Stel: je overlijdt morgen. Wat blijft er dan over voor je partner, je kinderen, je ouders? Die vraag is niet prettig om over na te denken, maar ze is wél de kern van elke goede financiële planning. Toch lopen veel mensen een overlijdensrisicoverzekering af op basis van wat de hypotheekadviseur voorstelde — zonder te rekenen of dat bedrag ook daadwerkelijk genoeg is voor de nabestaanden om fatsoenlijk verder te leven.
In 2026 zijn de rekenmethodes voor het bepalen van het juiste verzekerd bedrag duidelijker dan ooit. Onderzoek van Nibud laat zien dat het gezinsinkomen na het overlijden van een partner met 26 tot 52 procent kan dalen, afhankelijk van de situatie. Dat gat is precies wat je met een goede verzekering wilt dichten. Hieronder vind je de stappen, de rekenmethodes en de concrete premies die in 2026 gelden.
Twee soorten dekking: ORV versus uitvaartverzekering
Een overlijdensrisicoverzekering (ORV) en een uitvaartverzekering zijn fundamenteel verschillend van doel. Dat klinkt voor de hand liggend, maar veel mensen behandelen ze als inwisselbaar. Dat zijn ze niet.
Een ORV keert een vooraf afgesproken kapitaal uit aan je nabestaanden als je overlijdt binnen de looptijd van de polis. Dat geld is bedoeld om het wegvallen van jouw inkomen op te vangen: de hypotheek, de kinderopvang, de boodschappen, de studie van de kinderen. Het gaat dus over financiële continuïteit voor de mensen die achterblijven.
Een uitvaartverzekering dekt specifiek de kosten van de begrafenis of crematie. In 2026 kost een gemiddelde uitvaart in Nederland tussen de €8.000 en €10.500. Een crematie is doorgaans €2.500 tot €3.000 goedkoper dan een begrafenis. De uitvaartverzekering zorgt ervoor dat je nabestaanden dit bedrag niet hoeven voor te schieten uit eigen spaargeld op een moment dat ze al genoeg aan hun hoofd hebben.
Beide zijn dus nodig, maar voor verschillende doelen. Wie alleen een uitvaartverzekering heeft, is financieel niet beschermd bij inkomensverlies. Wie alleen een ORV heeft, kan te maken krijgen met nabestaanden die de uitvaartkosten toch zelf moeten ophoesten. Bekijk ook de categorie Levensverzekering en Uitvaartverzekering voor meer achtergrondinformatie.
Rekenmethode 1: de 4×-netto-inkomen-vuistregel
De eenvoudigste methode om het benodigde ORV-kapitaal te schatten is de 4×-regel: verzeker minimaal vier maal het jaarlijkse netto inkomen van de overledene. Bij een netto inkomen van €35.000 per jaar kom je dan op een verzekerd bedrag van €140.000. Bij €50.000 netto is dat €200.000.
Deze vuistregel gaat ervan uit dat nabestaanden het kapitaal vier jaar nodig hebben om zich financieel aan te passen: werk vinden, kosten terug te dringen, eventueel de woning te verkopen of anders te gaan wonen. De methode is conservatief — bij jonge kinderen of een partner zonder eigen inkomen is vier keer netto inkomen vaak te weinig.
Een verfijndere variant is de inkomensvervanging-methode: bereken hoeveel jaar de nabestaanden inkomensaanvulling nodig hebben, en vermenigvuldig dat met het jaarlijkse tekort. Stel dat de partner na overlijden €1.500 per maand netto minder binnenkomt, en de jongste is nu 3 jaar oud. Dan zijn er ruwweg 15 jaar nodig totdat het kind volwassen is — dat is €1.500 × 12 × 15 = €270.000. Daarna telt je ook nog de pensioenopbouw mee die stopt.
Rekenmethode 2: koppelen aan de hypotheekschuld
De meest gebruikte methode in de praktijk is het verzekeren van de openstaande hypotheekschuld. Het idee is simpel: als de achterblijvende partner de hypotheek kan aflossen, vervalt een grote maandlast. Daarmee wordt het financiële gat kleiner.
Hiervoor zijn drie polis-vormen beschikbaar:
- Gelijkblijvende ORV: het verzekerd bedrag blijft gelijk gedurende de looptijd. Passend bij een aflossingsvrije hypotheek.
- Lineair dalende ORV: het bedrag daalt elk jaar met hetzelfde vaste bedrag. Passend bij een lineaire hypotheek.
- Annuïtair dalende ORV: het bedrag daalt op basis van een percentage, vergelijkbaar met de aflossing bij een annuïteitshypotheek.
Een hypotheek van €300.000 met 30 jaar looptijd leent zich goed voor een annuïtair dalende polis. Laat een hypotheekadviseur berekenen welke dalingsvorm precies aansluit bij jouw aflossingsschema — dat scheelt vaak tientallen euro’s per maand aan premie. Meer informatie over het verband tussen hypotheek en overlijdensrisicoverzekering vind je op homefinance.nl.
Rekenmethode 3: rekening houden met kinderen
Kinderen maken de berekening complexer. Ze zorgen voor extra kosten, maar ook voor extra inkomen via toeslagen. Nibud geeft via de BufferBerekenaar inzicht in hoeveel buffer verstandig is voor jouw situatie.
Een grove richtlijn: reken per kind per jaar €6.000 tot €10.000 aan kosten totdat het 18 jaar is. Daarboven komen studiekosten. Voor twee kinderen van 3 en 6 jaar oud gaat het over een periode van 12 tot 15 jaar: dat kan oplopen tot €100.000 tot €150.000 extra verzekerd kapitaal bovenop de hypotheekschuld.
Let ook op de Anw-uitkering (Algemene nabestaandenwet). Die is in 2026 beperkt: de uitkering is gemaximeerd op circa 70% van het minimumloon (ongeveer €1.300 bruto per maand) en vervalt als je partner jonger dan AOW-leeftijd is en geen kind jonger dan 18 heeft. De overheid verwacht dat je zelf voor aanvullende dekking zorgt. Zie rijksoverheid.nl over de Anw voor de actuele bedragen.
Premies ORV in 2026: wat betaal je per verzekerd bedrag?
De premie van een ORV hangt af van leeftijd, geslacht, rookgedrag, looptijd en het verzekerd bedrag. In 2026 gelden de volgende indicatieve maandpremies voor een gelijkblijvende ORV met 20 jaar looptijd voor een niet-rokende man in goede gezondheid:
| Leeftijd | Verzekerd bedrag €150.000 | Verzekerd bedrag €250.000 | Verzekerd bedrag €350.000 |
|---|---|---|---|
| 35 jaar | ca. €10–14/mnd | ca. €16–23/mnd | ca. €22–32/mnd |
| 40 jaar | ca. €14–20/mnd | ca. €23–33/mnd | ca. €32–46/mnd |
| 45 jaar | ca. €22–30/mnd | ca. €36–50/mnd | ca. €50–70/mnd |
Voor een dalende ORV liggen de premies doorgaans 20 tot 35 procent lager dan voor de gelijkblijvende variant. Vrouwen betalen in de meeste gevallen minder dan mannen vanwege hun statistisch hogere levensverwachting. Gebruik de premieberekenaars van verzekeraars zoals Centraal Beheer of DELA om een exacte offerte op te vragen voor jouw situatie.
Hoeveel voor de uitvaart verzekeren?
Voor de uitvaartverzekering is de rekensom eenvoudiger. In 2026 kost een gemiddelde uitvaart in Nederland circa €9.500. Aanbevolen is minimaal €8.000 te verzekeren voor een crematie en €10.000 tot €12.000 voor een begrafenis. Wie ook een rouwmaaltijd, livestream of bijzondere locatie wil opnemen, rekent beter op €12.000 tot €15.000.
Let op het verschil tussen een natura-uitvaartverzekering en een kapitaalverzekering:
- Bij natura organiseert de verzekeraar (zoals DELA of Monuta) de uitvaart zelf. Prijsstijgingen zijn dan geen probleem.
- Bij kapitaal krijg je een geldbedrag uitgekeerd. Als de uitvaartkosten sterker stijgen dan de geïndexeerde polis, kan het bedrag tekortschieten.
De gemiddelde maandpremie voor een uitvaartverzekering bedraagt in 2026 ongeveer €15 per maand, maar varieert van €5 tot €60 afhankelijk van leeftijd en dekking. Hoe jonger je begint, hoe lager de premie — dit is dus een klassiek geval van uitstellen kost geld.
Combineer je berekeningen tot een totaalplaatje
De meest complete aanpak is het optellen van alle componenten:
- Hypotheekschuld (openstaand saldo op moment van overlijden)
- Inkomenstekort (aantal jaren × maandelijks tekort)
- Kinderkosten (tot einde studie)
- Uitvaartkosten (€9.500 gemiddeld, eventueel los via uitvaartverzekering)
- Min: te verwachten Anw-uitkering en pensioen nabestaanden
Stel: je hebt een hypotheek van €280.000, twee kinderen van 5 en 8 jaar, en de partner heeft een parttime inkomen dat €1.200 per maand lager is dan het gezamenlijk inkomen. Kinderkosten tot einde studie: ruwweg €100.000. Inkomenstekort: €1.200 × 12 × 13 jaar (jongste kind tot 18) = €187.200. Totaal benodigde dekking: €280.000 + €100.000 + €187.200 = €567.200 — en dan nog geen uitvaartkosten meegerekend. Dit is een realistisch scenario voor een gezin met een modaal inkomen in Nederland.
Veel mensen schrikken van zo’n bedrag, maar een annuïtair dalende ORV van €500.000 voor een 37-jarige niet-roker kost in 2026 circa €35 tot €50 per maand. Dat is minder dan een doorsnee abonnement op een streamingdienst. De Consumentenbond biedt een vergelijker waarmee je snel de goedkoopste aanbieder voor jouw situatie vindt. Zorg dat de dekking klopt voor jouw specifieke situatie — bekijk ook de informatie over premies en fiscale aftrek op deze site.
Kortom: begin bij je echte financiële situatie, niet bij een standaard bedrag dat de bank stelt als hypotheekeis. Een goed opgebouwde berekening voorkomt dat nabestaanden met een tekort zitten op het moment dat ze het minst kunnen nadenken over geldzaken.
Veelgestelde vragen
Hoeveel moet ik minimaal verzekeren bij een overlijdensrisicoverzekering?
Er is geen wettelijk minimum, maar als vuistregel wordt vier maal het jaarlijkse netto inkomen aangehouden. Bij een hypotheek is de openstaande schuld het logische startpunt. Tel daar inkomenstekort en kinderkosten bij op, en trek te verwachten Anw-uitkering af. Voor een gezin met kinderen en een hypotheek kom je al snel uit op €200.000 tot €500.000 of meer. Laat een onafhankelijk financieel adviseur of gebruik de rekentools op nibud.nl om jouw persoonlijke situatie door te rekenen.
Wat is het verschil tussen een ORV en een uitvaartverzekering?
Een ORV keert een groot kapitaalbedrag uit aan de nabestaanden om het verlies van inkomen op te vangen — voor hypotheek, levensonderhoud en kinderkosten. Een uitvaartverzekering dekt specifiek de kosten van de begrafenis of crematie, gemiddeld €9.500 in 2026. Beide zijn complementair: een ORV vervangt het inkomen, een uitvaartverzekering betaalt de uitvaart. Wie beide heeft, biedt nabestaanden maximale financiële rust op een moeilijk moment.
Betaal ik meer premie als ik ouder ben?
Ja, leeftijd is de grootste factor in de premieberekening. Een 35-jarige niet-roker betaalt voor €250.000 gelijkblijvend verzekerd bedrag over 20 jaar circa €16 tot €23 per maand. Dezelfde polis kost een 45-jarige al €36 tot €50 per maand. Roken verhoogt de premie met gemiddeld 50 tot 100 procent. Hoe eerder je een ORV afsluit, hoe lager de premie — en hoe lager de kans dat gezondheidsklachten de acceptatie bemoeilijken.
Kan ik mijn ORV tussentijds aanpassen als mijn situatie verandert?
Dat hangt af van de verzekeraar en de polis. Bij sommige verzekeraars kun je het verzekerd bedrag verhogen na grote levensgebeurtenissen zoals een nieuwe hypotheek, huwelijk of geboorte kind — zonder hernieuwde medische keuring. Dit heet een ‘wijzigingsclausule’ of ‘evenementenclausule’. Controleer dit bij afsluiting: het kan later zeer waardevol zijn. Wil je het bedrag drastisch verhogen later in de looptijd, dan is een nieuwe keuring vaak wel vereist.
Is de premie van een ORV aftrekbaar van de belasting?
In de meeste gevallen niet. De premie van een gewone risicoverzekering is niet aftrekbaar in box 1. Uitzondering: als de ORV is gekoppeld aan een lijfrenteverzekering en voldoet aan de voorwaarden van de jaarruimte, kan de premie deels aftrekbaar zijn. De Belastingdienst heeft specifieke regels voor zogenaamde ‘lijfrentepremies’. Check de actuele regels op belastingdienst.nl of bespreek dit met een financieel adviseur.
Wat als ik de looptijd van mijn ORV verkeerd inschat?
Als de ORV afloopt terwijl je nog schulden of afhankelijken hebt, heb je een probleem. Kies de looptijd dus lang genoeg: minimaal totdat de jongste afhankelijke zelfstandig is of de hypotheek grotendeels is afgelost. Het afsluiten van een nieuwe polis op oudere leeftijd is duurder en kan bij gezondheidsklachten lastiger worden. Liever een jaar te lang dan een jaar te kort — de meerkosten voor een langere looptijd vallen in de praktijk vaak mee.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










