Wie een grote machine installeert, een klimaatinstallatie plaatst of een volledige productielijn monteert, loopt risico op schade die niet past onder een gewone bedrijfsverzekering. De montageverzekering — internationaal bekend als de EAR-polis (Erection All Risk) — is specifiek ontwikkeld voor dit soort projecten. In 2026 is deze verzekering relevanter dan ooit, nu de bouwsector te maken heeft met complexere installaties, hogere vervangingswaarden en strengere eisen van opdrachtgevers.
In dit artikel leggen we uit wat de montageverzekering precies dekt, wanneer je hem nodig hebt, wat de premie bedraagt en hoe hij verschilt van de bekendere CAR-verzekering voor bouwwerken. Ook bespreken we de aansprakelijkheidskant: de monteurs aansprakelijkheid, die een apart en vaak onmisbaar onderdeel is van de totaaldekking.
Wat is de montageverzekering (EAR)?
De afkorting EAR staat voor Erection All Risk, vrij vertaald: alles-risico bij het oprichten of monteren. De polis dekt materiaalschade aan het werk-in-uitvoering tijdens het gehele montageproces. Denk aan het installeren van een industriele persluchtinstallatie, het plaatsen van een CNC-machine in een productiefaciliteit, de montage van een warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) of de opbouw van een complete procesinstallatie in de chemische sector.
De verzekering geldt gedurende de volledige projectperiode: van het moment dat de materialen en machines op het werk arriveren, door de feitelijke montagefase heen, tot en met de testfase (ook wel de inbedrijfstellingsfase of proefdraaifase genoemd). Dat laatste maakt de EAR-polis aanzienlijk breder dan een standaard transportverzekering, die stopt zodra de goederen zijn afgeleverd.
Wat dekt de montageverzekering precies?
Een EAR-polis bestaat doorgaans uit drie tot vijf rubrieken. De kern — en altijd verplicht — is de dekking voor materiaalschade aan het werk. Dit omvat schade door brand, storm, blikseminslag, waterschade, instorting, vandalisme, diefstal van ingebouwde materialen en schade als gevolg van fouten tijdens de montage zelf.
Naast de kerndekking zijn er standaard uitbreidingen mogelijk:
- Opslag op de werklocatie: materialen en machines die op de bouwplaats zijn opgeslagen maar nog niet gemonteerd zijn, vallen mee onder de polis. Dit is bijzonder waardevol bij gefaseerde projecten waarbij dure apparatuur weken of maanden eerder wordt aangeleverd dan de montagedatum.
- Testfase / proefperiode: de periode na montage maar voor definitieve oplevering, waarin installaties proefdraaien, is verzekerd. In de praktijk duurt deze fase bij grote industriele projecten een tot vier weken, maar bij complexe procesinstallaties kan het langer zijn.
- Bestaande eigendommen van de opdrachtgever: schade aan aangrenzende gebouwen, machines of installaties die al in gebruik zijn en worden beschadigd doordat de montagewerkzaamheden uitlopen of fout gaan.
- Transport naar de werklocatie: per 1 januari 2026 is bij meerdere verzekeraars het transport door derden standaard meeverzekerd op de montagepolis, een uitbreiding die voorheen aparte transportdekking vereiste.
Niet gedekt zijn doorgaans: normale slijtage, corrosie, materiaalfouten die al aanwezig waren voor aanvang van de montage, en opzettelijke beschadiging.
Wat kost een montageverzekering? Premie als percentage van de bouwsom
De premie voor een EAR-polis wordt berekend als een percentage van de zogeheten aanneemsom of bouwsom — de totale waarde van het te monteren werk, inclusief materialen en arbeid. In de Nederlandse markt ligt dit percentage in 2026 doorgaans tussen de 0,15% en 0,40% van de bouwsom, afhankelijk van meerdere factoren:
| Risicofactor | Effect op premie |
|---|---|
| Type installatie (laag risico: HVAC, hoog risico: proceschemie) | Groot verschil: 0,15% tot 0,35%+ |
| Projectduur (langer = hoger risico) | Matig: langere looptijd verhoogt premie |
| Testfase opgenomen? | Kleine opslag (5-10% extra) |
| Opdrachtgever meeverzekerd? | Kleine opslag |
| Schadehistorie aannemer | Kan premie 20-30% verhogen |
| Eigen risico (hoger ER = lager premie) | Significant: factor 0,5x tot 1,5x |
Een concreet voorbeeld: een installatiebedrijf monteert een koelinstallatie met een aanneemsom van 400.000 euro. Bij een premiepercentage van 0,25% betaalt het bedrijf 1.000 euro voor de volledige projectperiode van vier maanden inclusief testfase. Voor een complexere procesinstallatie van 2 miljoen euro kan de premie bij 0,35% uitkomen op 7.000 euro — nog altijd een beperkt bedrag in verhouding tot de risicoblootstelling.
Voor ZZP-installateurs die kleinere projecten uitvoeren (tot circa 50.000 euro aanneemsom) zijn er ook jaarpolissen beschikbaar met een vaste premie. Die bedraagt in 2026 gemiddeld 400 tot 800 euro per jaar, afhankelijk van de dekking en het verzekerd bedrag per project.
Montageverzekering versus CAR-verzekering: de kernverschillen
Veel installateurs en aannemers gebruiken de termen CAR en montageverzekering door elkaar, maar er zijn wezenlijke verschillen. De CAR-verzekering (Construction All Risk) is in de kern bedoeld voor bouwkundige werken: het bouwen van gebouwen, wegen, bruggen en andere civieltechnische constructies. De montageverzekering is specifiek voor het installeren van machines, technische installaties en uitrustingsstukken.
In de praktijk bieden de meeste grote verzekeraars in Nederland — waaronder Nationale-Nederlanden, a.s.r., Avero Achmea en De Goudse — een gecombineerde bouw- en montageverzekering aan die beide werelden dekt. Dit is handig bij projecten waarbij bouwkundig werk en installatiewerk door dezelfde aannemer worden uitgevoerd, zodat er geen overlap of hiaat in dekking ontstaat. Toch is het voor pure installatiebedrijven en monteurs vaak efficienter om een aparte montagepolis te nemen, omdat die nauwer aansluit bij hun werkzaamheden.
Een fundamenteel voordeel van zowel de CAR- als de montageverzekering ten opzichte van een aansprakelijkheidsverzekering: je hoeft niet aansprakelijk te zijn voor de schade om een vergoeding te krijgen. Bij twijfel over wie de schade heeft veroorzaakt — aannemer, onderaannemer, leverancier of overmacht — keert de EAR-polis toch uit. Dat bespaart tijdrovende aansprakelijkheidsdiscussies in een fase dat het project al stilstaat.
Monteurs aansprakelijkheid: onmisbaar naast de EAR-polis
De montageverzekering dekt schade aan het werk zelf. Maar wat als een monteur per ongeluk schade toebrengt aan eigendommen van de opdrachtgever die geen onderdeel zijn van het project? Of als derden letsel oplopen door de werkzaamheden? Daarvoor is de aansprakelijkheidsverzekering voor monteurs nodig, ook wel aangeduid als AVB-monteurs (Aansprakelijkheid Bedrijven voor Monteurs) of kortweg als rubriek aansprakelijkheid op de EAR-polis.
In de meeste EAR-constructies wordt aansprakelijkheid als aparte rubriek meegenomen. De aansprakelijkheidsdekking vergoedt schade aan derden (zowel persoons- als zaakschade) die ontstaat als gevolg van de montagewerkzaamheden. Standaard verzekerde bedragen in de markt liggen in 2026 op 2,5 tot 5 miljoen euro per aanspraak. Opdrachtgevers in de industrie eisen in contracten steeds vaker minimale aansprakelijkheidsgrenzen van 5 tot 10 miljoen euro, waardoor het verstandig is om de polislimieten hierop af te stemmen voor aanvang van het project.
Let op: werkgeversaansprakelijkheid (schade aan eigen medewerkers tijdens het werk) valt buiten de standaard EAR-aansprakelijkheidsdekking. Daarvoor is een aparte aansprakelijkheidsverzekering of een specifieke werkgeversaansprakelijkheidsverzekering nodig.
Wie heeft de montageverzekering nodig?
De EAR-polis is in principe voor iedereen die professioneel montage- of installatiewerk uitvoert. In de praktijk zijn dit de belangrijkste doelgroepen:
- Installatiebedrijven en installateurs (elektra, loodgieters, klimaat/HVAC, sprinklerinstallaties)
- Machineleveranciers en machinebouwers die ook de installatie en inbedrijfstelling verzorgen
- Procesinstallatiebedrijven in de chemie, voedingsmiddelenindustrie en energiesector
- Staalconstructiebedrijven en constructiebedrijven die prefab-elementen plaatsen
- Zonne-energie- en windenergiebedrijven bij installatie van PV-systemen en turbines
Veel opdrachtgevers — met name in de industrie en bij overheidsprojecten — eisen een EAR-polis als contractuele voorwaarde. Zonder bewijs van dekking wordt je als aannemer of installateur niet toegelaten tot het werk. Het is daarom verstandig de polis al in de offerte- en contractfase te regelen, zodat de poliskosten ook in de aanneemsom worden meegenomen.
Project- of jaarcontract: wat past het best?
Er zijn twee hoofdvormen voor de montageverzekering. Een projectpolis dekt een enkel specifiek project gedurende de looptijd ervan. Dit is ideaal voor grote, eenmalige installaties met hoge aanneemsom en langdurig projectverloop. De premie wordt vastgesteld op basis van de specifieke projectkenmerken.
Een jaarcontract (ook wel lopende polis of raamcontract) dekt alle projecten van een installatiebedrijf gedurende een heel jaar tot een maximaal verzekerd bedrag per project. Dit is efficienter voor bedrijven die meerdere kleinere projecten per jaar uitvoeren. De jaarlijkse premie hangt af van het jaarlijkse aanneemvolume en de maximale projectwaarde. Aan het einde van het jaar kan een naverrekening plaatsvinden op basis van het werkelijke gerealiseerde volume.
Voor ZZP-installateurs bieden organisaties als Techniek Nederland Verzekeringen collectieve raamcontracten aan, waarbij de jaarlijkse kosten aanzienlijk lager liggen dan bij individuele polissen. In 2026 zijn dergelijke collectieve varianten ook beschikbaar via brancheorganisaties als Techniek Nederland en UNETO-VNI.
Aandachtspunten bij het afsluiten
Wie een montageverzekering afsluit, doet er goed aan op een aantal zaken extra te letten. Ten eerste: zorg dat de aanneemsom volledig is opgegeven, inclusief alle materialen, machines en arbeidskosten. Onderverzekering leidt bij schade tot evenredige uitkering — met een project van 500.000 euro maar opgegeven voor 300.000 euro ontvang je bij totaalverlies maximaal 60% van de werkelijke schade.
Ten tweede: controleer of de opleverings- en garantieperiode is meeverzekerd. Na definitieve oplevering kan de aannemer nog aansprakelijk worden gesteld voor verborgen gebreken die in de eerste weken of maanden aan het licht komen. Sommige EAR-polissen dekken een garantieperiode van 12 maanden na oplevering.
Ten derde: controleer de territorialiteit. Voer je projecten uit in het buitenland? De meeste Nederlandse montageverzekeringen dekken standaard werken in Nederland, Belgie en Duitsland. Voor projecten elders in Europa of wereldwijd zijn aanvullende afspraken nodig. Raadpleeg hiervoor de AFM-website voor informatie over het kiezen van een erkend verzekeraar of -adviseur.
Voor meer informatie over zakelijke verzekeringen in het algemeen kun je ook terecht bij de categorie Bedrijfsverzekeringen op deze site, of bekijk de zakelijke aansprakelijkheidsverzekeringen als aanvulling op je EAR-polis.
De montageverzekering is geen overbodige luxe maar een noodzakelijk instrument voor iedereen die professioneel installatie- en montagewerk uitvoert. Met premies die beginnen bij 0,15% van de aanneemsom is de bescherming tijdens een project van enkele maanden financieel uitstekend verantwoord — zeker in vergelijking met de kosten van een schadeclaim voor een beschadigde machine of een mislukte installatie die opnieuw moet worden uitgevoerd.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een EAR-verzekering en een CAR-verzekering?
Een CAR-verzekering (Construction All Risk) dekt bouwkundige werken zoals gebouwen, wegen en bruggen. Een EAR-verzekering (Erection All Risk) dekt de montage en installatie van machines, technische installaties en uitrustingsstukken. In de praktijk combineren veel verzekeraars beide varianten in een bouw- en montagepolis. Voor installatiebedrijven die puur montagewerk uitvoeren, volstaat een EAR-polis zonder het bouwkundige deel.
Is de testfase standaard meeverzekerd op een montageverzekering?
Niet altijd automatisch, maar in de meeste moderne polissen wel als standaard uitbreiding. De testfase — ook wel proefdraaifase of inbedrijfstellingsperiode genoemd — is de periode na montage maar voor definitieve oplevering. Controleer altijd de polisvoorwaarden: bij complexe installaties duurt de testfase langer, en sommige verzekeraars beperken de dekking tot een vaste termijn van bijvoorbeeld 30 of 60 dagen na montage. Bespreek de verwachte proefperiode vooraf met je verzekeraar.
Welke premie betaal ik voor een montageverzekering in 2026?
De premie wordt berekend als percentage van de aanneemsom (bouwsom). In de Nederlandse markt ligt dit in 2026 doorgaans tussen de 0,15% en 0,40%, afhankelijk van het type installatie, de projectduur, de omvang van de dekking en de schadehistorie van het bedrijf. Voor een installatiebedrijf met een aanneemsom van 300.000 euro betekent dit een premie van ruwweg 450 tot 1.200 euro voor de projectperiode. ZZP-installateurs kunnen via brancheverenigingen terecht bij collectieve jaarcontracten.
Moet ik aansprakelijk zijn om een uitkering te ontvangen?
Nee, dat is een groot voordeel van de EAR-polis ten opzichte van een aansprakelijkheidsverzekering. Bij schade aan het werk-in-uitvoering keert de montageverzekering uit zonder dat de oorzaak of aansprakelijkheid hoeft te worden vastgesteld. Dit is bijzonder handig bij schade waarvan de oorzaak onduidelijk is, zoals waterinfiltratie, onverwachte verzakkingen of beschadiging door derden op de bouwplaats.
Is een montageverzekering verplicht?
Wettelijk gezien is de montageverzekering in Nederland niet verplicht. Maar in de praktijk eisen opdrachtgevers — met name in de industrie, utiliteitsbouw en bij overheidsprojecten — in het contract bewijs van een geldige EAR-polis. Zonder die dekking kun je als installateur of aannemer niet starten met het werk. Bovendien is een adequaat verzekerd project een voorwaarde bij financiering via een bank of projectfinancier.
Wat als ik internationaal werk uitvoer?
De meeste Nederlandse montageverzekeringen dekken standaard projecten in Nederland, Belgie en Duitsland. Voor werkzaamheden elders in Europa of buiten Europa zijn aanvullende afspraken nodig met je verzekeraar. Controleer dit altijd vooraf, zeker bij projecten in landen met hogere risicoprofielen of specifieke lokale verzekeringsverplichtingen. Een gespecialiseerde tussenpersoon of assurantiemakelaar kan je hierbij begeleiden.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










