WA-verzekering voor stichtingen: aansprakelijkheid, premies en bestuursbescherming in 2026

Timo van Loon

Bestuursvergadering van een stichting - aansprakelijkheid en WA-verzekering voor stichtingen

Je leest dit artikel in 6 minuten

Als bestuurder of directeur van een stichting draag je een grote verantwoordelijkheid. Jij en je medebestuurders nemen dagelijks beslissingen die gevolgen kunnen hebben voor begunstigden, donateurs, vrijwilligers en de samenleving. Eén fout, ook al is die onbedoeld, kan leiden tot een schadeclaim die de continuïteit van de stichting in gevaar brengt. Een degelijke WA-verzekering — de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor organisaties — is daarom geen luxe, maar een basisvereiste voor iedere stichting die serieus met haar risicobeheer omgaat.

In 2026 is de druk op non-profitorganisaties verder toegenomen. De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR), die in 2021 van kracht werd, heeft de persoonlijke aansprakelijkheid van stichtingsbestuurders fors aangescherpt. Tegelijkertijd stijgen de eisen van subsidieverstrekkers en gemeenten: steeds vaker vragen zij bewijs van adequate verzekeringsdekking voordat ze middelen uitkeren. Dit artikel legt uit wat een WA-verzekering voor stichtingen inhoudt, hoe hoog de premies liggen, en waarom je ook naar een Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O) moet kijken.

Wat dekt een WA-verzekering voor stichtingen precies?

Een WA-verzekering — ook aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven of AVB (Aansprakelijkheidsverzekering Bedrijven) genoemd — vergoedt schade die de stichting aan derden toebrengt. Dat kunnen personen zijn die letsel oplopen bij een evenement dat de stichting organiseert, maar ook organisaties waarvan eigendommen beschadigen door toedoen van vrijwilligers of medewerkers.

Concrete situaties die een WA-verzekering voor stichtingen dekt:

  • Een vrijwilliger laat per ongeluk een laptop van een externe partner vallen: materiële schade voor rekening van de verzekeraar.
  • Een bezoeker struikelt over een snoer tijdens een benefietavond en breekt een pols: letselschade gedekt.
  • Een medewerker geeft verkeerd advies aan een begunstigde, waardoor die financiële schade lijdt: zuivere vermogensschade, mits dit risico expliciet is meeverzekerd.

Let op: een standaard WA-polis voor stichtingen dekt niet automatisch de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders, schade door opzet, of zuivere vermogensschade zonder dat er ook lichamelijk letsel of zaakschade is. Voor die lacunes zijn aanvullende dekkingen nodig.

Ga voor een uitgebreide vergelijking van aansprakelijkheidspolissen naar onze overzichtspagina aansprakelijkheidsverzekering of kijk bij bedrijfsverzekeringen.

De WBTR en de gevolgen voor bestuurdersaansprakelijkheid

Sinds de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) zijn de regels voor governance en toezicht bij stichtingen aanzienlijk strenger. De wet verplicht stichtingen met meerdere bestuurders een regeling te treffen voor situaties waarin een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft. Bovendien kunnen bestuurders nu sneller persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij onbehoorlijk bestuur — een begrip dat de rechter ruim uitlegt.

Concreet betekent dit dat een curator, een subsidieverstrekker of een benadeelde partij de individuele bestuurder kan aanspreken als:

  • de stichting haar jaarrekening niet tijdig heeft gedeponeerd;
  • er sprake is van een ernstig conflict of interest dat niet correct is afgehandeld;
  • het bestuur heeft nagelaten tijdig in te grijpen bij financiële problemen.

Zie voor de actuele wettekst en toelichting de pagina van Ondernemersplein (overheid.nl). De WBTR is de voornaamste reden waarom de vraag naar D&O-verzekeringen voor stichtingen in 2025 en 2026 aanzienlijk is gestegen.

WA-verzekering of D&O-verzekering — wat heb je nodig?

Dit is de vraag die de meeste stichtingsbestuurders stelt. Het korte antwoord: je hebt beide nodig, want ze dekken fundamenteel verschillende risico’s.

De WA-verzekering (AVB) beschermt de stichting als organisatie tegen claims van derden voor letsel of zaakschade. De Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O) beschermt de individuele bestuurders tegen persoonlijke claims wegens bestuursfouten, nalatigheid of schending van verplichtingen — inclusief de aangescherpte eisen van de WBTR.

Een D&O-polis voor een kleine tot middelgrote stichting (jaarbudget tot circa 500.000 euro) kost doorgaans tussen 400 en 1.200 euro per jaar, afhankelijk van de activiteiten en het risicoprofiel. Grotere stichtingen met meerdere locaties of internationale projecten betalen meer. Specialisten als Markel en Hiscox bieden gerichte D&O-producten voor de non-profitsector aan.

Premies in 2026: wat betaal je als stichting?

De premie voor een WA-verzekering (AVB) voor stichtingen wordt in 2026 vooral bepaald door drie factoren: de jaarlijkse omzet of het budget van de stichting, de aard van de activiteiten en de aanwezigheid van vrijwilligers of betaald personeel.

Een indicatieve bandbreedte voor 2026:

Jaarbudget stichting WA-premie per jaar (indicatie) Inclusief D&O
Tot 50.000 euro 250 – 450 euro 600 – 1.000 euro
50.000 – 250.000 euro 450 – 900 euro 1.000 – 2.000 euro
250.000 – 1 miljoen euro 900 – 2.500 euro 2.000 – 5.000 euro
Boven 1 miljoen euro Maatwerk Maatwerk

Stichtingen die grote publieksevenementen organiseren, werken met kwetsbare doelgroepen, of internationale projecten uitvoeren, vallen aan de bovenkant van deze bandbreedte. Een onafhankelijk verzekeringsadviseur kan op basis van jouw specifieke situatie een exacte offerte opvragen bij meerdere aanbieders tegelijk. De Consumentenbond geeft ook onafhankelijk advies over zakelijke verzekeringspolissen.

Vrijwilligers en WA-dekking: een onderschat risico

Veel stichtingen draaien grotendeels op vrijwilligers. Dat schept een specifiek aandachtspunt: zijn de vrijwilligers automatisch meeverzekerd onder de WA-polis van de stichting, en zo ja, voor welke schade precies?

In de meeste AVB-polissen voor stichtingen is de aansprakelijkheid van vrijwilligers die handelen in opdracht van de stichting meeverzekerd. Dat betekent dat als een vrijwilliger tijdens een georganiseerde activiteit schade toebrengt aan een derde, de stichting aansprakelijk kan worden gehouden en de verzekeraar die schade vergoedt. Maar er zijn uitzonderingen:

  • Eigen schade van de vrijwilliger zelf valt hier doorgaans niet onder — daarvoor is een aparte vrijwilligersverzekering nodig (de overheid biedt via het Nationaal Vrijwilligersfonds een collectieve basisverzekering aan voor niet-commerciële vrijwilligersorganisaties).
  • Schade door eigen bezittingen van de vrijwilliger (zijn auto, gereedschap) is uitdrukkelijk uitgesloten.
  • Vrijwilligers die zelfstandig handelen, buiten de officiële activiteiten van de stichting om, zijn niet gedekt.

Controleer de polisvoorwaarden expliciet op het punt van vrijwilligersdekking en bespreek dit met je adviseur of verzekeraar voordat je de polis afsluit.

Zo kies je de juiste verzekeraar voor jouw stichting

De keuze voor een verzekeraar is meer dan een premievergelijking. Vier criteria die je in 2026 mee moet nemen:

1. Specialisatie in de non-profitsector. Niet elke verzekeraar kent de specifieke risico’s van stichtingen even goed. Zoek naar aanbieders met een bewezen track record bij vergelijkbare organisaties. Vraag om voorbeeldpolissen en referenties.

2. Dekking voor zuivere vermogensschade. Fouten in het bestuur of in de dienstverlening kunnen leiden tot financieel nadeel bij derden, zonder dat er sprake is van lichamelijk letsel of zaakschade. Dit type schade — zuivere vermogensschade — is niet in elke AVB-polis standaard meeverzekerd. Controleer dit punt expliciet.

3. Maximale dekkingsbedragen die passen bij je activiteiten. Een stichting die 200 bezoekers per avond ontvangt, heeft een andere risicoexposure dan een kleine buurtvereniging. Gangbare dekkingsbedragen lopen van 1 miljoen tot 5 miljoen euro per aanspraak; voor grotere stichtingen is 10 miljoen euro of meer soms verstandig.

4. Schadeafhandeling en service. Vraag in je netwerk naar ervaringen met de schadeafdeling van potentiële verzekeraars. Een goedkope polis die bij een claim traag of onwillig reageert, is uiteindelijk duurder dan een iets hogere premie bij een betrouwbare partij.

Jaarlijkse evaluatie: houd je dekking actueel

Een stichting is nooit statisch. Activiteiten groeien, nieuwe projecten worden gestart, het aantal vrijwilligers fluctueert en subsidiestromen veranderen. Dat maakt een jaarlijkse evaluatie van de WA-verzekering niet alleen verstandig, maar noodzakelijk. Een polis die drie jaar geleden perfect aansloot op de situatie van de stichting, kan inmiddels verouderd zijn als de organisatie sindsdien twee keer zo groot is geworden.

Zet de evaluatie vast in de agenda van het bestuur, bij voorkeur drie maanden voor de jaarlijkse verlengingsdatum van de polis. Controleer daarbij minimaal drie punten. Ten eerste: klopt het verzekerde omzetbedrag of budget nog met de actuele jaarbegroting? Onderverzekering bij omzetgroei is een reëel risico dat leidt tot evenredige korting op een uitkering. Ten tweede: zijn er nieuwe activiteiten gestart die de verzekeraar nog niet kent? Denk aan een nieuw evenement, een internationale samenwerking, of een project met een kwetsbare doelgroep. Ten derde: zijn er bestuurswisselingen geweest? Nieuwe bestuurders vallen doorgaans automatisch onder de bestaande D&O-polis, maar check dit expliciet bij de verzekeraar om vervelende verrassingen te voorkomen.

De verzekeringstips op verzekering.veel.nl geven je een praktische checklist om die jaarlijkse evaluatie gestructureerd aan te pakken.

Veelgestelde vragen

Is een WA-verzekering verplicht voor stichtingen in Nederland?

Nee, er is geen wettelijke plicht om als stichting een WA-verzekering te hebben. Maar subsidieverstrekkers, gemeenten en samenwerkingspartners vragen in de praktijk steeds vaker een bewijs van adequate aansprakelijkheidsdekking. Bovendien kan een grote schadeclaim zonder verzekering de voortbestaan van de stichting in gevaar brengen. In de non-profitsector wordt een WA-verzekering dan ook als absolute basisdekking beschouwd.

Wat is het verschil tussen een WA-verzekering en een D&O-verzekering voor stichtingen?

De WA-verzekering (AVB) dekt schade die de stichting als organisatie toebrengt aan derden — letsel, zaakschade en soms vermogensschade. De D&O-verzekering (Bestuurdersaansprakelijkheid) beschermt de individuele bestuurders persoonlijk tegen claims wegens bestuursfouten, nalatigheid of schending van wettelijke verplichtingen zoals de WBTR. Beide verzekeringen vullen elkaar aan en samen vormen ze een solide bescherming voor zowel de stichting als haar bestuur.

Zijn vrijwilligers automatisch meeverzekerd onder de WA-polis van de stichting?

Doorgaans wel, voor schade die zij toebrengen aan derden tijdens officieel georganiseerde activiteiten van de stichting. Maar eigen schade van de vrijwilliger, schade door privébezittingen van de vrijwilliger of schade buiten de officiële activiteiten vallen hier niet automatisch onder. Check de polisvoorwaarden altijd expliciet en overweeg een aanvullende vrijwilligersverzekering via het Nationaal Vrijwilligersfonds.

Hoeveel kost een WA-verzekering voor een kleine stichting in 2026?

Voor een stichting met een jaarbudget tot 50.000 euro ligt de premie voor een basis WA-verzekering (AVB) doorgaans tussen 250 en 450 euro per jaar. Voeg je een D&O-verzekering toe voor de bestuurders, dan kom je al snel uit op 600 tot 1.000 euro per jaar in totaal. Stichtingen met meer dan 50 vrijwilligers, grote evenementen of internationale activiteiten betalen een hogere premie vanwege het ruimere risicoprofiel.

Wat verandert er door de WBTR voor stichtingen die al een verzekering hebben?

De WBTR vergroot de kans dat individuele bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij onbehoorlijk bestuur. Als jouw stichting al een WA-verzekering heeft maar geen D&O-polis, dek je de persoonlijke risico’s van de bestuurders dus niet af. Controleer of je huidige verzekering aansluit op de aangescherpte WBTR-eisen en raadpleeg een gespecialiseerde verzekeringsadviseur om eventuele gaten in de dekking te dichten.

Welke documenten heeft een verzekeraar nodig voor een offerte?

Meestal vraagt een verzekeraar om: een ingevuld aanvraagformulier, de statuten van de stichting, de meest recente jaarrekening of begroting, een beschrijving van de activiteiten en projecten, en een overzicht van eventuele eerdere schadeclaims. Hoe vollediger de informatie die je aanlevert, hoe nauwkeuriger de offerte — en hoe kleiner de kans op discussie bij een toekomstige claim.

Als stichting ben je er met een goede WA-verzekering alleen nog niet: de combinatie met een D&O-polis is in 2026, mede door de WBTR, de nieuwe standaard voor verantwoord bestuur. Vraag offertes op bij meerdere specialisten, lees de polisvoorwaarden grondig door en evalueer de dekking elk jaar opnieuw wanneer de activiteiten of het budget van de stichting veranderen. Zo bescherm je niet alleen de organisatie, maar ook de mensen die er hun tijd en energie in steken.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie