Ziektewet en eigenrisicodragerschap voor werkgevers in 2026: vangnetters, Whk-premie en ERD-ZW

Timo van Loon

Werkgever achter laptop aan kantoorbureau bestudeert Ziektewet en Whk-premie documentatie 2026

Je leest dit artikel in 7 minuten

De Ziektewet is voor veel werkgevers een blinde vlek. Je kent loondoorbetaling bij ziekte wel — twee jaar lang, voor werknemers met een vast of tijdelijk contract. Maar de Ziektewet (ZW) speelt een heel andere rol: die vangt werknemers op die geen werkgever meer hebben of die in een flexibele constructie zitten. Flexkrachten, uitzendkrachten, werknemers die ziek uit dienst gaan, medewerkers die ziek worden terwijl ze een WW-uitkering ontvangen — zij vallen allemaal in het Ziektewet-net.

En als werkgever ben je daar financieel bij betrokken, ook ná het einde van het dienstverband. Via de gedifferentieerde premie van de Werkhervattingskas (Whk) betaal je mee aan de kosten. Grote werkgevers betalen bovendien op basis van hun eigen schadelast: hoe meer oud-medewerkers in de ZW belanden, hoe hoger jouw individuele premie. In 2026 zijn die premies opnieuw gestegen, dus het loont om te begrijpen hoe dit systeem werkt — en wanneer eigenrisicodragerschap een slimmere keuze is.

Wie zijn vangnetters precies?

De term ‘vangnetters’ verwijst naar iedereen die een beroep doet op de Ziektewet terwijl ze geen actief dienstverband meer hebben. UWV voert in dat geval de ZW uit, maar de kosten worden verhaald op de werkgever via de Whk-premie. De belangrijkste groepen zijn:

  • Zieke flexwerkers en uitzendkrachten wier contract afloopt tijdens ziekte. Hun uitzendbureau of voormalig werkgever draait op voor de premie.
  • Werknemers die ziek uit dienst gaan (nawerking Ziektewet). Als een werknemer zijn dienstverband beëindigt — door ontslag, einde tijdelijk contract, of zelfs eigen opzegging — en binnen vier weken daarna ziek wordt, kan hij alsnog een ZW-uitkering aanvragen. Dit heet de nawerking en heeft een periode van maximaal vier weken.
  • Zieke WW-gerechtigden. Werknemers die al een WW-uitkering ontvangen en dan ziek worden, stromen door naar de Ziektewet. In dit geval is niet de vorige werkgever verantwoordelijk, maar betaalt de collectiviteit via de sectorpremie.
  • Orgaandonoren en zwangere werkneemsters in bepaalde situaties vallen ook onder de Ziektewet, maar die zijn premie-neutraal dankzij de no-riskpolis.

Het onderscheid met gewone loondoorbetaling is cruciaal: bij loondoorbetaling (voor medewerkers mét lopend contract) heb je als werkgever maximaal twee jaar directe verantwoordelijkheid en betaal je het loon zelf. Bij de Ziektewet loopt het anders: UWV betaalt de uitkering, maar de premiegevolgen sluipen later jouw kostenpost binnen.

De Whk-premie in 2026: stijging en opbouw

De Werkhervattingskas (Whk) bestaat uit twee delen: de WGA-premie (voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten) en de ZW-Flex-premie (voor vangnetters in de Ziektewet). Voor 2026 zijn beide gestegen ten opzichte van 2025.

Volgens de publicatie van UWV stijgt het gemiddelde ZW-Flex-premiepercentage van 0,50% in 2025 naar 0,56% in 2026. De gemiddelde WGA-premie gaat van 0,83% naar 0,96%. Die stijging bij WGA is deels te wijten aan een CRvB-uitspraak over niet-betaalde perioden, maar ook aan de instroom van jongeren met long-covid en psychische klachten. Bij de ZW-premie speelt de stijging van verwachte uitkeringslasten een rol.

Hoe jouw individuele premie uitvalt, hangt af van de grootte van je bedrijf:

  • Kleine werkgevers (loonsom onder circa 900.000 euro) betalen uitsluitend de sectorale gemiddeldepremie. Jouw eigen schadelast telt niet mee.
  • Middelgrote werkgevers betalen een gewogen gemiddelde: deels sectorpremie, deels individuele schadelast.
  • Grote werkgevers (loonsom boven circa 3,6 miljoen euro) betalen volledig op basis van hun eigen instroom in ZW en WGA. Eén zieke vangnetter kan de premie structureel opdrijven.

Je krijgt de Whk-beschikking jaarlijks van de Belastingdienst. Het loont om die beschikking goed te controleren: fouten in de toe te rekenen uitkeringen komen voor, en bezwaar indienen is mogelijk binnen zes weken na ontvangst.

Eigenrisicodragerschap Ziektewet (ERD-ZW): wat houdt het in?

Als eigenrisicodrager voor de Ziektewet (ERD-ZW) kies je ervoor om de Ziektewet-uitkeringen zelf te betalen in plaats van via de collectieve Whk-premie. Je neemt dan de financiële verantwoordelijkheid én de re-integratieplicht voor de ZW-vangnetters die aan jou worden toegerekend. UWV voert de beoordeling van de ZW-aanvraag nog wel uit, maar betaalt de uitkering niet: dat doe jij.

Als eigenrisicodrager ZW betaal je geen ZW-Flex-deel van de Whk-premie meer. Dat is het directe financiële voordeel. Daar tegenover staat dat je zelf de uitkering uitbetaalt en re-integratiekosten draagt. Voor grote werkgevers met een laag verzuim onder hun populatie flexwerkers kan dat aanzienlijk voordeliger uitpakken.

Aanvragen doe je bij de Belastingdienst. Je kunt tweemaal per jaar eigenrisicodrager worden: per 1 januari of per 1 juli. De aanvraag moet 13 weken voor de ingangsdatum zijn ingediend. Voor eigenrisicodragerschap per 1 januari 2027 geldt de deadline van 1 oktober 2026. Let op: terugkeer naar publieke verzekering bij UWV kent een verplichte wachttijd van drie jaar.

De ERD-ZW-verzekering: risico afdekken met een private polis

Bijna geen enkele werkgever draagt eigenrisicodragerschap ZW zonder private verzekering. De financiële blootstelling kan fors zijn: een zieke vangnetter met een ZW-uitkering van maximaal 70% van het dagloon kan maanden of zelfs jaren doorlopen. Verzekeraars zoals De Goudse, Bovemij, Sazas en ASR bieden specifieke ZW-ERD-verzekeringen aan, ook wel ZW-eigenrisicoverzekeringen genoemd.

Zo’n verzekering dekt de uitkeringslasten die je als eigenrisicodrager zelf moet dragen. De premie die je aan de verzekeraar betaalt, is idealiter lager dan de Whk-premie die je anders aan de Belastingdienst afdraagt. Of dat zo is, hangt af van jouw historisch verzuim, de samenstelling van je personeelspopulatie en de door jou gehanteerde re-integratieaanpak.

Een bijkomend voordeel: private verzekeraars ondersteunen actief bij re-integratie van de zieke oud-werknemer. Snellere re-integratie verlaagt de totale schadelast én verbetert de kans op uitstroom uit de ZW. Uit UWV-gegevens blijkt dat eigenrisicodragers gemiddeld betere re-integratieresultaten behalen dan publiek verzekerde werkgevers — deels door die actieve begeleiding.

Let bij het afsluiten van een ERD-ZW-verzekering goed op de eigen risico-periode (de eerste weken die je zelf betaalt), de wachttijd bij instroom en het maximale uitkeringspercentage dat de verzekeraar vergoedt. Vraag altijd een offerte op basis van je actuele loonsom en schadehistorie van de afgelopen drie jaar.

Wanneer is eigenrisicodragerschap ZW voordelig?

Niet elke werkgever profiteert van ERD-ZW. De volgende factoren bepalen of het interessant is:

  • Laag verloop en weinig flex. Heb je weinig medewerkers die met flexcontracten of als uitzendkracht werken? Dan is je risico op ZW-vangnetters klein en is de individuele Whk-premie al laag.
  • Grote werkgever met hogere sectorpremie dan eigen schade. Als jouw sector een hoge gemiddelde ZW-premie heeft maar jij zelf weinig verzuim kent, kan je individuele premie lager uitvallen als eigenrisicodrager.
  • Actieve re-integratiestrategie. Werkgevers die investeren in verzuimmanagement halen meer voordeel uit ERD-ZW, omdat snellere uitstroom uit de ZW de kosten drukt.
  • Stabiele populatie. Snelle groei of krimp van het personeelsbestand maakt de schadelast moeilijk voorspelbaar, wat het risico van eigenrisicodragerschap vergroot.

Een rekensom die terugkomt in de markt: voor middelgrote werkgevers (loonsom tussen 1 en 5 miljoen euro) is de breakeven al bereikt als de eigen ZW-schade structureel 20 tot 30% lager ligt dan de sectorale normschade. Laat een arbodienst of verzekeringsadviseur die berekening voor je maken op basis van de afgelopen drie jaar schadegegevens. Kijk daarvoor ook op Ondernemersplein.

De no-riskpolis: bescherming bij het in dienst nemen van kwetsbare groepen

Een apart instrument is de no-riskpolis van UWV. Dit is geen commerciële verzekering, maar een wettelijke compensatieregeling. Als je een werknemer in dienst neemt die valt onder de doelgroep banenafspraak — denk aan mensen met een arbeidsbeperking, Wajongers, of mensen met een WIA-uitkering — dan krijg jij als werkgever een ZW-uitkering van UWV als die medewerker ziek wordt.

De no-riskpolis geldt in de meeste gevallen voor de eerste vijf jaar van het dienstverband, soms langer. UWV kent hem automatisch toe als aan de voorwaarden is voldaan. Concreet: betaalt UWV de ZW-uitkering, dan telt die uitstroom ook niet mee in jouw individuele Whk-berekening. Dat verlaagt je premie voor de jaren daarna. De no-riskpolis maakt het aantrekkelijker om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen, omdat je premierisico beperkt blijft. Meer informatie vind je op UWV.nl.

Nawerking Ziektewet: het risico ná uitdiensttreding

Een van de meest onderschatte risico’s voor werkgevers is de nawerking van de Ziektewet. Een oud-werknemer die binnen vier weken na einde dienstverband ziek wordt, kan een ZW-uitkering aanvragen. Die uitkering wordt dan aan jou als voormalig werkgever toegerekend in de Whk-berekening — tenzij die oud-werknemer een WW-uitkering heeft aangevraagd.

Dat laatste is een belangrijk aandachtspunt: stimuleer medewerkers bij wiens ontslag of einde contract dreigt te lopen, tijdig (vanaf vier weken vóór het einde) een WW-uitkering aan te vragen. Zodra die WW-uitkering is toegekend en de oud-werknemer daarna ziek wordt, valt hij als zieke WW-gerechtigde niet meer onder jouw premierisico maar onder de collectieve sectorpremie.

Voor grote werkgevers met veel uitstroom van flexibele krachten kan dit advies op jaarbasis duizenden euro’s schelen in toekomstige Whk-premie. Overleg met je arbodienst of HR-adviseur om dit standaard in het uitdiensttreding-protocol op te nemen. De Rijksoverheid publiceert de actuele regels rondom nawerking en de ZW.

De Ziektewet is een complexe maar beheersbare kostenpost voor werkgevers. Of je nu kiest voor publieke verzekering via de Whk-premie of eigenrisicodragerschap ZW met een private polis — in beide gevallen loont het om actief te sturen op verzuim, snelle re-integratie en een goed uitdiensttreding-protocol. Laat je Whk-beschikking elk jaar controleren, overweeg periodiek of een overstap naar ERD-ZW voordelig is, en gebruik de no-riskpolis als hefboom om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te durven nemen. Meer over aanverwante bedrijfsverzekeringen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen vind je elders op deze site.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen loondoorbetaling bij ziekte en de Ziektewet?

Bij loondoorbetaling heb je als werkgever een lopend dienstverband met de zieke medewerker. Je betaalt zelf het loon door, maximaal twee jaar. De Ziektewet geldt juist voor werknemers zonder actief dienstverband: flexwerkers wier contract afloopt, oud-werknemers die binnen vier weken na ontslag ziek worden (nawerking), of zieke WW-gerechtigden. UWV keert de ZW-uitkering uit, maar de kosten drukken via de Whk-premie uiteindelijk op jou als (voormalig) werkgever.

Hoe hoog is de Ziektewet Whk-premie in 2026?

Het gemiddelde ZW-Flex-premiepercentage stijgt in 2026 naar 0,56% van de loonsom (in 2025 was dat 0,50%). Kleine werkgevers betalen de sectorale gemiddelde premie; grote werkgevers betalen op basis van hun eigen schadehistorie. Jouw exacte percentage staat in de jaarlijkse Whk-beschikking van de Belastingdienst. Het is verstandig die beschikking elk jaar kritisch te controleren op toegewezen ZW-uitkeringen.

Wanneer kan ik eigenrisicodrager worden voor de Ziektewet?

Je kunt tweemaal per jaar overstappen naar eigenrisicodragerschap ZW: per 1 januari of per 1 juli. De aanvraag bij de Belastingdienst moet 13 weken van tevoren binnen zijn — voor 1 januari 2027 is de deadline dus 1 oktober 2026. Bedenk dat terugkeer naar publieke verzekering via UWV een verplichte wachttijd van drie jaar kent, dus bedenk de keuze goed voordat je overgaat.

Wat dekt een ZW-ERD-verzekering?

Een ZW-ERD-verzekering (ook: ZW-eigenrisicoverzekering) dekt de Ziektewet-uitkeringslasten die je als eigenrisicodrager zelf moet uitbetalen aan ex-medewerkers of flexkrachten. De verzekeraar vergoedt de uitkering (doorgaans 70% van het dagloon) en ondersteunt actief bij re-integratie. De premie die je aan de verzekeraar betaalt, is idealiter lager dan de Whk-premie die je bij publieke verzekering afdraagt. Vergelijk aanbieders op eigen risico, dekkingsbreedte en re-integratiedienstverlening.

Wat is de no-riskpolis en wie komt ervoor in aanmerking?

De no-riskpolis van UWV is een wettelijke compensatieregeling voor werkgevers die medewerkers in dienst nemen met een arbeidsbeperking, zoals Wajongers, mensen met een WIA-uitkering of anderen in de doelgroep banenafspraak. Als zo’n medewerker ziek wordt, betaalt UWV de ZW-uitkering en telt die niet mee in jouw individuele Whk-berekening. De polis wordt automatisch door UWV toegekend en geldt meestal de eerste vijf jaar van het dienstverband.

Hoe bescherm ik mij tegen de nawerking van de Ziektewet?

De nawerking houdt in dat een oud-werknemer die binnen vier weken na einde dienstverband ziek wordt, alsnog een ZW-uitkering kan aanvragen die aan jou wordt toegerekend. De beste bescherming: stimuleer medewerkers bij dreigend einde contract om tijdig — vanaf vier weken vóór de einddatum — een WW-uitkering aan te vragen. Zodra ze een WW-recht hebben en daarna ziek worden, vallen ze niet meer onder jouw premierisico maar onder de collectieve sectorpremie.


Geef een reactie