Stel dat je partner morgen overlijdt. Niet om aan te denken, maar financieel gezien is het een scenario dat je niet kunt negeren. Twee inkomens worden er een, vaste lasten blijven gewoon doorlopen en de hypotheek vraagt elke maand zijn deel. Een overlijdensrisicoverzekering (ORV) is het instrument dat je in staat stelt dit risico concreet af te dekken: een eenmalige uitkering op het moment dat het er echt toe doet. In 2026 zijn de premies gemiddeld 5 tot 35 euro per maand, afhankelijk van leeftijd, gezondheid en verzekerd bedrag. Voor veel stellen is dat een kleine investering met een groot vangnet.
Tegelijk is de ORV-markt veranderd. De invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) heeft het nabestaandenpensioen via de werkgever ingrijpend herzien: het wordt voortaan berekend als percentage van je salaris (maximaal 50%), onafhankelijk van dienstjaren. Dat klinkt als winst, maar voor veel mensen betekent het in de praktijk dat het nabestaandenpensioen lager uitvalt dan ze verwachtten. Een private ORV vult precies dat gat op.
Wat dekt een overlijdensrisicoverzekering bij overlijden partner?
Een ORV keert een vooraf afgesproken kapitaal uit aan de begunstigde zodra de verzekerde overlijdt binnen de looptijd van de polis. Je bepaalt zelf wie de begunstigde is, in de praktijk bijna altijd de partner. De uitkering is vrij van inkomstenbelasting en de nabestaande mag zelf beslissen hoe het geld wordt ingezet: hypotheek aflossen, inkomen aanvullen, kinderopvang betalen of gewoon een buffer opbouwen voor onvoorziene kosten.
Wat de ORV niet is: een spaarverzekering of beleggingsproduct. Er bouwt zich geen vermogen op zolang de verzekerde in leven blijft. Bij afloop zonder overlijden is de premie betaald voor de zekerheid die je had, niet voor de uitkering die je niet nodig had. Dat onderscheid is belangrijk bij het vergelijken met een levensverzekering met spaardeel.
Je kunt kiezen tussen twee hoofdvormen. Een gelijkblijvende ORV keert altijd hetzelfde bedrag uit, ongeacht wanneer je overlijdt. Een dalende ORV is gekoppeld aan een annuitaire of lineaire hypotheek: naarmate de schuld daalt, neemt ook de uitkering af. De maandpremie van de dalende variant is lager, maar biedt minder flexibiliteit als er naast de hypotheek andere financiele lasten zijn.
Wat verandert er in 2026 door de Wet toekomst pensioenen?
Per 1 januari 2028 moeten alle pensioenfondsen volledig zijn overgegaan op het nieuwe stelsel, maar in 2026 lopen veel transitietrajecten al volop. Voor nabestaanden is de grootste verandering dat het partnerpensioen niet langer afhankelijk is van het aantal dienstjaren. Voorheen gold: hoe korter je in dienst was, hoe minder je partner zou krijgen. Onder de Wtp geldt een vast percentage van het pensioengevend salaris, met een maximum van 50 procent.
Dat klinkt gunstig, maar er is een keerzijde. Voor werknemers die lang bij dezelfde werkgever zaten en onder de oude regels een hoog nabestaandenpensioen hadden opgebouwd, kan het nieuwe systeem lager uitpakken. En voor ZZP-ers, flexwerkers of mensen zonder pensioenregeling verandert er helemaal niets: zij vallen volledig buiten de werkgeversregeling en zijn voor de bescherming van hun partner volledig aangewezen op een private ORV.
Controleer via je pensioenoverzicht op mijnpensioenoverzicht.nl wat je nabestaandenpensioen bedraagt. Het verschil tussen wat je partner via de werkgever krijgt en wat jullie maandelijks nodig hebben, is precies het bedrag dat een ORV moet afdekken.
Hoeveel premie betaal je in 2026?
De premie van een overlijdensrisicoverzekering is in de afgelopen jaren gedaald door felle concurrentie op de markt en verbeterde medische risicobeoordeling. In 2026 kun je voor een gezonde niet-roker van 35 jaar, voor een verzekerd bedrag van 200.000 euro met een looptijd van 30 jaar, rekenen op een maandpremie tussen de 10 en 25 euro. Roken verhoogt die premie met 50 tot 150 procent. Overgewicht, verhoogde bloeddruk of een erfelijke aandoening in de familiegeschiedenis kunnen de premie verder opdrijven of tot medische beoordeling leiden.
Volgens onderzoek van vergelijkingssites kan ongeveer 75 procent van de ORV-polishouders besparen door over te stappen. Dat betekent niet dat je zomaar moet overstappen: bij een nieuwe polis moet je opnieuw medische vragen beantwoorden, en als je gezondheid is veranderd, kan de nieuwe premie juist hoger uitvallen. Laat je altijd adviseren voordat je een bestaande polis opzegt.
| Leeftijd | Kapitaal | Looptijd | Maandpremie indicatie |
|---|---|---|---|
| 30 jaar | 150.000 euro | 30 jaar | ca. 7-15 euro |
| 35 jaar | 200.000 euro | 30 jaar | ca. 10-25 euro |
| 40 jaar | 200.000 euro | 25 jaar | ca. 15-35 euro |
| 45 jaar | 150.000 euro | 20 jaar | ca. 20-50 euro |
Bij hogere bedragen of boven de 45 jaar kan de verzekeraar een medische keuring vereisen. Dat is gebruikelijk en geen reden tot zorg, zolang je eerlijk antwoordt op de gezondheidsverklaring.
Hoeveel moet je verzekeren?
De meest gemaakte fout is het onderverzekeren. Mensen gaan uit van alleen de hypotheek, maar de werkelijkheid van een alleenstaande ouder of een partnerloze huishoudvoerder is complexer. Denk aan kinderopvang of oppaskosten als je zelf meer gaat werken, studiekosten van kinderen, het wegvallen van mantelzorg, of de kosten van huishoudelijke hulp die je partner altijd deed.
Een handige vuistregel: bereken hoeveel netto inkomen je partner per jaar mist na jouw overlijden, en vermenigvuldig dat met het aantal jaren dat die situatie duurt (tot de jongste 25 is, of tot je partner met pensioen gaat). Voeg daar de resterende hypotheekschuld bij op als die niet apart is afgedekt via NHG of een andere constructie. Het totaal is je streefbedrag voor de ORV.
Een onafhankelijke financieel adviseur of verzekeringstool kan helpen dit bedrag nauwkeuriger te berekenen. Let op: vergelijkingssites geven een goede eerste indruk, maar voor complexere situaties (twee ORVs, ZZP, gezondheidsproblemen) is persoonlijk advies meer waard dan de goedkoopste premie op de vergelijkingssite.
Gezamenlijke of twee aparte polissen?
Een gezamenlijke ORV heeft een gezamenlijke premie en administratie, maar heeft een fundamentele beperking: bij overlijden van een van de partners keert de polis uit en eindigt de verzekering. De langstlevende partner heeft dan geen dekking meer, op een moment waarop afsluiten opnieuw misschien duurder of moeilijker is door leeftijd of gezondheidsproblemen.
Twee aparte polissen kosten iets meer in totaal, maar bieden elke partner onafhankelijke bescherming. Als de ene partner overlijdt, loopt de polis van de ander gewoon door. Bij gezinnen met kinderen, of bij partners met een sterk verschillend inkomen, is dit vrijwel altijd de verstandigere keuze. Bespreek met je adviseur welke verdeling van verzekerde bedragen logisch is: als een van de partners het meeste verdient, is de financiele terugval voor de ander groter en heeft die partner dus meer dekking nodig.
Wat je nooit mag vergeten: de polisdetails
De premie is het meest zichtbare deel van een ORV, maar de polisvoorwaarden bepalen uiteindelijk of de uitkering ook echt plaatsvindt. Controleer altijd deze vijf punten voor je tekent.
Uitsluitingen: Keert de polis ook uit bij zelfdoding, bij gevaarlijke sporten of bij een gevaarlijk beroep? Veel polissen hanteren een wachttijd van een of twee jaar voor zelfdoding. Als je bergklimt of duikt, vraag dan expliciet of dit gedekt is.
Begunstiging: Is de begunstiging ingesteld op naam van je partner, of staat er een algemene omschrijving? Als je niet gehuwd of geregistreerd samenleeft, is het essentieel om de begunstigde op naam te noemen, anders kan de uitkering naar de erfgenamen gaan in plaats van naar je partner.
Medische acceptatie: Heb je alle vragen naar waarheid beantwoord? Het achterhouden van een aandoening, zelfs als je die vergeten bent te melden, kan ertoe leiden dat de verzekeraar de uitkering weigert. Raadpleeg je huisarts als je twijfelt over een medische aandoening in je verleden.
Indexatie: Een uitkering van 200.000 euro voelt over 20 jaar anders aan dan nu. Vraag of er een indexatieclausule is die het verzekerd bedrag meestijgt met inflatie, of sluit bewust een hoger bedrag af om koopkrachtverlies op te vangen.
Omzettingsrecht: Kan je de polis aanpassen als je leven verandert, zonder nieuwe medische acceptatie? Bij scheiding, geboorte van een kind of inkomensstijging kan je dekkingsbehoefte veranderen. Flexibiliteit in de polis is dan waardevol.
Raadpleeg bij twijfel de onafhankelijke informatie van de Consumentenbond over overlijdensrisicoverzekeringen of bekijk de consumentenwijzer van de Autoriteit Financiele Markten (AFM) voor onafhankelijk keuzeadvies.
Een ORV is geen ingewikkeld product, maar de keuzes die je maakt bij afsluiten hebben gevolgen voor decennia. Neem er de tijd voor, bereken je echte behoefte, en laat je niet verleiden door alleen de laagste premie. Je partner verdient betere bescherming dan de goedkoopste polis op de vergelijkingssite. Bekijk ook onze gids over levensverzekeringen voor een bredere context rondom financiele bescherming na overlijden.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een ORV en een levensverzekering?
Een overlijdensrisicoverzekering (ORV) is een puur risicoProduct: je betaalt premie en de polis keert alleen uit als je overlijdt binnen de looptijd. Er is geen spaardeel. Een levensverzekering kan naast de overlijdensdekking ook een spaarelement bevatten waarbij vermogen wordt opgebouwd dat uitgekeerd wordt aan het einde van de looptijd of bij overlijden. ORV-premies zijn daardoor veel lager dan bij gemengde levensverzekeringen. Voor het beschermen van je partner bij overlijden is een ORV doorgaans de meest efficiënte en transparante keuze.
Is een overlijdensrisicoverzekering verplicht bij een hypotheek in 2026?
Nee, een ORV is in 2026 niet wettelijk verplicht bij het afsluiten van een hypotheek. Bij hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) was een ORV vroeger soms vereist, maar die eis is al jaren geleden losgelaten. Banken mogen een ORV als voorwaarde stellen, maar dat gebeurt steeds minder. Financieel gezien is het echter sterk aan te raden om de hypotheek wel te dekken met een ORV, zeker als je partner het huis wil kunnen aanhouden bij jouw overlijden en niet zelfstandig de hypotheeklasten kan dragen.
Hoe verandert de Wtp het nabestaandenpensioen voor mijn partner?
De Wet toekomst pensioenen (Wtp), die gefaseerd ingaat vanaf 2026, berekent het partnerpensioen voortaan als een vast percentage van je pensioengevend salaris, met een maximum van 50 procent. De koppeling aan dienstjaren vervalt. Voor werknemers met een lang dienstverband bij dezelfde werkgever kan dit lager uitpakken dan het oude stelsel. ZZP-ers en flexwerkers bouwen helemaal geen nabestaandenpensioen op via een werkgever en zijn volledig aangewezen op een private ORV om hun partner te beschermen. Check je situatie via mijnpensioenoverzicht.nl.
Kan ik een ORV afsluiten als ik gezondheidsklachten heb?
Ja, in veel gevallen wel, maar de verzekeraar zal je situatie beoordelen via een gezondheidsverklaring. Bij ernstige aandoeningen, een hoog risicoprofiel of een hoog verzekerd bedrag kan een medische keuring worden gevraagd. Sommige aandoeningen leiden tot een premieopslag, andere tot uitsluitingen van specifieke doodsoorzaken. Het is cruciaal om alle medische vragen eerlijk en volledig te beantwoorden, ook als een aandoening al jaren geleden was. Zwijgen over een kwaal kan later leiden tot weigering van de uitkering, op het moment dat je nabestaanden die het hardst nodig hebben.
Wat gebeurt er met de ORV bij scheiding?
Bij scheiding moet je de polis altijd herzien. Als je een gezamenlijke ORV had, kan die worden gesplitst of omgezet naar twee aparte polissen. Als je een individuele polis had met je ex-partner als begunstigde, moet je de begunstiging direct aanpassen. Doe je dat niet, dan keert de verzekeraar bij jouw overlijden uit aan je ex-partner, ook als je al jaren gescheiden bent en een nieuwe partner hebt. Een nieuw leven vraagt om een nieuwe begunstiging, en bij een nieuwe partner ook om een nieuwe financiele analyse van hoeveel dekking er nodig is.
Kan ik mijn ORV meenemen als ik van werkgever wissel?
Een private ORV staat los van je werkgever en is volledig overdraagbaar: je wisselt van baan, maar je polis loopt gewoon door. Dat is een groot voordeel ten opzichte van een collectieve dekking via de werkgever. Bij een collectieve regeling verlies je de dekking als je uit dienst treedt, en het nabestaandenpensioen kan tijdelijk een gat vertonen. Juist tijdens de periode tussen twee banen is een private ORV extra waardevol als vangnet. Controleer bij elke baanwisseling opnieuw of je totale dekking nog klopt met je werkelijke dekkingsbehoefte.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










