Beste AOV voor ZZP: zo kies je de juiste dekking in 2026

Timo van Loon

Geupdate op:

ZZP-professional werkt geconcentreerd achter computer — AOV voor zelfstandigen

Je leest dit artikel in 8 minuten

Als zzp’er loop je een risico dat veel zelfstandigen onderschatten: arbeidsongeschiktheid. Geen werk, geen inkomen — en er is geen werkgever die twee jaar je loon doorbetaalt. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is dan ook de meest cruciale verzekering die je als zelfstandige kunt afsluiten. Het lastige is niet of je er een nodig hebt, maar welke polis echt bij jouw situatie past.

In 2026 staat de AOV-markt bovendien in beweging. De verplichte AOV voor zzp’ers (Wet BAZ) is in behandeling bij de Tweede Kamer. Dat betekent dat je nu de kans hebt om vrijwillig een polis te kiezen die later ook aan de verplichte basisnormen voldoet — en daarmee dubbele administratie voorkomt. Kiezen op basis van pure prijs is daarin geen goede strategie. Kiezen op basis van dekking en voorwaarden wel.

Wat bepaalt de kwaliteit van een AOV?

Een AOV heeft een stuk of vijf variabelen die samen bepalen hoeveel bescherming je echt krijgt. De premie is het gevolg van die keuzes, niet het startpunt. Wie met de premie begint en daarna achteruit redeneert, eindigt bijna altijd met een polis die net op het moment dat het ertoe doet te weinig uitkeert.

De vijf kernvariabelen zijn: het arbeidsongeschiktheidscriterium, de wachttijd, de hoogte van de uitkering, de einddatum van de uitkering en de acceptatievoorwaarden. Elk van die vijf verdient een bewuste keuze — niet een keuze die je een adviseur laat maken zonder dat je begrijpt wat je tekent.

Beroepscriterium versus passende arbeid: het verschil in de praktijk

Het arbeidsongeschiktheidscriterium is de meest bepalende keuze in je polis. Er zijn twee hoofdvarianten: beroepsarbeidsongeschiktheid en passende arbeid. Bij het beroepscriterium ben je verzekerd voor het geval je je eigen beroep niet meer kunt uitoefenen. Als je als fysiotherapeut door een rughernia niet meer kunt behandelen, keert de verzekeraar uit — ook als je theoretisch als receptionist zou kunnen werken.

Bij het passende arbeid-criterium kijkt de verzekeraar breder. Kun je in redelijkheid een andere baan uitoefenen die bij je opleiding en ervaring past? Dan tel je niet als volledig arbeidsongeschikt. Een ervaren projectmanager die zijn arm breekt, kan bij dit criterium worden geacht op een andere manier inkomen te verdienen — zelfs als dat inkomen een stuk lager ligt. Het premievoordeel bij passende arbeid kan oplopen tot 30 procent, maar de bescherming is aanzienlijk minder robuust.

Veel polissen werken met een hybride opzet: het eerste jaar geldt het beroepscriterium, daarna schakelt de polis over naar passende arbeid. Dat klinkt als een redelijk compromis, maar het is precies de valkuil. Langdurige arbeidsongeschiktheid begint vaak pas na het eerste jaar echt financieel te bijten — en dan sta je bij het zwakkere criterium. Als je een beroep uitoefent waarbij lichamelijke of mentale inzetbaarheid cruciaal is, kies dan voor het zuivere beroepscriterium voor de volledige uitkeringsduur. Dat kost meer, maar het is de reden waarom je de verzekering sluit.

Wachttijd: je eigen risico in tijd

De wachttijd is de periode vanaf het moment van arbeidsongeschiktheid totdat de verzekeraar begint uit te keren. Gangbare opties zijn 14, 30, 60, 90 of 180 dagen. Hoe langer de wachttijd, hoe lager de premie — het premieverschil tussen 14 dagen en 90 dagen wachttijd kan bij een gelijkwaardige polis al snel 35 tot 40 procent bedragen.

De juiste wachttijd hangt af van je financiele buffer. Als je drie maanden kunt overbruggen op eigen spaargeld, dan is een wachttijd van 90 dagen vaak de verstandigste keuze: je betaalt structureel minder premie en je eigen buffer dekt de tussenperiode. Heb je weinig reserves en een krappe cashflow, dan is een kortere wachttijd van 14 of 30 dagen zinvoller, ook al is die duurder. Kijk ook naar je opdrachtgeversrelaties: als je bij ziekte nog facturen hebt uitstaan die de eerste maand dekken, kun je vaak met een langere wachttijd toe.

Let op dat je bij een langere wachttijd ook de eerste periode volledig zelf financiert. Bij een polis met 180 dagen wachttijd en een maandinkomen van 4.000 euro moet je ruim 24.000 euro kunnen opvangen voordat de verzekeraar bijspringt. Dat is voor veel zzp’ers onhaalbaar zonder aparte buffer.

Hoogte en einddatum van de uitkering

De maximale uitkering die verzekeraars toestaan is doorgaans 80 procent van je gemiddeld jaarloon, berekend over de afgelopen drie jaar. Je kunt ook kiezen voor een vaste maandelijkse uitkering, bijvoorbeeld 3.000 of 4.500 euro per maand. Bij een vast bedrag heb je meer zekerheid over wat je krijgt; bij een inkomensafhankelijke polis loopt de uitkering mee als je omzet stijgt.

De einddatum is de leeftijd waarop de uitkering stopt. De meest voorkomende opties zijn 60, 65 of 67 jaar. Een polis tot 67 jaar is beduidend duurder dan een die stopt op je 60e, maar die goedkopere optie laat je met een financieel gat van zeven jaar als je op je 55e uitvalt. De AOW begint pas op 67 jaar. Wie kiest voor een einddatum van 60 of 65 jaar neemt een risico dat de meeste adviseurs onderschatten.

Voor een 35-jarige zzp’er in een kantoorprofessie geldt als indicatie: een polis met 3.000 euro maandelijkse uitkering, 90 dagen wachttijd en einddatum 67 jaar kost bij beroepscriterium gemiddeld tussen de 130 en 220 euro per maand bruto, afhankelijk van de aanbieder en je beroepsklasse. De premie is fiscaal aftrekbaar als bedrijfskosten via de inkomstenbelasting.

Movir, De Goudse en De Amersfoortse vergeleken

De drie meest genoemde aanbieders voor zzp-AOV zijn Movir, De Goudse en De Amersfoortse. Ze richten zich alle drie op de zzp-markt, maar met een duidelijk andere insteek.

Movir richt zich uitsluitend op hoger opgeleide professionals en hanteert standaard het zuivere beroepscriterium voor de volledige looptijd. Dat is een sterk punt: er wordt niet geswitcht naar passende arbeid na het eerste jaar. Movir staat bekend om een transparante medische acceptatieprocedure en een relatief strak productaanbod zonder veel keuzemenu. Het nadeel is de beperkte toegankelijkheid voor beroepsgroepen buiten het hoger opgeleid segment, en de premies liggen doorgaans aan de bovenkant van de markt.

De Goudse biedt zzp-AOV via zijn Zelfstandige Zekerheid-product. De polis is modulair opgebouwd: je kiest zelf het criterium, de wachttijd en de einddatum. De Goudse accepteert een brede range aan beroepen, ook in de ambachtelijke en technische sector. De flexibiliteit is een pluspunt, maar vraagt ook dat je als verzekerde bewust de juiste knoppen omzet. Wie klakkeloos voor passende arbeid kiest omdat dat goedkoper is, beschermt zichzelf onvoldoende.

De Amersfoortse is marktleider in de zzp-AOV en biedt drie productlijnen: Budget, Groei en Flexibel. De Budget-lijn is de goedkoopste variant met beperktere dekking en gangbaar-arbeid-criterium. De Flexibele lijn geeft de meeste aanpasbaarheid op elk moment. De Amersfoortse scoort hoog op klantbeoordeling en revalidatiebegeleiding: ze investeren actief in hersteltrajecten om uitval te bekorten. Dat vertaalt zich in lagere claimpremies op de lange termijn. Hun acceptatietraject is grondiger dan gemiddeld, wat betekent dat je bij afsluiting goed wordt doorgelicht — maar ook dat er minder verrassingen zijn bij schade.

Een directe premievergelijking is lastig te maken zonder concreet profiel, maar als vuistregel geldt: Movir is het duurste bij het beroepscriterium en het meest transparant; De Amersfoortse zit in het middensegment met de meeste gebruikersondersteuning; De Goudse is flexibel en concurrerend, maar vereist meer eigen kennis bij het samenstellen van de polis. Laat je altijd door een onafhankelijk AOV-adviseur doorrekenen voor je eigen profiel.

Medische acceptatie: hier gaat het mis

Een veelgemaakte fout is een AOV afsluiten zonder de medische acceptatie serieus te nemen. Verzekeraars vragen bij aanvraag je medische voorgeschiedenis op. Bestaande klachten — ook als die jaren geleden zijn, zoals een burnout, rugklachten of een oude knieblessure — kunnen leiden tot uitsluitingen in de polis. Dat betekent dat je weliswaar een AOV hebt, maar dat uitval door precies die klacht niet wordt vergoed.

De AFM raadt aan om bij een aanvraag altijd een medisch adviseur of onafhankelijk tussenpersoon in te schakelen, zeker als je een voorgeschiedenis hebt. Sommige verzekeraars bieden een medische no-claim waarmee je een korting krijgt als je nooit een uitkering claimt; dat klinkt aantrekkelijk, maar mag nooit de aanleiding zijn om klachten niet te melden bij aanvraag. Dat leidt tot dekking die bij schade nietig verklaard wordt.

Kijk ook naar de acceptatieroute. Movir werkt met een uitgebreid gezondheidsformulier plus soms aanvullend medisch onderzoek. De Amersfoortse en De Goudse hanteren risicoklassen per beroep en doen een eerste beoordeling op basis van formulieren. Hoe grondiger de acceptatie vooraf, hoe stabieler de polis bij schade.

Verplichte AOV voor zzp en de Wet BAZ

In 2026 is de Wet BAZ (Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) in behandeling bij de Tweede Kamer. Als de wet wordt aangenomen, worden alle zelfstandigen verplicht een basisverzekering af te sluiten via UWV of een erkende private verzekeraar. De verwachte basispremie voor de UWV-variant ligt rond de 150 tot 200 euro per maand voor een uitkering van 70 procent van het minimumloon. Wie al een private AOV heeft die voldoet aan de minimumnormen, is vrijgesteld van de UWV-verplichting.

Dat geeft een extra reden om nu een kwalitatief goede polis te kiezen: een polis die voldoet aan de komende BAZ-normen beschermt je dubbel. Je hoeft geen publieke basisverzekering bij te nemen, en je hebt betere dekking dan het minimumloon-vangnet dat de wet biedt. Meer informatie over de voortgang van het wetsvoorstel vind je via rijksoverheid.nl.

Hoe maak je nu de juiste keuze?

Een AOV kiezen doe je stap voor stap. Stel eerst vast welk netto maandinkomen je nodig hebt om rond te komen — niet wat je nu verdient, maar wat je minimaal nodig hebt. Bepaal daarna hoe lang je zelf kunt overbruggen bij ziekte: een maand, drie maanden, zes maanden? Dat bepaalt je wachttijd. Kies vervolgens bewust voor het beroepscriterium als je werk lichamelijk of mentaal gespecialiseerd is. Kijk daarna pas naar de premie en vergelijk aanbieders.

Gebruik een AOV-vergelijkingstool om indicatieve premies op te halen, maar trek daarna altijd een onafhankelijk adviseur in voor de definitieve offerte. De premie is aftrekbaar, de keuze is definitief — neem er de tijd voor. Wie nu een solide AOV afsluit met het juiste criterium en een realistische einddatum, staat bij uitval beschermd tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen beroepscriterium en passende arbeid bij een AOV?

Bij het beroepscriterium keert de verzekeraar uit als je je eigen beroep niet meer kunt uitoefenen, ongeacht of je ander werk zou kunnen doen. Bij passende arbeid kijkt de verzekeraar breder: als je redelijkerwijs ander werk kunt doen dat bij je opleiding en ervaring past, tel je niet als volledig arbeidsongeschikt. Het beroepscriterium biedt de sterkste bescherming en heeft een hogere premie. Voor specialistische beroepen en zelfstandigen met een specifiek vak is het beroepscriterium de verstandigste keuze.

Welke wachttijd is het beste voor mij als zzp’er?

De beste wachttijd hangt af van je financiele buffer. Heb je drie maanden spaargeld om een periode van ziekte te overbruggen, dan is 90 dagen wachttijd een goed compromis: je betaalt 30 tot 40 procent minder premie dan bij 14 dagen wachttijd, en je eigen reserves dekken de tussenperiode. Heb je weinig reserves, kies dan voor 14 of 30 dagen. Een buffer opbouwen van minimaal drie maandslasten is sowieso verstandig voor elke zzp’er, onafhankelijk van de AOV-keuze.

Wat is beter: Movir, De Goudse of De Amersfoortse?

Dat hangt sterk af van je profiel. Movir is de beste keuze als je hoger opgeleid bent en zuiver beroepscriterium wilt zonder twijfel over de uitleg van de polis. De Amersfoortse is marktleider met de meeste productvarianten, sterke revalidatiebegeleiding en brede acceptatie. De Goudse is flexibel en geschikt als je een modulaire polis wilt samenstellen. Vraag altijd offertes op bij minimaal twee aanbieders via een onafhankelijk adviseur voordat je een keuze maakt.

Hoe hoog mag mijn AOV-uitkering zijn als zzp’er?

De maximale uitkering bedraagt doorgaans 80 procent van je gemiddelde jaarinkomen over de afgelopen drie jaar. Je kunt ook kiezen voor een vaste maandelijkse uitkering, onafhankelijk van je actuele inkomen. Houd er rekening mee dat de uitkering belast is als inkomen. Een bruto-uitkering van 3.500 euro per maand levert na belasting minder op — reken met een netto equivalent van 70 tot 75 procent om echt te weten wat je overhoudt.

Is de AOV-premie aftrekbaar als zzp’er?

Ja. AOV-premies zijn voor zzp’ers fiscaal aftrekbaar als bedrijfskosten in de aangifte inkomstenbelasting. Je trekt de premie af in box 1. Het belastingvoordeel hangt af van je marginale tarief: in 2026 is dat 36,97 procent voor inkomens tot circa 75.000 euro en 49,5 procent daarboven. Laat een fiscalist of boekhouder de exacte aftrekruimte berekenen, zeker als je ook lijfrente-aftrek toepast. Meer informatie via de Rijksoverheid zzp-pagina.

Wat verandert er door de verplichte AOV (Wet BAZ) in 2026?

De Wet BAZ verplicht zzp’ers een basisverzekering af te sluiten bij UWV of een erkende private partij. De verwachte basisdekking ligt op 70 procent van het minimumloon. Wie al een kwalitatieve private AOV heeft die voldoet aan de minimumnormen, is vrijgesteld van de UWV-variant. De wet is in 2026 nog in behandeling; verwacht wordt dat de verplichting pas ingaat na een overgangsperiode. Houd de voortgang bij via rijksoverheid.nl en ZZP Nederland.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie