Arbeidsongeschikt als zzp’er: wat gebeurt er met je inkomen in 2026, met en zonder AOV?

Timo van Loon

Persoon liggend op bank thuis — zzp'er herstelt van ziekte en arbeidsongeschiktheid

Je leest dit artikel in 7 minuten

Stel: je bent freelance consultant, ontwerper of aannemer. Op een dinsdag in februari ga je naar de huisarts met vage klachten. Twee weken later ligje thuis met een burn-out of een hernia, en je kunt niet werken. Geen opdrachten, geen facturen, geen inkomen. Dit is het scenario dat driekwart van de Nederlandse zzp’ers amper heeft doordacht. Want terwijl werknemers gewoon hun salaris blijven ontvangen tijdens ziekte, stopt voor zelfstandigen het geldstroom op dag één.

In 2026 zijn er ruim 1,2 miljoen actieve zzp’ers in Nederland. Onderzoek van begin 2026 laat zien dat naar schatting 75% van hen geen enkele voorziening heeft getroffen voor arbeidsongeschiktheid. Dat betekent dat bij ziekte of letsel vrijwel direct een inkomensgat van soms duizenden euro’s per maand ontstaat. Dit artikel beschrijft niet hoe een AOV werkt of wat die kost — dat lees je elders op deze site. Het gaat over de praktijk: wat overkomt je concreet als het wél of níet geregeld is.

Dag één zonder inkomen: het inkomensgat

Als werknemer ben je wettelijk beschermd: bij ziekte doet je werkgever tenminste 70% van je loon door (in de meeste cao’s 100% in het eerste jaar). Als zzp’er heb je die bescherming niet. Zodra je stopt met werken, stopt ook het verdienen. Geen loondoorbetaling, geen WIA, geen WAO. De WIA is uitsluitend toegankelijk voor mensen die in dienstverband werkten — als zzp’er val je er simpelweg buiten.

Wat betekent dat in euro’s? Stel je verdient als zzp’er gemiddeld €5.000 bruto per maand (€60.000 per jaar). Als je arbeidsongeschikt wordt zonder dekking, daalt je maandinkomen naar nul. Vaste lasten als huur of hypotheek, zorgverzekering, verzekeringspremies en boodschappen lopen gewoon door. Een gemiddeld huishouden in Nederland heeft al snel €2.500 tot €3.500 aan vaste maandlasten. Dat gat moet je ergens vandaan halen — uit spaargeld, of via het sociale vangnet.

Het sociale vangnet: minder vangnet dan je denkt

Veel zzp’ers denken dat bijstand of de Bbz-regeling als achtervang dient. Dat klopt deels, maar de praktijk is ingrijpender dan gedacht.

Bijstand (Participatiewet): Algemene bijstand is in theorie beschikbaar, maar alleen als je geen vermogen hebt boven de vrijgestelde grens (in 2026 circa €7.605 voor een alleenstaande, €15.210 voor gehuwden of samenwonenden). Heb je spaargeld, een auto van waarde of overwaarde op je woning? Dan moet je dat eerst (grotendeels) opmaken voor je in aanmerking komt. Bovendien geldt de partnertoets: het inkomen van je partner wordt meegeteld. Verdient je partner normaal, dan krijg je vaak helemaal niets.

Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen): Dit is een speciaal vangnet voor zelfstandigen, maar het is geen uitkering bij arbeidsongeschiktheid — het is bedoeld voor tijdelijke financiële problemen. De Bbz-regeling vult je inkomen maximaal 12 maanden aan tot het bijstandsniveau (in 2026 circa €1.345 netto per maand voor alleenstaanden, €1.922 voor gehuwden). Na 12 maanden kan dat met maximaal 24 maanden worden verlengd. Maar ook hier geldt de partner- en vermogenstoets, en het bedrag is bedoeld als tijdelijk vangnet, niet als structurele oplossing bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Concreet: als je als zzp’er €5.000 per maand verdiende en je partner verdient ook een modaal inkomen, kom je voor bijstand noch Bbz in aanmerking. Je staat er financieel alleen voor. Dit is het inkomensgat dat ontstaat zonder enige verzekering of andere voorziening.

Hoe het verloopt mét een AOV

Met een particuliere AOV ziet het scenario er fundamenteel anders uit. Je hebt zelf bij het afsluiten van de verzekering bepaald: wat is mijn wachttijd (1 maand, 3 maanden of langer), en welk percentage van mijn inkomen wil ik verzekerd hebben?

Stap 1: Ziek melden. Je meldt je ziek bij de verzekeraar, doorgaans binnen de eerste paar dagen. Dat doe je via een meldformulier of app, met een verklaring van de behandelend arts.

Stap 2: Wachttijd. Tijdens de wachttijd — die jij zelf koos bij afsluiting — ontvang je nog geen uitkering. Heb je een wachttijd van 3 maanden gekozen (lagere premie), dan moet je die periode zelf overbruggen met spaargeld of een broodfonds. Hoe korter de wachttijd, hoe hoger de premie was.

Stap 3: Beoordeling arbeidsongeschiktheidspercentage. Na de wachttijd laat de verzekeraar je beoordelen door een onafhankelijke medisch adviseur. Die stelt een arbeidsongeschiktheidspercentage vast op basis van jouw beroep en jouw klachten. Dit is een cruciaal verschil met de BAZ (de publieke basisverzekering die in 2030 ingaat): een particuliere AOV kijkt naar jóúw specifieke beroep. Kun je als timmerman door je rugklachten 60% van je normale werk niet uitvoeren, dan ben je voor 60% arbeidsongeschikt. Bij de publieke BAZ-variant zou worden gekeken of je überhaupt nog ‘basisfuncties’ op de arbeidsmarkt kunt vervullen — een veel strenger criterium.

Stap 4: Uitkering. De verzekeraar keert uit op basis van het vastgestelde percentage. Heb je je inkomen verzekerd tot €4.000 per maand en ben je 80% arbeidsongeschikt, dan ontvang je €3.200 per maand belastbaar. Dit gaat door tot je herstelt, of tot de einddatum van je verzekering — bij een goede AOV tot aan je pensioenleeftijd.

Stap 5: Re-integratie. De meeste verzekeraars begeleiden je actief terug naar werk. Dat kan betekenen: begeleiding door een arbeidsdeskundige, advies over aangepaste werkzaamheden, of deeltijdwerk opbouwen terwijl je nog gedeeltelijk uitkering ontvangt. Dit is juist voor zzp’ers waardevol: je kunt stapsgewijs terugkeren als zelfstandige.

Alternatieven die uitkeren — en hun grenzen

Niet iedereen heeft een AOV, en sommige alternatieven kunnen als tijdelijk vangnet dienen. Maar elk kent zijn grenzen.

Broodfonds: Een broodfonds is een onderlinge solidariteitsgroep van zzp’ers die maandelijks een klein bedrag inleggen. Bij ziekte keert het fonds maximaal €2.500 netto per maand uit, voor maximaal 24 maanden. De drempel is laag en de kosten zijn beperkt. Maar: het broodfonds keert alleen uit bij ziekte, niet bij arbeidsongeschiktheid door ouderdom of een chronische aandoening. En het loopt na twee jaar af — precies op het moment dat langdurige arbeidsongeschiktheid pas echt een financieel probleem wordt. Bovendien telt een broodfonds niet mee als erkende AOV voor de overgangsregeling van de komende verplichte BAZ.

Ongevallenverzekering: Een arbeidsongevallenverzekering of persoonlijke ongevallenverzekering keert een bedrag uit als je arbeidsongeschikt wordt door een ongeluk. Denk aan een valpartij met de fiets of een bedrijfsongeval. De premie is relatief laag (€15 tot €40 per maand). Maar bij ziekte — burn-out, kanker, hartaandoening — keert deze verzekering niet uit. En dat is statistisch gezien de meest voorkomende oorzaak van arbeidsongeschiktheid bij zzp’ers.

Sparen (eigen buffer): Een financieel buffer van 3 tot 6 maanden vaste lasten geeft ademruimte. Maar bij langdurige arbeidsongeschiktheid is dat bufjer in een half jaar leeg. Na zes maanden ben je terug bij af — of erger, je hebt ook nog spaargeld opgemaakt dat telt mee in de vermogenstoets van de bijstand.

Verplichte basisverzekering: wat verandert er in 2026?

In maart 2026 heeft het kabinet het wetsvoorstel voor de verplichte basisverzekering voor zelfstandigen (BAZ) naar de Tweede Kamer gestuurd. Invoering wordt verwacht per 2030. De BAZ keert 70% van je winst uit, maar nooit meer dan het wettelijk minimumloon (in 2026 circa €2.070 bruto per maand voor voltijd). De wachttijd is twee jaar.

Wat betekent dit in de tussentijd? Niets verplicht je nu tot iets. Maar de peildatum voor de overgangsregeling — het moment waarop wordt vastgesteld of je al een kwalitatieve particuliere AOV hebt — is per mei 2026 nog niet definitief vastgesteld. Wie nu een goede AOV afsluit die voldoet aan de minimumvereisten, hoeft straks mogelijk niet verplicht mee te doen aan de publieke BAZ. Dat kan financieel aantrekkelijk zijn: de BAZ-premie wordt geraamd op 5,4% van je winst, maar biedt een magere dekking (alleen maximaal minimumloon, pas na 2 jaar wachttijd).

Meer informatie over de BAZ vind je bij de Rijksoverheid.

Eerlijke afweging: wat als het mij overkomt?

Je kunt de vraag ook omdraaien: wat is de kans dat je als zzp’er ooit serieus arbeidsongeschikt wordt? De kans is groter dan je denkt. Statistieken van het CBS en het UWV laten zien dat ongeveer 1 op de 5 mensen in zijn werkzame leven te maken krijgt met een periode van arbeidsongeschiktheid langer dan drie maanden. Burn-out, rugklachten en hart- en vaatziekten zijn de meest voorkomende oorzaken.

Stel dat het je overkomt op je 42ste, en je herstelt nooit volledig. Zonder dekking: geen inkomen, uitgeput spaargeld, mogelijk aangewezen op bijstand als ook je partner niet of weinig verdient. Met een AOV: uitkering tot je pensioenleeftijd, begeleiding bij herstel, controle over je financiële situatie. Het verschil is niet klein — het gaat over tienduizenden euro’s per jaar, soms tientallen jaren lang.

Bekijk ook de Arbeidsongeschiktheidsverzekering-categorie op deze site voor een overzicht van AOV-opties, of lees meer in de Bedrijfsverzekeringen-sectie over bescherming van je inkomen als ondernemer. De Consumentenbond publiceert jaarlijks vergelijkingen van AOV-aanbieders die kunnen helpen bij je keuze.

Arbeidsongeschiktheid is niet iets wat alleen anderen overkomt. De vraag is niet óf je je ertegen beschermt, maar hóe — en of wat je nu hebt geregeld ook echt uitkeert als het erop aankomt.

Veelgestelde vragen

Heb ik als zzp’er recht op een WIA-uitkering als ik arbeidsongeschikt word?

Nee. De WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) geldt alleen voor werknemers die in loondienst werkten vlak voor hun arbeidsongeschiktheid. Als zzp’er val je daar buiten. Je kunt theoretisch bijstand aanvragen (Participatiewet of Bbz), maar die zijn aan strikte vermogenstoetsen en partnerinkomensnormen gebonden. In de praktijk heeft een groot deel van de zzp’ers er bij arbeidsongeschiktheid geen of nauwelijks recht op.

Hoe hoog is het inkomensgat als zzp’er zonder AOV bij langdurige arbeidsongeschiktheid?

Dat hangt af van je verdiensten en huishouden. Een zzp’er die €60.000 per jaar verdient en arbeidsongeschikt wordt zonder dekking, valt terug op maximaal €1.345 netto per maand via de bijstand of Bbz — en alleen als je partner niet of nauwelijks verdient én je vermogen onder de grens zit. Het verschil met je normale inkomen bedraagt bij dit voorbeeld al gauw €3.000 tot €3.500 netto per maand. Over jaren opgeteld gaat dit om enorme bedragen.

Hoe verloopt een AOV-claim als ik arbeidsongeschikt word?

Je meldt je ziek bij de verzekeraar, doorgaans binnen de eerste paar werkdagen. Na het verstrijken van je gekozen wachttijd (1, 3 of soms 12 maanden) vindt een medische beoordeling plaats. Een medisch adviseur stelt het arbeidsongeschiktheidspercentage vast. Op basis daarvan bepaalt de verzekeraar de hoogte van de maandelijkse uitkering. De meeste verzekeraars bieden ook re-integratiebegeleiding aan om je stapsgewijs terug naar werk te helpen.

Biedt een broodfonds voldoende bescherming bij arbeidsongeschiktheid?

Een broodfonds biedt nuttige bescherming bij kortere ziekte: tot €2.500 netto per maand, maximaal 24 maanden. Maar het keert niet uit bij arbeidsongeschiktheid die niet door ziekte is veroorzaakt (zoals ouderdom of chronische aandoeningen die geleidelijk ontstaan). Na 24 maanden stopt de uitkering. Bij langdurige of permanente arbeidsongeschiktheid biedt een broodfonds daarna geen enkel vangnet meer. Het is een goede aanvulling, maar geen vervanging voor een AOV.

Wat verandert er door de verplichte AOV (BAZ) voor zzp’ers in 2026?

In 2026 is het wetsvoorstel voor de BAZ ingediend, maar de inwerkingtreding is voorzien voor 2030. Qua praktisch effect verandert er in 2026 nog niets verplicht. Wel is de peildatum voor de overgangsregeling — waarbij zzp’ers met een al bestaande kwalitatieve AOV buiten de publieke BAZ kunnen blijven — nog niet definitief vastgesteld. Het is verstandig om je tijdig te informeren en eventueel een particuliere AOV af te sluiten die voldoet aan de vereisten.

Kun je als arbeidsongeschikte zzp’er ook gedeeltelijk werken?

Ja, bij een goede particuliere AOV is deeltijdwerk bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid goed mogelijk. De uitkering wordt proportioneel aangepast aan het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage. Als je 60% arbeidsongeschikt bent, ontvang je 60% van je verzekerde bedrag en kun je nog 40% werken. Dit biedt ruimte voor een geleidelijke re-integratie als zelfstandige, wat psychologisch en financieel heel anders is dan een abrupt nul-inkomenscenario.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie