AOV-premietabel ZZP 2026: kosten per beroep, leeftijd en verzekerd bedrag

Timo van Loon

Spaarvarkentje symboliseert AOV-premiekosten voor ZZP'ers — arbeidsongeschiktheidsverzekering 2026

Je leest dit artikel in 8 minuten

Je weet dat je als zelfstandige een arbeidsongeschiktheidsverzekering nodig hebt — maar wat kost dat eigenlijk? De meeste ZZP’ers gooien de handdoek nog voor ze de offerte opengemaakt hebben, omdat die premie ‘vast veel te hoog’ is. De realiteit is genuanceerder en, na belastingaftrek, vaak aangenamer dan verwacht. Maar om dat te zien heb je concrete cijfers nodig, niet vage bandbreedtes.

In dit overzicht vind je een uitgewerkte premietabel voor 2026: gesplitst naar beroepsklasse 1 tot en met 4, leeftijden 25, 35, 45 en 55 jaar, en drie verzekerde dagsalarisniveaus (€100, €150 en €200 per dag). De bedragen zijn indicatief en zijn samengesteld op basis van marktgegevens van Movir, Klaverblad en De Goudse — drie partijen die samen een groot deel van de ZZP-AOV-markt bedienen. Exacte premies vereisen altijd een persoonlijke berekening, maar deze tabel geeft je een solide startpunt voor vergelijking.

Hoe beroepsklasse de premie bepaalt

Verzekeraars delen beroepen in klassen in op basis van het statistische uitvalrisico. Klasse 1 omvat kantoor- en kennisberoepen met de laagste arbeidsongeschiktheidskans — denk aan it-consultant, accountant, grafisch ontwerper of copywriter. Klasse 4 staat voor zwaar fysiek werk: dakdekker, stukadoor, metselaar of sloopwerker. Het premierverschil tussen klasse 1 en 4 is aanzienlijk: voor hetzelfde verzekerde bedrag betaalt een dakdekker ruwweg twee tot drie keer zoveel als een adviseur.

De indeling is niet altijd intuïtief. Een fysiotherapeut zit doorgaans in klasse 2 of 3, een fotograaf in klasse 1 of 2, een timmerman in klasse 3. Sommige beroepen worden door verzekeraars anders geclassificeerd dan je zou verwachten — raadpleeg altijd de beroepsomsschrijving van de specifieke verzekeraar. Bij Movir is de beroepsindeling doorslaggevend voor de acceptatiebeslissing én de premiehoogte; Klaverblad en De Goudse hanteren vergelijkbare systemen maar kunnen voor specifieke beroepen net anders uitpakken.

Voor de premietabel hieronder gaan we uit van vier beroepsklassen die marktstandaard zijn in 2026:

  • Klasse 1: adviseur, it-consultant, accountant, copywriter, trainer
  • Klasse 2: fysiotherapeut, fotograaf, grafisch ontwerper, kapster
  • Klasse 3: timmerman, loodgieter, installateur, schilder
  • Klasse 4: dakdekker, stukadoor, metselaar, grondwerker

Premietabel 2026: indicatieve maandpremie per leeftijd en dagsalaris

De tabel hieronder toont bruto indicatieve maandpremies voor een AOV met 90 dagen wachttijd en eindleeftijd 67 jaar. Als verzekerd bedrag zijn drie dagsalarissen gehanteerd: €100 per dag (circa €2.100 per maand bij 21 werkdagen), €150 per dag (circa €3.150 per maand) en €200 per dag (circa €4.200 per maand). De bedragen zijn samengesteld op basis van marktinformatie van begin 2026 van aanbieders waaronder Movir, Klaverblad en De Goudse.

Klasse 1 — kantoor- en kennisberoepen

Leeftijd Dagsalaris €100/dag Dagsalaris €150/dag Dagsalaris €200/dag
25 jaar €55 – €85 €80 – €120 €105 – €155
35 jaar €80 – €120 €115 – €170 €150 – €220
45 jaar €130 – €200 €190 – €290 €245 – €375
55 jaar €220 – €380 €320 – €560 €415 – €725

Klasse 2 — gemengde beroepen

Leeftijd Dagsalaris €100/dag Dagsalaris €150/dag Dagsalaris €200/dag
25 jaar €75 – €115 €110 – €165 €145 – €215
35 jaar €115 – €175 €165 – €250 €215 – €325
45 jaar €185 – €285 €265 – €405 €345 – €525
55 jaar €310 – €520 €445 – €745 €575 – €960

Klasse 3 — lichtere fysieke beroepen

Leeftijd Dagsalaris €100/dag Dagsalaris €150/dag Dagsalaris €200/dag
25 jaar €100 – €155 €145 – €220 €190 – €285
35 jaar €155 – €240 €220 – €340 €285 – €440
45 jaar €250 – €390 €355 – €555 €460 – €720
55 jaar €415 – €700 €590 – €995 €765 – €1.290

Klasse 4 — zwaar fysiek werk

Leeftijd Dagsalaris €100/dag Dagsalaris €150/dag Dagsalaris €200/dag
25 jaar €140 – €215 €200 – €305 €260 – €395
35 jaar €215 – €335 €305 – €475 €395 – €615
45 jaar €345 – €545 €490 – €775 €635 – €1.005
55 jaar €575 – €975 €815 – €1.385 €1.055 – €1.795

Alle bedragen zijn bruto indicatieve maandpremies voor een AOV met 90 dagen wachttijd en eindleeftijd 67 jaar, samengesteld op basis van marktdata van begin 2026. De werkelijke premie hangt af van gezondheidshistorie, specifiek beroep en verzekeraar. Aan deze indicaties kunnen geen rechten worden ontleend.

Effect van leeftijd op je premie: vroeg beginnen loont

De tabellen laten een patroon zien dat elke ZZP’er zou moeten kennen: de premie verdrievoudigt of verviervoudigt tussen je 25e en 55e verjaardag. Voor een adviseur in klasse 1 die €150 per dag verzekert, betekent dat een verschil van €80–€120 per maand op 25-jarige leeftijd versus €320–€560 per maand op 55 jaar. Hetzelfde product, dezelfde dekking — een factor vier duurder.

De reden is actuarieel: hoe ouder je bent, hoe groter de statistische kans dat je arbeidsongeschikt raakt voor het einde van je polis. Verzekeraars prijzen dat risico in. Wie op z’n 25e een AOV afsluit, betaalt jarenlang lage premie en profiteert van de accumulatie van premiehistorie — bij sommige verzekeraars ook in de vorm van een no-claimkorting. Wie wacht tot z’n 50e merkt dat de premie al bijna pensioenplan-budget inneemt.

Op 55 jaar wordt de markt ook kleiner: klasse 4 is bij een handvol verzekeraars nauwelijks meer acceptabel, en de medische acceptatie-eisen worden strenger. Dat is nog een reden om vroeg te starten, ook als je nu alleen een basisversie van een AOV kunt betalen. De Rijksoverheid heeft bevestigd dat er in 2026 een peildatum komt voor de verplichte BAZ: wie vóór die datum verzekerd is, valt onder gunstige overgangsregels.

Movir, Klaverblad en De Goudse: drie aanpakken vergeleken

Movir is de specialist voor hoger opgeleide professionals en richt zich primair op klasse 1- en klasse 2-beroepen. De polis is een sommenverzekering waarbij het dekkingscriterium beroepsarbeidsongeschiktheid is: je krijgt uitbetaald als je jouw eigen beroep niet meer kunt uitoefenen, niet als je in zijn algemeenheid geen werk meer kunt doen. Dat is een cruciaal verschil. Movir hanteert geen vaste beroepsklasse-schaal maar beoordeelt beroepen individueel — voor technische en analytische profielen zijn de tarieven doorgaans scherp. Indicatieve maandpremie voor een 35-jarige consultant die €150 per dag verzekert: €115–€160 bij 90 dagen wachttijd.

Klaverblad bedient een breed scala aan beroepen, inclusief klasse 3 en klasse 4, met haar Premium AOV en Royaal Plus AOV. Beide zijn sommenverzekeringen met een vaste maanduitkering, ongeacht wat je daadwerkelijk misloopt. De Royaal Plus AOV biedt een hogere maximale dekking en extra aanvullende modules. Voor een 35-jarige timmerman (klasse 3) die €150 per dag verzekert, ligt de indicatieve premie bij Klaverblad in de buurt van €220–€300 per maand. Bij zware beroepen is Klaverblad vaak goedkoper dan de grote assuradeuren dankzij hun specialisatie in dit segment.

De Goudse onderscheidt zich door zowel een sommen- als een schadeverzekering te bieden. Bij de schadeverzekering vergoedt de verzekeraar het werkelijk geleden inkomensverlies — tot het verzekerd maximum. Verdien je tijdens ziekte nog deels door, dan wordt dat verrekend. Voor zelfstandigen met een wisselend inkomen of een laag basisniveau kan dit gunstiger uitpakken dan een sommenverzekering. De Goudse biedt ook een digitaal execution-only traject, waardoor je advieskosten bespaart. Een 45-jarige fotograaf (klasse 2) die €150 per dag verzekert, betaalt indicatief €265–€360 per maand.

Vergelijk altijd meerdere polissen via een onafhankelijke vergelijkingstool. Let daarbij niet alleen op de premie, maar ook op het dekkingscriterium (beroepsarbeidsongeschiktheid vs. gangbare arbeid), de herbeoordeling na gedeeltelijk herstel, en de premiestabiliteit over de jaren.

Wat kost het netto na belastingaftrek?

AOV-premies zijn volledig aftrekbaar als lijfrentepremie in box 1, mits je een periodieke uitkering hebt afgesproken. In de praktijk voldoen nagenoeg alle AOV-producten voor ZZP’ers aan die voorwaarde. In 2026 bedraagt het belastingtarief in de eerste schijf 35,82% en in de tweede schijf 37,48%.

Wat betekent dat concreet? Een 35-jarige adviseur (klasse 1) die €150 per dag verzekert met 90 dagen wachttijd, betaalt bruto indicatief €115–€170 per maand. Na belastingteruggave van circa 37% blijft een nettolast over van €72–€107 per maand — minder dan €2,50 per dag. Een 45-jarige timmerman (klasse 3) met dezelfde dekking betaalt bruto €355–€555 per maand; netto €224–€350 per maand.

Voor zelfstandigen die ook nog nauwelijks pensioenopbouw hebben via een werkgever, is de jaarruimte voor lijfrentepremies ruim. In 2026 bedraagt de maximale jaarruimte €35.589 voor een ZZP’er zonder pensioenopbouw (Factor A = 0). De volledige AOV-premie past voor de meeste zelfstandigen ruimschoots binnen die ruimte. Meer details over de berekening vind je op de lijfrentepagina van de Belastingdienst.

Effect van wachttijd op de premie: 30 dagen versus 180 dagen

De tabellen hierboven zijn berekend op basis van een wachttijd van 90 dagen. Maar de wachttijd is één van de grootste kostenhefbomen bij een AOV. Hier zijn indicatieve correctiefactoren ten opzichte van de 90-dagentarieven:

Wachttijd Premiecorrectie t.o.v. 90 dagen Aandachtspunt
14 dagen +45% tot +75% Alleen realistisch met vrijwel geen buffer
30 dagen +20% tot +35% Geschikt bij buffer van 1–2 maanden lasten
90 dagen Basistabel Meest gekozen middenweg in 2026
180 dagen –20% tot –35% Vereist buffer van minimaal 6 maanden lasten
365 dagen –40% tot –55% Realistisch alleen met grote spaarbuffer of partner met inkomen

Voor een 35-jarige adviseur die €150/dag verzekert en bruto €140 per maand betaalt bij 90 dagen wachttijd, daalt die premie naar indicatief €95–€115 per maand bij 180 dagen — een besparing van ruim €400 per jaar. Maar dan moet je wel €15.000–€20.000 spaarbuffer hebben om de eerste zes maanden bij ziekte te overbruggen. Wie dat geld niet heeft of niet wil parkeren, doet er verstandig aan de wachttijd eerst korter te houden en later, wanneer de buffer is opgebouwd, te verlengen. Meer over die afweging lees je op onze pagina arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Premie berekenen voor jouw situatie: zo ga je te werk

De indicatieve tabel geeft richting, maar voor je eigen premie zijn vier stappen nodig:

Stap 1: Bepaal je beroepsklasse. Zoek je beroep op in de beroepsindeling van twee of drie grote verzekeraars. Bij twijfel — je werkt zowel achter een bureau als op locatie — kies dan de klasse die je hoofdactiviteit omschrijft. Sommige verzekeraars bieden een gecombineerde klasse aan voor gemengde beroepen.

Stap 2: Bepaal het gewenste verzekerde dagsalaris. Reken je netto maandinkomen terug naar een dagsalaris: deel je maandinkomen door 21 (gemiddeld aantal werkdagen). Wil je 70–80% van dat bedrag verzekerd? Dan is je basisdekkingsniveau bekend. Hou rekening met bijdragen zoals huur of hypotheek, zorgverzekering en andere vaste lasten die gewoon doorlopen bij ziekte.

Stap 3: Kies een wachttijd die past bij je spaarbuffer. Zoals de wachttijdtabel laat zien, is een langere wachttijd een forse premiebesparing — maar alleen als je de tussenperiode daadwerkelijk kunt financieren. Bereken je vrij beschikbare spaargeld exclusief belastingpotje en zakelijke reserves.

Stap 4: Vraag meerdere offertes aan. De premieverschillen tussen Movir, Klaverblad en De Goudse voor hetzelfde profiel kunnen 15–30% bedragen. Gebruik een onafhankelijke vergelijker of schakel een gecertificeerd adviseur in. Let ook op de kleine lettertjes: het dekkingscriterium (beroepsarbeidsongeschiktheid vs. passende arbeid), de herbeoordeling en de premiestabiliteit op de lange termijn. De Consumentenbond publiceert jaarlijks een onafhankelijk vergelijkingsoverzicht van AOV-producten voor zelfstandigen.

De premietabel in dit artikel laat zien dat vroeg beginnen en slim omgaan met wachttijd en dekkingsniveau de kosten van een goede AOV beheersbaar maken. Een 35-jarige adviseur betaalt netto minder dan €100 per maand voor een dekking die hem bij langdurige uitval financieel overeind houdt. Dat is een van de goedkoopste vormen van inkomensbescherming in verhouding tot het risico dat je afdekt.

Veelgestelde vragen

Wat kost een AOV voor een 35-jarige ZZP’er in klasse 1 in 2026?

Een 35-jarige adviseur of it-consultant (beroepsklasse 1) die een dagsalaris van €150 per dag verzekert bij 90 dagen wachttijd en eindleeftijd 67, betaalt indicatief €115–€170 per maand bruto. Na belastingaftrek (circa 37%) daalt de nettolast naar €72–€107 per maand. Bij een kortere wachttijd van 30 dagen stijgt de premie met 20–35%; bij 180 dagen wachttijd daalt ze met 20–35%. De exacte premie hangt ook af van gezondheidshistorie en de gekozen verzekeraar.

Waarom betaalt een dakdekker zoveel meer AOV-premie dan een consultant?

Verzekeraars baseren de premie op statistisch uitvalrisico. Een dakdekker (beroepsklasse 4) heeft een veel hogere kans op arbeidsongeschiktheid door letsel of slijtage dan een kantoorwerker (klasse 1). Het premierverschil voor dezelfde dekking kan oplopen tot een factor 2,5 tot 3. Dat is actuarieel eerlijk ingeprijsd: meer risico kost meer premie. Voor zware beroepen is het des te belangrijker om vroeg een AOV af te sluiten, omdat de premie op hogere leeftijd snel sterk stijgt én acceptatie lastiger wordt.

Is een AOV-premie in 2026 volledig aftrekbaar van de belasting?

Ja. AOV-premies zijn aftrekbaar als lijfrentepremie in box 1, mits je een periodieke uitkering hebt afgesproken — wat bij vrijwel alle ZZP-AOV-producten het geval is. In 2026 geldt een belastingtarief van circa 35,82–37,48% in de eerste twee schijven. Dat betekent dat op elke €100 premie je netto ongeveer €62–€65 betaalt. De maximale jaarruimte voor lijfrentepremies bedraagt in 2026 €35.589 voor zelfstandigen zonder pensioenopbouw bij een werkgever.

Wat is het verschil in premie tussen 30 en 180 dagen wachttijd?

Het effect is groot: een wachttijd van 180 dagen geeft gemiddeld 40–55% lagere premie ten opzichte van 30 dagen. Voor een 35-jarige consultant (klasse 1) die €150/dag verzekert, scheelt dat indicatief €60–€90 per maand — ofwel €720–€1.080 per jaar. Maar je moet wel een spaarbuffer van minimaal 6 maanden aan vaste lasten kunnen overbruggen zonder uitkering. Wie die buffer niet heeft, doet er verstandig aan te beginnen met een kortere wachttijd en pas later over te stappen.

Wanneer moet ik als ZZP’er uiterlijk een AOV afsluiten in 2026?

Formeel is een AOV nog niet verplicht — de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschikte Zelfstandigen (BAZ) gaat in per 2030. Maar de overheid heeft aangekondigd dat er in 2026 een peildatum komt: wie op die datum al een erkende particuliere AOV heeft, valt onder gunstige overgangsregels. Wie wacht tot vlak voor 2030 heeft minder onderhandelingsruimte en kan te maken krijgen met strengere medische acceptatiecriteria. Los van de BAZ-peildatum: hoe jonger je bent bij afsluiting, hoe lager je levenslange premielast.

Welke verzekeraar is het goedkoopst voor een ZZP-AOV in klasse 3?

Voor beroepsklasse 3 (timmerman, loodgieter, installateur) is Klaverblad met haar Premium AOV en Royaal Plus AOV doorgaans concurrerend geprijsd. Maar premieverschillen wisselen per profiel en leeftijd. De Goudse biedt ook klasse-3-polissen aan, inclusief een schadeverzekering die goedkoper kan uitpakken bij een wisselend inkomen. Movir richt zich primair op klasse 1 en 2. Vergelijk altijd minimaal drie offertes voor hetzelfde profiel via een onafhankelijk vergelijkingsplatform of een geregistreerd adviseur.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie