Je hoest drie weken lang en kunt nauwelijks aan je werk komen. Of erger: je valt uit met een slepende rugklacht en de dokter zegt dat je zeker twee maanden rust nodig hebt. Als werknemer doet dat pijn, maar je werkgever betaalt gewoon door. Als zzp’er is dat anders — er is niemand die jouw facturen overneemt terwijl jij op de bank ligt.
In 2026 is er meer bewustzijn dan ooit over dit financiële risico, mede doordat de overheid actief werkt aan een verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid (BAZ) voor zelfstandigen. Maar zelfs als die er straks komt, geldt er een wachttijd van twee jaar — en is de vraag dus: wat doe je in de tussentijd? Dit artikel gaat niet over de vraag of je een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) nodig hebt, maar over de vraag hoe je de wachttijd van je AOV slim kiest op basis van je spaarbuffer, zodat je premie betaalbaar blijft zonder onverantwoord risico te nemen.
Kortdurende ziekte versus langdurige arbeidsongeschiktheid
Het is cruciaal om twee situaties uit elkaar te houden. Griep, een botbreuk, een keelontsteking: dat zijn aandoeningen die je een paar dagen tot een paar weken uit de running halen. Vervelend, maar beheersbaar met een buffer. Longontsteking die weken uitloopt, burnout, hartklachten, ernstige rugaandoening — dat is iets anders. Dat zijn situaties die maanden of zelfs jaren duren, waarbij je inkomen structureel wegvalt.
Een AOV vergoedt het inkomensverlies bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Maar élke AOV heeft een eigenrisicoperiode — ook wel wachttijd of eigen risicotermijn genoemd. Dat is de periode aan het begin van je arbeidsongeschiktheid die voor jouw rekening komt. Pas daarna springt de verzekeraar bij. Die eerste weken of maanden moet je dus zelf financieren, ofwel uit je buffer, ofwel via een broodfonds, ofwel allebei.
Hoe werkt de AOV-wachttijd en wat kost die keuze?
Bij particuliere AOV-verzekeraars kun je in 2026 kiezen uit wachttijden van doorgaans 14 dagen, 30 dagen, 60 dagen, 90 dagen, 6 maanden, 1 jaar of 2 jaar. De rekensom is simpel: hoe langer je wachttijd, hoe minder risico de verzekeraar loopt, en hoe lager de premie.
Concreet kan het verschil fors zijn. Wie kiest voor een eigenrisicotermijn van 14 dagen in plaats van 3 maanden betaalt bij sommige verzekeraars tot 40% meer premie. Een verschuiving van 1 maand naar 3 maanden eigen risico scheelt al snel 20 tot 30% in jaarpremie. Stel dat je bij een korte wachttijd van 30 dagen €250 per maand betaalt, dan kan een wachttijd van 3 maanden die premie terugbrengen naar €175 per maand — een besparing van €900 per jaar. Over tien jaar is dat €9.000 euro die je in je buffer had kunnen stoppen.
De tabel hieronder geeft een indicatief beeld voor een gezonde zelfstandige van 35 jaar met een verzekerd inkomen van €3.000 per maand:
| Wachttijd | Indicatieve maandpremie | Benodigde eigen buffer |
|---|---|---|
| 14 dagen | ±€280 | ~€1.500 |
| 1 maand | ±€230 | ~€3.000 |
| 3 maanden | ±€175 | ~€9.000 |
| 6 maanden | ±€130 | ~€18.000 |
| 1 jaar | ±€95 | ~€36.000 |
| 2 jaar | ±€60 | ~€72.000 |
Indicatieve bedragen; exacte premies hangen af van leeftijd, beroepsklasse, verzekerd bedrag en verzekeraar.
Hoeveel buffer heb je echt nodig als zzp’er?
Nibud adviseert zzp’ers om minimaal 3 tot 5 maanden vaste lasten als financiële buffer aan te houden — bovenop de normale huishoud-buffer die ook werknemers zouden moeten hebben. Dat gaat dus specifiek over je woonlasten, boodschappen, verzekeringen en abonnementen, niet over wat je normaal gesproken ook uitgeeft aan vakantie of kleding. Nibud heeft hiervoor ook een gratis BufferBerekenaar beschikbaar.
Concreet rekenen: als je vaste maandlasten €2.500 zijn (huur, boodschappen, vaste verzekeringen, abonnementen), heb je bij een wachttijd van 3 maanden minimaal €7.500 nodig die je direct beschikbaar hebt. Heb je ook nog zakelijke vaste lasten — denk aan huur bedrijfsruimte, software-abonnementen, leaseverplichting — dan telt dat mee in de berekening. Veel zzp’ers kiezen ervoor om een aparte spaarrekening bij te houden die alleen voor dit doel bestemd is en niet aangesproken wordt voor reguliere zakelijke tegenvallers.
Naast de wachttijd-buffer is er nog een ander risico: kortdurende ziekte die net buiten je wachttijd valt. Een griep van 10 dagen bij een wachttijd van 14 dagen kost je 10 dagdelen omzet die de verzekeraar niet vergoedt, ook al zit je wachttijd er bijna aan. Die kleine uitval — de twee weken griep per jaar, de tandartsdag, de migraine-aanval — moet je ook zelf dekken. Dat is een extra reden om nooit je volledige buffer in te plannen voor alleen de wachttijddekking.
De rol van een broodfonds naast een AOV
Een broodfonds is geen verzekeringsproduct, maar een onderlinge solidariteitsregeling tussen zelfstandigen. Een groep van minimaal 20 tot maximaal 50 ondernemers die elkaar kennen en vertrouwen, zetten elke maand geld opzij. Wie ziek wordt en niet kan werken, ontvangt schenkingen van de andere leden. De eerste maand is altijd eigen risico; daarna kun je maximaal 2 jaar schenkingen ontvangen.
De kosten zijn overzichtelijk: bij Broodfonds.nl betaal je eenmalig €225 inschrijfgeld en €10 per maand contributie. De maandelijkse inleg hangt af van het schenkingsniveau dat je kiest: €33,75 per maand voor een schenking van €750 per maand bij ziekte, oplopend tot €112,50 voor een maandelijkse schenking van €2.500. Uitkeringen zijn fiscaal gezien schenkingen en tot de schenkingsvrijstelling (circa €2.600 per jaar in 2026) belastingvrij.
De combinatie van een broodfonds met een AOV met langere wachttijd is voor veel zzp’ers de slimste en betaalbare aanpak:
- Het broodfonds dekt de eerste 2 jaar bij ziekte — het kortdurende en middellange risico.
- De AOV met wachttijd van 2 jaar neemt het over als de arbeidsongeschiktheid langer aanhoudt en keert uit tot aan je pensioenleeftijd.
- De AOV-premie bij een wachttijd van 2 jaar is aanzienlijk lager dan bij 30 of 90 dagen — de besparing bekostigt grotendeels de broodfondsbijdrage.
Let wel: een broodfonds vergt wederzijds vertrouwen en is niet geschikt voor iedereen. Je bent afhankelijk van de gezondheid van de andere leden en de regels van de specifieke groep. Bovendien geeft het broodfonds geen garantie — het is een schenkingsregeling, geen uitkering. Bij een gezonde groep werkt het goed; bij een groep met veel zieken kan de pot snel slinken. Meer info vind je op broodfonds.nl.
Hoe stem je wachttijd en buffer op elkaar af?
De kernvraag is: hoeveel maanden kun jij zelf overbruggen zonder dat je financieel in de problemen komt? Dat bepaalt je maximale wachttijd. De rekensom in drie stappen:
- Bepaal je maandelijkse vaste lasten — privé én zakelijk. Dat is het bedrag dat je maandelijks nodig hebt om alle verplichtingen te voldoen, ook als je geen cent factureert.
- Tel je beschikbare liquide middelen — wat staat er direct opeisbaar op je spaar- of zakelijke rekening, exclusief geld dat je nodig hebt voor belasting, btw-reserveringen en lopende projecten?
- Deel de beschikbare buffer door je maandlasten — dat is het aantal maanden dat je kunt overbruggen. Kies een wachttijd die onder dat getal ligt, zodat je altijd een kleine marge houdt.
Stel dat je €12.000 beschikbaar hebt en je maandlasten €2.800 zijn: je kunt ruim 4 maanden overbruggen. Een wachttijd van 3 maanden is dan realistisch — je houdt nog een maand buffer over als reserve voor onverwachte extra kosten tijdens je ziekte. Kies je dan toch voor een wachttijd van 6 maanden om €45 per maand te besparen, dan gooi je jezelf in een financieel gat als de ziekte lang aanhoudt.
De AFM benadrukt dat zzp’ers bij het kiezen van een AOV niet alleen naar de premie moeten kijken, maar ook naar de polisvoorwaarden rondom arbeidsongeschiktheidsdefinities en hoe de wachttijd precies werkt. Kijk voor betrouwbare basisinformatie op rijksoverheid.nl en de AOV keuzehulp van de AFM.
De verplichte AOV in 2026: wat verandert er?
Het kabinet werkt in 2026 aan de invoering van een verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid (BAZ) voor alle zelfstandigen. De premie is vastgesteld op 5,4% van de winst, met een maximum van €171 per maand. De standaard wachttijd van deze publieke regeling bedraagt 2 jaar — je valt dus pas na 104 weken ziek te zijn terug op de BAZ-uitkering.
Heb je een particuliere AOV met een eigen risicotermijn van maximaal 24 maanden, dan kun je een opt-out aanvragen voor de verplichte BAZ. Een eigenrisicotermijn van meer dan 24 maanden kwalificeert daarvoor niet. Dat maakt een wachttijd van 2 jaar bij een particuliere AOV strategisch interessant: je betaalt een lage premie, behoudt de opt-out mogelijkheid en dekt toch het lange staartrisico af. Combineer je die met een broodfonds voor de eerste twee jaar, dan heb je een volledig dekkend netwerk — zonder dat je de relatief dure korte-termijndekking via je AOV meebetaalt.
Check altijd of jouw specifieke situatie kwalificeert via KVK.nl. De exacte invoerdatum en overgangsregelingen kunnen nog wijzigen. Meer over arbeidsongeschiktheid als zzp’er vind je ook in de categorie Arbeidsongeschiktheidsverzekering en de categorie Bedrijfsverzekeringen.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste AOV-wachttijd als startende zzp’er zonder grote buffer?
Als je net begint en nog geen grote financiële buffer hebt opgebouwd, is een korte wachttijd van 14 of 30 dagen verstandig, ook al betaal je meer premie. De hogere premie is dan letterlijk je bescherming totdat je buffer groot genoeg is om een langere wachttijd te verantwoorden. Zodra je buffer de wachttijd van 3 maanden dekt, kun je de polis aanpassen en premie besparen. Vraag je verzekeraar of en hoe dat mogelijk is zonder medische herkeuring.
Telt een broodfonds mee als ‘eigen risico’ voor de opt-out van de verplichte BAZ?
Nee. De opt-out voor de verplichte BAZ geldt alleen voor zzp’ers met een particuliere AOV-polis met een eigenrisicotermijn van maximaal 24 maanden. Een broodfonds is geen verzekering en telt juridisch niet mee als alternatief voor de BAZ. Wil je de opt-out benutten, dan heb je een officiële AOV-polis nodig bij een erkende verzekeraar. Een broodfonds kan wel prima náást de AOV worden ingezet om de wachttijd te overbruggen.
Hoeveel buffer heb ik nodig voor een wachttijd van 3 maanden?
Als vuistregel: zet minimaal 3 maal je totale maandelijkse vaste lasten apart als dedicated ziekte-buffer. Heb je vaste lasten van €2.500 per maand (inclusief privé en zakelijk), dan is €7.500 het absolute minimum. Nibud adviseert echter wat meer ruimte — reken op 3,5 tot 4 maanden, zodat je ook onverwachte extra kosten tijdens ziekte (co-payments, huishoudelijke hulp, reiskosten zorg) kunt opvangen. Zet dit bedrag apart op een aparte spaarrekening die je niet aanspreekt voor andere zakelijke tegenvallers.
Kan ik de AOV-premie aftrekken van mijn belasting?
Ja. AOV-premies voor zzp’ers zijn aftrekbaar als ondernemerskosten in de inkomstenbelasting, mits de polis je inkomen als ondernemer beschermt. In 2026 mag je de premie aftrekken in box 1, wat de netto kostprijs aanzienlijk verlaagt. Bij een marginaal tarief van 37,07% kost een premie van €150 per maand je netto slechts circa €94. Houd er rekening mee dat uitkeringen uit een AOV belastbaar zijn als inkomen. Raadpleeg je boekhouder voor de exacte verwerking in jouw aangifte.
Wat als ik af en toe ziek ben — geldt de wachttijd dan opnieuw?
De meeste AOV’s hanteren een terugvalclausule: word je ziek, herstel je, en val je binnen een bepaalde termijn (vaak 4 weken) terug voor dezelfde klacht, dan telt de wachttijd niet opnieuw. Word je ziek van iets anders, of hersteld langer dan de terugvalperiode, dan geldt de volledige wachttijd opnieuw. Dit is een cruciaal detail bij chronische aandoeningen of terugkerende klachten. Lees de polisvoorwaarden goed door of vraag je verzekeraar expliciet naar de terugvalregeling.
Is een hogere wachttijd altijd slim als ik genoeg buffer heb?
Niet per se. Bij een wachttijd van 1 of 2 jaar bespaar je fors op premie, maar je neemt ook een groot risico: je buffer moet dan 12 tot 24 maanden inkomen dekken. Dat is voor de meeste zzp’ers een bedrag van €30.000 tot €70.000. Lukt dat niet en valt je buffer eerder weg — door een andere tegenvaller, verbouwing of economische krimp — dan zit je in de problemen. Een wachttijd van 3 tot 6 maanden is voor de meesten het beste compromis tussen premielast en risico.
De slimste aanpak is niet de goedkoopste AOV, maar de AOV waarvan de wachttijd precies aansluit op wat je buffer realistisch aankan — niet in het beste geval, maar in een matig scenario waarbij ook andere tegenvallers mogelijk zijn. Bespreek je situatie eens met een onafhankelijk verzekeringsadviseur die geen provisie ontvangt, zodat het advies echt in jouw belang is.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










