Stel: je werkt een jaar als zzp’er, je wordt ziek en je opdrachten vallen weg. Geen baas die doorbetaalt, geen UWV dat automatisch bijspringt. Voor de meeste zelfstandigen is dit de harde realiteit van het ondernemerschap — maar het hoeft niet zo te zijn. In 2026 zijn er meer mogelijkheden dan ooit om je als zzp’er in te dekken tegen inkomensverlies bij ziekte, en het loont om die opties grondig te vergelijken.
De Ziektewet is in Nederland een werknemersverzekering. Dat betekent dat je er als zzp’er normaal gesproken geen aanspraak op kunt maken. Maar er bestaat een belangrijke uitzondering: wie net uit loondienst komt, kan zich vrijwillig verzekeren bij het UWV — voor zowel de Ziektewet als de WIA. Daarnaast kun je kiezen voor een private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) of aansluiten bij een broodfonds. Welke route het beste bij jou past, hangt af van je gezondheid, leeftijd, inkomen en hoe lang je al zelfstandig bent.
Waarom de Ziektewet niet geldt voor zzp’ers
De Ziektewet (ZW) is een sociale verzekering die geldt voor werknemers in loondienst. Je werkgever betaalt bij ziekte maximaal 104 weken het loon door — en als die dat niet kan, springt het UWV bij. Als zzp’er heb je geen werkgever en geen loondienst, dus val je automatisch buiten deze regeling. Je bent volledig verantwoordelijk voor je eigen inkomen, ook als je ziek bent.
Dat klinkt confronterend, maar het is een bewuste keuze geweest van de wetgever: zzp’ers worden als ondernemers gezien die zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun bedrijfsrisico. Volgens CBS-cijfers uit begin 2026 is ruim 75% van de zelfstandigen in Nederland echter niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Dat is een kwetsbare positie, zeker nu de gemiddelde arbeidsongeschikte periode bij zzp’ers meer dan een jaar kan duren.
De vrijwillige UWV-verzekering: wat is het en voor wie?
De vrijwillige verzekering bij het UWV is een relatief onbekende maar waardevolle optie, specifiek voor zzp’ers die vanuit loondienst of een uitkeringssituatie zijn gestart. Je kunt je aanmelden voor een vrijwillige Ziektewet- én/of WIA-verzekering — en dat zonder medische keuring. Acceptatie is gegarandeerd als je op tijd aanmeldt.
De kernvoorwaarde is: je moet je aanmelden binnen 13 weken nadat je verplichte werknemersverzekering is beëindigd. Dat is het moment waarop je uit loondienst gaat of je WW-uitkering stopt. Mis je dat venster, dan is de weg naar de UWV-vrijwillige verzekering voor altijd gesloten — tenzij je opnieuw in loondienst gaat en daarna weer stopt.
De verzekering gaat in op de dag ná het einde van je verplichte verzekering. Je bent dus zonder onderbreking gedekt, wat een groot voordeel is ten opzichte van het alsnog afsluiten van een private AOV na een periode van onverzekerd zijn.
Wat de vrijwillige UWV-verzekering uitkeert en wat het kost
Bij de vrijwillige Ziektewet-verzekering ontvang je bij ziekte een uitkering van maximaal 70% van het dagloon waarvoor je verzekerd bent. Dat kan maximaal het wettelijk maximum dagloon zijn, dat in 2026 bruto € 304,25 per dag bedraagt. Voor een gemiddelde zzp’er die € 50.000 per jaar verdient, komt dat neer op een dagloon van ongeveer € 193 — het UWV keert dan 70% uit, dus zo’n € 135 per dag bij volledige arbeidsongeschiktheid.
De uitkering duurt maximaal 104 weken (twee jaar). Na die periode kan de WIA-verzekering het overnemen, als je ook daarvoor vrijwillig verzekerd bent. De premies voor de vrijwillige verzekering bedragen in 2026 circa 8,59% van het verzekerd dagloon voor de Ziektewet en 7,63% voor de WIA-component. Je betaalt geen aparte administratiekosten of poliskosten. Bovendien zijn de premies volledig fiscaal aftrekbaar als zakelijke kosten, wat de netto-kosten aanzienlijk verlaagt.
Een rekenvoorbeeld: stel je verzekert je voor een dagloon van € 200 bruto. Je maandelijkse ZW-premie is dan ruwweg 8,59% × € 200 × 21,75 werkdagen ≈ € 374 per maand voor de Ziektewet alleen. Dat is niet goedkoop, maar in verhouding tot de dekking (tot € 2.800 per maand bij volledige ziekte) is het een serieuze bescherming. Meer details en je persoonlijke berekening vind je bij UWV — Kosten en premies vrijwillige verzekering.
De nieuwe basisverzekering voor zzp’ers: wat verandert er in 2026?
Naast de bestaande UWV-route is er in maart 2026 een belangrijke politieke ontwikkeling: het kabinet heeft aangekondigd een betaalbare basisverzekering te willen invoeren voor alle zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid. De aanleiding is duidelijk — te veel zzp’ers zijn nu onverzekerd en dreigen bij langdurige ziekte in de bijstand te belanden.
De plannen zijn als volgt: de basisverzekering keert uit tot het niveau van het wettelijk minimumloon en gaat in na een wachttijd van twee jaar. De premie is inkomensafhankelijk en bedraagt 5,4% van de winst uit onderneming, met een maximum van € 171 bruto per maand. Dat is een stuk lager dan de meeste private AOV-premies. Vrijstelling is mogelijk voor dga’s (directeur-grootaandeelhouders) die elders verzekerd zijn, of voor zelfstandigen met een private verzekering die minimaal gelijkwaardige dekking biedt.
De exacte ingangsdatum van deze wet is nog niet vastgesteld — de aankondiging van minister Aartsen dateert van 13 maart 2026 en de wetsbehandeling loopt nog. Volg de actuele stand van zaken via Rijksoverheid.nl — ZZP en verzekeringen.
Private AOV: breder maar duurder
De vrijwillige UWV-verzekering is niet voor iedereen toegankelijk — je moet de 13-weken-deadline gehaald hebben. Wie langer zzp’er is of die termijn heeft gemist, is aangewezen op de private markt. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) sluit je af bij een verzekeraar zoals Centraal Beheer, Nationale Nederlanden, De Amersfoortse of een specialiseerde zzp-verzekeraar.
De voordelen van een private AOV zijn aanzienlijk. Je kunt zelf kiezen:
- De wachttijd: 14 dagen, 1 maand, 3 maanden of langer. Hoe langer je wacht, hoe lager de premie.
- Het uitkeringspercentage en de eindleeftijd (vaak tot 67 of 68).
- De definitie van arbeidsongeschiktheid: beroepsarbeidsongeschiktheid (eigen beroep) is duurder maar gunstig.
De keerzijde: je wordt medisch gekeurd. Bij bestaande aandoeningen kunnen uitsluitingen worden opgenomen, of de premie kan sterk verhoogd worden. Voor een gezonde 35-jarige zzp’er ligt een AOV-premie voor € 2.000 per maand dekking doorgaans tussen de € 200 en € 350 per maand. Voor een 50-jarige met gezondheidsklachten kan dat oplopen tot boven de € 600. Bekijk alle informatie over AOV-verzekeringen voor een completer overzicht.
Het broodfonds: solidariteit als alternatief
Een derde optie, die de afgelopen jaren sterk is gegroeid, is het broodfonds. Een broodfonds is geen verzekering maar een collectief van 20 tot 50 zelfstandigen die elkaar onderling steunen bij ziekte. Elke deelnemer legt maandelijks een bedrag in, afhankelijk van de gewenste dekking. Bij ziekte ontvang je een bijdrage uit de pot van de andere deelnemers.
De indicatieve maandelijkse inleg voor € 1.500 dekking per maand ligt bij de meeste broodfondsen rond de € 120 tot € 180. De maximale uitkering duurt doorgaans 24 maanden. Het broodfonds is het meest geschikt voor relatief gezonde, jongere zzp’ers die een lage vaste last willen maar toch een basisvangnet zoeken voor de eerste twee jaar.
Het grote nadeel: bij langdurige arbeidsongeschiktheid (langer dan twee jaar) staat je met lege handen. Bovendien is er geen garantie — als de groep krimpt of de ziektelast stijgt, kan de pot tekortkomen. Een broodfonds is dus geen volwaardige vervanging voor een AOV of de UWV-vrijwillige verzekering, maar eerder een aanvulling voor wie de eerste periode wil overbruggen.
Wat doe je als startende zzp’er die net uit loondienst komt?
Voor de startende zzp’er die net uit loondienst stapt, is de keuze het meest urgent én het meest tijdgevoelig. Je hebt precies 13 weken om een beslissing te nemen over de vrijwillige UWV-verzekering. Hier is een praktisch stappenplan:
- Direct na je laatste werkdag: informeer bij het UWV of je in aanmerking komt voor de vrijwillige verzekering. Dat kan via uwv.nl/vrijwillige-verzekering.
- Vergelijk tegelijkertijd offertes van private AOV-verzekeraars. Je medische situatie bepaalt of je een private verzekering kunt afsluiten en tegen welke prijs.
- Overweeg een combinatie: de vrijwillige UWV-verzekering voor de eerste twee jaar (ZW), gevolgd door WIA-dekking bij langdurige arbeidsongeschiktheid, aangevuld met een private aanvullingsverzekering als het UWV-dagloon niet hoog genoeg is.
- Kijk naar de nieuwe basisverzekering: als die ingaat, is hij een goedkope basisoptie, maar let op de twee jaar wachttijd — je hebt de eerste periode dan alsnog dekking nodig.
Mis je de 13-weken-termijn? Dan is de UWV-route definitief gesloten en ben je voor de rest van je loopbaan aangewezen op de private markt of een broodfonds. Dat is niet het einde van de wereld, maar het benadrukt hoe belangrijk het is om direct na het starten als zzp’er actie te ondernemen.
Een goede zakelijke verzekering is voor zzp’ers geen luxe maar een noodzaak. De keuze tussen vrijwillige UWV-verzekering, private AOV en broodfonds hangt sterk af van je persoonlijke situatie, maar het gemeenschappelijke advies is altijd hetzelfde: wacht niet te lang en laat je informeren door een onafhankelijk adviseur of gebruik de vergelijkingstools van de Consumentenbond of Nibud.
Veelgestelde vragen
Kan elke zzp’er de vrijwillige UWV-verzekering afsluiten?
Nee, niet iedere zzp’er komt in aanmerking. Je moet je aanmelden binnen 13 weken nadat je verplichte werknemersverzekering (via loondienst of een WW-uitkering) is geëindigd. Zzp’ers die al langer zelfstandig zijn en nooit eerder vrijwillig verzekerd waren bij het UWV, kunnen dat venster niet alsnog openen. Zij zijn aangewezen op een private AOV of een broodfonds. De aanmelding gaat zonder medische keuring, wat een groot voordeel is ten opzichte van de private markt.
Hoeveel krijg ik uitgekeerd bij ziekte via de vrijwillige UWV-Ziektewet?
Je ontvangt 70% van het dagloon waarvoor je verzekerd bent, maximaal 70% van het wettelijk maximum dagloon van € 304,25 bruto per dag (2026). Dat betekent een maximale daguitkering van circa € 213 bruto. De uitkering duurt maximaal 104 weken (twee jaar). Na die periode neemt de WIA-uitkering het over als je daarvoor ook vrijwillig verzekerd bent en nog steeds arbeidsongeschikt bent.
Wat is het verschil tussen de vrijwillige UWV-verzekering en een AOV?
De vrijwillige UWV-verzekering is een publieke regeling zonder medische keuring, maar met een beperkt maximumdagloon en alleen toegankelijk voor zzp’ers die net uit loondienst komen. Een private AOV biedt meer maatwerk: hogere dekking, langere looptijd (vaak tot pensioendatum), eigen keuze voor wachttijden en definities. De AOV is echter duurder en vereist een medische acceptatieprocedure. Voor wie in aanmerking komt, is de UWV-route vaak een goedkopere en zekere keuze voor de eerste jaren.
Wat is een broodfonds en is het een goed alternatief?
Een broodfonds is een collectief van 20 tot 50 zelfstandigen die elkaar bij ziekte financieel steunen. Je legt maandelijks een bedrag in en ontvangt bij ziekte een bijdrage uit de groepspot, doorgaans maximaal twee jaar. Het is goedkoper dan een AOV maar biedt geen garanties bij langdurige ziekte of als de groep krimpt. Het is geen volwaardige vervanging voor een AOV of UWV-verzekering, maar kan een goede aanvulling zijn of tijdelijke oplossing voor gezonde, jonge zzp’ers met een beperkt budget.
Komt er een verplichte basisverzekering voor zzp’ers?
Het kabinet heeft in maart 2026 aangekondigd een basisverzekering voor zelfstandigen te willen invoeren. De premie bedraagt maximaal € 171 bruto per maand (5,4% van je winst). De uitkering gaat in na een wachttijd van twee jaar en keert uit tot het niveau van het minimumloon. De wet is nog niet aangenomen — volg de voortgang via rijksoverheid.nl. Heb je al een private AOV met gelijkwaardige dekking? Dan kun je waarschijnlijk vrijstelling aanvragen.
Zijn premies voor de vrijwillige UWV-verzekering fiscaal aftrekbaar?
Ja. De premies voor zowel de vrijwillige Ziektewet- als WIA-verzekering bij het UWV zijn aftrekbaar als zakelijke kosten in de inkomstenbelasting. Dat verlaagt je netto-premiedruk aanzienlijk — bij een belastingdruk van 37,07% betaal je netto ruim een derde minder dan de bruto premie doet vermoeden. Hetzelfde geldt voor premies voor een private AOV: ook die zijn in principe aftrekbaar als ondernemingskosten of als premies voor lijfrente, afhankelijk van de constructie. Raadpleeg je belastingadviseur voor de exacte verwerking.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










