Arbeidsongeschikt als zelfstandige zonder verzekering 2026: vangnet, bijstand en de verplichte AOV vanaf 2027

Timo van Loon

Protestbijeenkomst van zelfstandige ondernemers in Scheveningen — ZZP'ers zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering

Je leest dit artikel in 8 minuten

Meer dan 300.000 zelfstandigen in Nederland zijn niet of onvoldoende verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Geen AOV, geen broodfonds, geen buffer. En dan gaat het mis: een ongeluk, een langdurige ziekte, een burnout die niet overgaat. Wat dan? Het antwoord is minder geruststellend dan veel ZZP’ers hopen.

In 2026 is er geen automatisch vangnet voor zelfstandigen die uitvallen. De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geldt alleen voor werknemers in loondienst. Als zelfstandige val je terug op je eigen spaarbuffer — en als die op is, op de bijstand. Tegelijk staat de politiek onder druk om dit structureel te veranderen: het wetsvoorstel voor de verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) ligt in 2026 bij de Tweede Kamer. Dit artikel legt precies uit wat er gaat gebeuren als het mis gaat zonder verzekering, welke vangnetten er bestaan en waarom 2026 het jaar is om actie te ondernemen.

Geen inkomen, geen uitkering: hoe groot is het gat?

Als werknemer in loondienst heb je bij ziekte recht op loondoorbetaling van minstens 70% gedurende twee jaar. Daarna springt de WIA bij. Als zelfstandige heb je niets van dit alles. Je hebt geen werkgever die doorbetaalt, geen Ziektewet waar je automatisch aanspraak op maakt, geen WIA die instroomt na twee jaar.

Stel je bent een grafisch ontwerper en je inkomen is €3.500 netto per maand. Je raakt arbeidsongeschikt na een hersenletsel door een verkeersongeluk. Zonder AOV stopt je inkomen direct. Je vaste lasten — huur of hypotheek, verzekeringen, boodschappen — lopen gewoon door. De meeste financiële adviseurs rekenen met zes maanden als minimale buffer voor ZZP’ers. Na zes maanden, als die buffer op is, rest er maar één optie: de gemeente.

Volgens het CPB is het risico op langdurige armoede bij arbeidsongeschiktheid voor onverzekerde zelfstandigen aanzienlijk hoger dan voor werknemers. De Bijstand fungeert dan als laatste vangnet — maar dat net heeft grote mazen.

De Bijstand voor arbeidsongeschikte zelfstandigen: hoe werkt dat?

Als je als zelfstandige door ziekte of arbeidsongeschiktheid geen inkomen meer hebt, kun je in principe een beroep doen op de Participatiewet (bijstand). Maar er zijn grote haken en ogen.

Ten eerste is er een vermogenstoets. Je hebt alleen recht op bijstand als je vermogen onder een bepaalde grens ligt. In 2026 gelden de volgende grenzen:

  • Alleenstaande: maximaal €16.100 aan vrij vermogen
  • Gehuwden of samenwonenden: maximaal €16.100 gezamenlijk vrij vermogen (gezamenlijke grens)

Heb je een eigen woning, een (kleine) pensioenopbouw of spaargeld boven deze grens? Dan moet je dat eerst opmaken voordat je recht hebt op bijstand. Ook de overwaarde op je huis telt mee in sommige situaties. Dat betekent dat veel zelfstandigen die jarenlang netjes gespaard hebben, jarenlang geen bijstand kunnen aanvragen.

Ten tweede speelt het inkomen van je partner een rol. De bijstand is altijd een aanvulling op het totale huishoudinkomen tot aan de bijstandsnorm. Als je partner werkt en €2.500 netto verdient, terwijl de bijstandsnorm voor gehuwden €2.002 is per januari 2026, heb je geen recht op bijstand — ook al heb je zelf helemaal geen inkomen. Je partners inkomen overstijgt de norm.

De bijstandsnormen per 1 januari 2026 (netto per maand inclusief vakantiegeld):

Situatie Netto maandbedrag 2026
Alleenstaande (21+) €1.401,50
Gehuwden / samenwonenden €2.002,13
Alleenstaande ouder €1.802,15

Dit zijn bedragen op bijstandsniveau — ver beneden wat de meeste ZZP’ers gewend zijn te verdienen. Een zelfstandige consultant die €5.000 per maand verdiende, moet terugvallen op een gezamenlijk huishoudinkomen van maximaal €2.002. Dat is een inkomensdaling van 60% of meer.

Het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz): specifiek vangnet voor ondernemers

Naast de reguliere bijstand bestaat er de Bbz-regeling: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen. Dit is een specifieke regeling voor ondernemers die tijdelijk in financiële problemen zijn gekomen, waaronder door arbeidsongeschiktheid.

De Bbz heeft minder strenge vermogenstoetsen dan de gewone bijstand. Het vermogen van de onderneming wordt anders beoordeeld: als je bedrijfsvermogen meer dan €251.223 bedraagt (2026), wordt de bijstand alsnog verstrekt maar dan als lening. Dat is een belangrijk verschil: voor veel ondernemers met bedrijfsinventaris of een kleine spaarpot is de Bbz toegankelijker dan de reguliere bijstand.

Toch heeft ook de Bbz beperkingen. De regeling is primair bedoeld voor ondernemers van wie verwacht wordt dat het bedrijf levensvatbaar blijft of wordt. Bij langdurige arbeidsongeschiktheid — waarbij het duidelijk is dat je je bedrijf moet staken — is de Bbz geen structurele oplossing. Je kunt dan maar tijdelijk een beroep doen op de regeling. Je vraagt de Bbz aan bij je gemeente; de Rijksoverheid geeft meer informatie over de exacte voorwaarden.

IOAZ: voor oudere ondernemers die moeten stoppen

Voor zelfstandigen ouder dan 55 jaar die door ziekte of arbeidsongeschiktheid gedwongen zijn hun bedrijf te staken, bestaat de IOAZ: de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen. De IOAZ vult het inkomen aan tot het sociaal minimum als je het bedrijf stopt én je inkomen uit arbeid of pensioen te laag is.

De IOAZ geldt alleen als je minimaal één jaar als zelfstandige hebt gewerkt en je inkomensverlies direct samenhangt met het staken van je bedrijf door gezondheidsredenen of leeftijd. De uitkering loopt door totdat je AOW-leeftijd bereikt. Dit is een beperkte maar waardevolle regeling voor de groep 55-plussers die anders volledig buiten de boot vallen.

Wat je netto overhoudt: rekenvoorbeelden 2026

Om de impact concreet te maken, hier drie scenario’s voor zelfstandigen die arbeidsongeschikt raken zonder AOV in 2026:

Scenario 1 — alleenstaande IT-consultant (42 jaar)
Inkomen als ZZP’er: €4.800 netto/maand. Spaarbuffer: €18.000. Vermogen net boven de bijstandsgrens van €16.100. Heeft geen recht op bijstand totdat vermogen tot onder €16.100 is gedaald. Dat duurt bij €1.900 verschil slechts één maand. Daarna: bijstand €1.401,50. Inkomensverlies: 71% van het gebruikelijke inkomen.

Scenario 2 — gehuwde bouwvakker/ZZP (48 jaar), partner werkt
Eigen inkomen: €3.200 netto/maand. Partner verdient €2.800 netto/maand. Bijstandsnorm gehuwden: €2.002. Partners inkomen overstijgt de norm: geen recht op bijstand. Het gezinsinkomen daalt met €3.200 per maand. Vaste lasten plus hypotheek worden opeens niet meer gedekt door één inkomen.

Scenario 3 — alleenstaande zzp-coach (55 jaar)
Inkomen: €2.500 netto/maand. Geen spaarbuffer. Valt na vermogenstoets in bijstand: €1.401,50. Heeft recht op IOAZ als bedrijf gestaakt wordt: aanvulling tot sociaal minimum. Inkomensverlies: 44%.

Wat opvalt in alle drie de scenario’s: er is altijd sprake van een fors inkomensverlies. In het beste geval houdt de alleenstaande nog 56% over van zijn of haar inkomen. Maar scenario 2 toont het grootste risico: een partner die werkt, sluit je automatisch uit van bijstand, ongeacht hoe zwaar jouw eigen situatie is.

Particuliere noodfondsen en andere opties bij tijdelijke nood

Naast de officiële vangnetten zijn er een aantal andere opties voor zelfstandigen in acute financiële nood door arbeidsongeschiktheid:

Gemeentelijke schuldhulpverlening kan ingezet worden als de schulden oplopen. Gemeenten zijn verplicht schuldhulpverlening aan te bieden aan iedereen die dat nodig heeft, inclusief zelfstandigen. Dit helpt niet met inkomensverlies, maar voorkomt dat schulden escaleren.

Stichtingen en noodfondsen — er zijn een beperkt aantal particuliere fondsen die ondernemers in nood ondersteunen. Stichting Ondernemers in Nood (inmiddels opgeheven) had die functie. In 2026 zijn er regionale fondsen actief, maar de capaciteit is beperkt en de procedures tijdrovend. Dit is geen structurele oplossing.

Broodfonds-uitkering: als je voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid lid was van een broodfonds, ontvang je een tijdelijke uitkering van je fondscollega’s. De meeste broodfondsen keren uit bij aantoonbare ziekte van 4 weken of langer, met een maximale uitkeringstermijn van 24 maanden en een maximumbedrag van circa €1.500 per maand. Dat is substantieel minder dan een volwaardige AOV, maar beter dan niets.

Raadpleeg bij twijfel Nibud.nl voor een persoonlijke inkomensinschatting of de Consumentenbond voor vergelijking van AOV-aanbieders.

De verplichte AOV in 2027: stand van zaken in 2026

Het politieke debat over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen heeft in 2026 een cruciale fase bereikt. Op 13 maart 2026 heeft de ministerraad het wetsvoorstel voor de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) goedgekeurd. Op 23 maart stuurde minister Aartsen het voorstel naar de Tweede Kamer. Op 7 april 2026 besprak de Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel en besloot het regulier in behandeling te nemen.

De beoogde invoeringsdatum voor premieheffing is 1 januari 2030 — niet 2027, zoals eerder gesuggereerd. Dat de media nog spreken van "2027" heeft te maken met de oorspronkelijke plannen, maar die zijn bijgesteld. Het kabinet heeft echter wél haast: het BAZ-wetsvoorstel is onderdeel van het Europese Herstel- en Veerkrachtplan. Als Nederland de afspraken over dit onderdeel niet nakomt voor 31 augustus 2026, loopt het kabinet het risico €600 miljoen aan EU-subsidies mis te lopen.

Wat houdt de BAZ in? De regeling biedt een publieke basisverzekering via UWV met de volgende kenmerken:

  • Premie: 5,4% van de winst, maximaal €171 per maand (2026-ramingen)
  • Uitkering: 70% van het wettelijk minimumloon bij volledige arbeidsongeschiktheid
  • Wachttijd: 2 jaar (de eerste twee jaar val je terug op eigen middelen of aanvullende verzekering)
  • Uitkering gaat dus pas in na 104 weken ziekte — voor veel ZZP’ers verre van voldoende

Zelfstandigen die op het moment van invoering al beschikken over een erkende particuliere AOV kunnen mogelijk gebruik maken van overgangsrecht of een opt-out-regeling. De exacte voorwaarden worden in de wet vastgelegd. Wacht je tot 2030, dan gelden mogelijk strengere acceptatiecriteria voor een aanvullende particuliere polis.

Kortom: de verplichte AOV is niet de volledige oplossing voor het inkomensgat. Een uitkering van 70% van het minimumloon — grofweg €1.400 bruto per maand in 2026 — is voor de meeste zelfstandigen slechts een fractie van hun gebruikelijke inkomen. Een aanvullende particuliere AOV blijft daarmee relevant, zelfs na invoering van de BAZ.

Wat te doen als je nu onverzekerd bent

Als je als zelfstandige in 2026 geen AOV hebt, zijn er drie realistische routes:

Route 1: particuliere AOV afsluiten
Dit is de meest complete bescherming. De premie hangt af van beroep, leeftijd, wachttijd en verzekerd bedrag. Een IT-professional van 40 jaar die €2.500 per maand verzekert met een wachttijd van 180 dagen betaalt netto (na belastingaftrek) circa €80-130 per maand. De premie is volledig aftrekbaar als lijfrentepremie. Vergelijk aanbieders via onze vergelijkingstool.

Route 2: broodfonds als tussenoplossing
Een broodfonds biedt een beperkte maar toegankelijke buffer zonder medische keuring. Ideaal als tijdelijke maatregel totdat je een particuliere AOV kunt afsluiten. Let op: een broodfonds telt niet mee voor de opt-out van de verplichte BAZ.

Route 3: buffer opbouwen
Minder populaire maar realistische optie: een spaarbuffer van minimaal 6 maanden vaste lasten. Gecombineerd met een wachttijd van 180 dagen op een AOV geeft dit optimale premieverlaging. Financieel adviseurs raden aan minimaal €15.000-25.000 aan liquide middelen achter de hand te houden als zelfstandige, afhankelijk van je maandlasten.

De realiteit is dat onverzekerd zijn als zelfstandige in 2026 een groot financieel risico vormt. De bijstand en de Bbz zijn vangnetten, maar ze vangen je op bij het sociaal minimum — terwijl je vaste lasten zijn opgebouwd op basis van een ondernemerssalaris. Het gat is groot, de overbrugging pijnlijk. De verplichte BAZ lost het deels op, maar de wachttijd van twee jaar en de maximale uitkering van minimumloon maken een aanvullende verzekering voor de meeste ZZP’ers onontkoombaar. Nu actie ondernemen is verstandiger dan wachten op de peildatum die elk moment kan vallen.

Veelgestelde vragen

Heb ik als ZZP’er recht op bijstand als ik arbeidsongeschikt raak?

Ja, maar er zijn strenge voorwaarden. Je vermogen mag niet boven €16.100 (2026, alleenstaande) uitkomen, en het inkomen van je eventuele partner telt volledig mee. Als je partner werkt en meer verdient dan de bijstandsnorm van €2.002 per maand (gehuwden, 2026), heb je geen recht op bijstand — ook niet als jijzelf niets meer verdient. De bijstandsuitkering bedraagt netto maximaal €1.401,50 per maand voor een alleenstaande.

Wat is het Bbz en kan ik daar gebruik van maken bij arbeidsongeschiktheid?

Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) is een speciale bijstandsregeling voor ondernemers in financiële nood. Bij arbeidsongeschiktheid kun je Bbz aanvragen bij je gemeente. De regeling heeft minder strenge vermogenstoetsen dan gewone bijstand: bedrijfsvermogen tot €251.223 staat niet in de weg. De Bbz is bedoeld als tijdelijke aanvulling, niet als structurele vervanging van een inkomensverzekering.

Wanneer gaat de verplichte AOV in voor zelfstandigen?

De verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) gaat naar verwachting in op 1 januari 2030. Het wetsvoorstel lag in april 2026 bij de Tweede Kamer. Het kabinet heeft haast vanwege een Europese subsidiedeadline van 31 augustus 2026 (anders loopt Nederland €600 miljoen mis). Zelfstandigen die nu al een erkende particuliere AOV hebben, kunnen mogelijk gebruik maken van overgangsrecht of opt-out.

Wat keert de verplichte BAZ uit en is dat genoeg?

De BAZ biedt een uitkering van 70% van het wettelijk minimumloon na een wachttijd van twee jaar. In 2026 betekent dat grofweg €1.400-€1.600 bruto per maand — pas na 104 weken ziekte. Voor de meeste zelfstandigen is dat ver onvoldoende: het dekt niet de eerste twee jaar, en daarna slechts een fractie van een modaal of hoger inkomen. Een aanvullende particuliere AOV blijft daarmee ook na 2030 relevant.

Mag mijn partner’s inkomen meetellen bij de bijstandstoets?

Ja, absoluut. De bijstand is altijd een aanvulling op het totale huishoudinkomen tot de bijstandsnorm. Verdient je partner meer dan de van toepassing zijnde norm (€2.002 netto voor gehuwden per 1 januari 2026), dan ontvang je geen bijstand. Dit is een van de grootste problemen voor zelfstandigen die arbeidsongeschikt raken en een werkende partner hebben: je valt buiten elk vangnet.

Wat kost een AOV als ik nu begin?

De premie hangt af van leeftijd, beroep, wachttijd en het gewenste maandbedrag. Als indicatie: een 40-jarige zelfstandige in een kantoorBeroep die €2.000 per maand verzekert met 180 dagen wachttijd en eindleeftijd 65 betaalt bruto circa €90-180 per maand. Na belastingaftrek (AOV-premies zijn volledig aftrekbaar) resteert netto circa €60-115. Zware beroepen betalen twee tot drie keer meer. Begin je nu, vóór de peildatum, dan behoud je de meeste keuze in dekking, wachttijd en aanbieder.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie