldt in Nederland de vuistregel dat de AVB van de partij die de schade veroorzaakte als primaire polis optreedt. De CAR-aansprakelijkheidsdekking treedt in aanvulling aan als het verzekerde bedrag op de AVB ontoereikend is, of als de schade specifiek samenhangt met het werk in uitvoering. Dit kan voor verwarring zorgen bij schadeafhandeling; zorg daarom altijd dat beide polissen bij dezelfde verzekeraar of in ieder geval bij dezelfde tussenpersoon zijn ondergebracht. Meer achtergrond over aansprakelijkheidsverzekeringen voor bedrijven vind je op onze pagina Bedrijfsverzekeringen.
Schade aan eigendommen van de opdrachtgever die al aanwezig waren voordat de bouw begon — bijvoorbeeld een bestaand gebouw dat deels gesloopt wordt — valt onder de categorie ‘bestaand werk’. Dat is een aparte sectie op de CAR-polis en vereist dat je bij het afsluiten de waarde van dit bestaande eigendom opgeeft. Laat je dit achterwege, dan kan de verzekeraar bij schade terugvallen op onderverzekering.
Wat dekt de CAR-polis niet?
Net zo belangrijk als de dekking is weten wat er buiten valt. De meest voorkomende uitsluitingen in de Nederlandse CAR-markt zijn:
- Eigen gebrek — schade die uitsluitend het gevolg is van een fout in het materiaal of het ontwerp zelf, zonder dat externe oorzaak meespeelt, valt standaard buiten de dekking. Wil je dit meeverzekeren, vraag dan naar een DEI-clausule.
- Normale slijtage en onderhoud — de CAR dekt geen degradatie die hoort bij het normale gebruik of tijdverloop van materialen.
- Schade door opzet of grove nalatigheid — als schade aantoonbaar het gevolg is van bewuste roekeloosheid, kan de verzekeraar weigeren te betalen.
- Schade door oorlog, terrorisme of nucleaire risico’s — standaard uitgesloten, ook al bieden sommige verzekeraars terreurdekking als optionele module.
- Gevolgschade — gederfde winst of vertragingskosten door een gedekte schade zijn op een standaard CAR niet gedekt. Hiervoor bestaat de aparte ALOP-verzekering (Advanced Loss of Profits).
- Bouwmachines en rijdend materieel — kranen, graafmachines en heistellingen vallen buiten de CAR en vereisen een aparte machinebreuk- of wagenparkverzekering.
De AFM benadrukt dat je bij het vergelijken van verzekeringen altijd het volledige polisblad leest en niet alleen de productfolder. Dit geldt bij uitstek voor de CAR, waar de toepasselijkheid van uitsluitingen sterk afhangt van de precieze omschrijving in de polis.
CAR-polis afsluiten: praktische stappen
Wil je een CAR-verzekering afsluiten, dan doorloop je doorgaans de volgende stappen:
- Breng het project in kaart — aanneemsom, type bouwwerk, looptijd, betrokken partijen, ligging en bijzondere risico’s (fundering op palen, werk op water, renovatie van monumenten).
- Bepaal wie de polis afsluit — hoofdaannemer, opdrachtgever of een combinatie. Leg vast wie er allemaal als mede-verzekerde wordt opgenomen.
- Vraag offertes aan bij meerdere verzekeraars — vergelijk niet alleen de premie, maar ook het eigen risico, de uitsluitingen en de hoogte van het aansprakelijkheidslimiet. De Rijksoverheid publiceert via de omgevingswet ook richtlijnen over verzekeringsplichten bij grotere projecten.
- Geef de polis door aan alle betrokken partijen — zodat onderaannemers weten of ze al dan niet aanvullend verzekerd moeten zijn.
- Zorg voor een goede administratie van bouwfasen — bij schade vraagt de verzekeraar altijd naar de stand van het werk op het moment van de schade. Een bouwdagboek of stappenrapportage kan het verschil maken.
De CAR-polis is in de bouw geen luxe maar een noodzaak voor elk project met een aanneemsom boven de €50.000. Kleinere verbouwingen kunnen soms worden meeverzekerd op een woonhuisverzekering of opstalpolis, maar zodra er professionele aannemers bij betrokken zijn, is een aparte CAR de enige manier om alle betrokken partijen afdoende te beschermen. Een goede CAR-polis geeft zowel de opdrachtgever als de aannemer de zekerheid dat een onverwachte calamiteit het project niet financieel tot stilstand brengt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een CAR-polis en een aansprakelijkheidsverzekering?
Een CAR-polis dekt materiële schade aan het werk in uitvoering zelf — denk aan beschadigde bouwmaterialen of een ingestorte muur door storm. Een aansprakelijkheidsverzekering (AVB) dekt schade die jij als aannemer toebrengt aan eigendommen of personen van derden. Veel CAR-polissen hebben een ingebouwde aansprakelijkheidssectie, maar die treedt aanvullend op: je eigen AVB blijft altijd de primaire dekking bij letsel- of zaakschade aan derden.
Ben ik als onderaannemer automatisch meeverzekerd op de CAR van de hoofdaannemer?
Niet automatisch. In theorie word je als onderaannemer doorgaans als mede-verzekerde opgenomen, maar in de praktijk hanteren grote aannemers hoge eigen risico’s die op de onderaannemer worden verhaald bij schade. Check altijd de polisvoorwaarden van de hoofdaannemer én sluit voor de zekerheid een eigen projectpolis af als het eigen risico van de hoofdaannemer hoger is dan je financieel kunt dragen.
Hoe hoog is de premie van een CAR-verzekering in 2026?
In de Nederlandse markt rekenen verzekeraars in 2026 doorgaans 0,15% tot 0,50% van de aanneemsom, afhankelijk van het type bouwwerk en de complexiteit. Bij standaard woningbouw zit je eerder aan de onderkant van die bandbreedte; bij complexe renovaties of innovatieve bouwmethoden loopt het tarief op. De premie is een eenmalig bedrag voor de gehele looptijd van het project.
Hoe lang loopt een CAR-polis?
Een CAR-polis loopt voor de duur van het bouwproject, inclusief de onderhoudstermijn na oplevering. Die onderhoudstermijn is standaard 12 maanden, maar kan contractueel worden verlengd tot 24 of 36 maanden. De polis eindigt automatisch bij het verstrijken van de overeengekomen looptijd of bij oplevering van het werk, afhankelijk van wat eerder valt.
Dekt de CAR-polis ook schade aan bestaande gebouwen bij renovatie?
Ja, maar je moet dit expliciet opgeven bij het afsluiten. Schade aan bestaand eigendom — een gebouw dat deels gesloopt of verbouwd wordt — valt onder een aparte sectie van de CAR-polis. Je geeft bij afsluiten de waarde van het bestaande eigendom op. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat de verzekeraar bij schade een beroep doet op onderverzekering en slechts een deel van de schade vergoedt.
Geldt de CAR-verzekering ook voor werkzaamheden in het buitenland?
Standaard geldt de CAR-polis voor Nederland. De meeste verzekeraars bieden de mogelijkheid de dekking uit te breiden naar België, Duitsland of de gehele Benelux, maar dit gaat gepaard met een hoger eigen risico (doorgaans €2.500 per schade voor werk in België of Duitsland). Voor projecten buiten Europa of in landen met een verhoogd politiek risico is een aparte exportverzekering of internationale CAR-polis noodzakelijk.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










