Wft en verzekering: zo werkt het toezichtkader voor aanbieders en adviseurs

Timo van Loon

Gebouw van De Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam, toezichthouder op verzekeraars onder de Wft

Je leest dit artikel in 6 minuten

Als je een verzekering afsluit, staat er achter de schermen een uitgebreid wettelijk kader dat ervoor zorgt dat de aanbieder, adviseur of bemiddelaar betrouwbaar en deskundig is. Dat kader heet de Wet financieel toezicht, kortweg de Wft. De wet is ingevoerd in 2007 en heeft sindsdien de spelregels bepaald voor iedereen die actief is op de Nederlandse verzekeringsmarkt. In 2026 blijft de Wft de ruggengraat van het Nederlandse financieel toezicht, aangevuld met Europese richtlijnen zoals de Insurance Distribution Directive (IDD).

Voor consumenten is de Wft grotendeels onzichtbaar — totdat er iets misgaat. Dan blijkt hoe belangrijk het is dat de partij waarmee je zaken deed een vergunning had, aan informatieplichten voldeed en onder actief toezicht stond. In dit artikel leg je uit hoe dat toezichtkader in elkaar zit, welke regels voor welke partijen gelden en wat jij als consument mag verwachten.

Wat de Wft regelt en voor wie

De Wet financieel toezicht bundelt vrijwel alle regels voor de financiele sector in Nederland in een enkel wettelijk kader. Daarvoor was die regelgeving verspreid over een reeks losse wetten — voor banken, verzekeraars en tussenpersonen apart. De Wft maakt onderscheid tussen drie soorten financiele ondernemingen die actief zijn in de verzekeringsmarkt: aanbieders (verzekeraars zelf), bemiddelaars (assurantietussenpersonen die producten van meerdere verzekeraars vergelijken en verkopen) en adviseurs (partijen die een persoonlijk advies uitbrengen over een specifiek product voor een specifieke klant).

Elke categorie heeft eigen vergunningseisen, eigen gedragsregels en staat onder toezicht van een of beide toezichthouders. Wie zonder vergunning verzekeringen aanbiedt of bemiddelt, overtreedt de wet en riskeert boetes, een publicatie op de AFM-website en in ernstige gevallen strafrechtelijke vervolging.

Twee toezichthouders: AFM en DNB

Het Nederlandse financieel toezicht is verdeeld over twee instanties met elk een eigen focus. De Nederlandsche Bank (DNB) voert het prudentieel toezicht uit. Dat betekent: toezicht op de financiele gezondheid van verzekeraars. DNB beoordeelt of een verzekeraar voldoende reserves aanhoudt, of de solvabiliteit op peil is en of de bedrijfsvoering solide is. Verzekeraars die schade- of levensverzekeringen willen aanbieden, hebben voor hun vergunning altijd eerst DNB nodig.

De Autoriteit Financiele Markten (AFM) houdt gedragstoezicht. Die vraag is niet of de verzekeraar financieel gezond is, maar of zij zich correct gedragen tegenover klanten: eerlijke informatieverstrekking, passend advies, geen misleidende reclame, naleving van de zorgplicht. Adviseurs en bemiddelaars vallen primair onder de AFM. Grote verzekeraars vallen onder beide toezichthouders tegelijk: DNB voor de solvabiliteit, AFM voor de klantrelatie.

Deze tweedeling wordt ook wel het twin peaks-model genoemd. Het model is bewust zo ingericht dat geen enkele partij toezicht ontloopt — een verzekeraar die financieel gezond is maar misleidende polissen verkoopt, krijgt van de AFM te maken; een tussenpersoon die wel eerlijk adviseert maar niet aan kapitaaleisen voldoet, loopt tegen DNB aan.

Vergunningsplicht: aanbieders, bemiddelaars en adviseurs

De vergunningsplicht onder de Wft is breed. Voor aanbieders — verzekeraars — geldt een DNB-vergunning als basiseis. Die vergunning wordt pas verleend als de verzekeraar voldoet aan de Solvency II-vereisten voor eigen vermogen, governance en risicobeheer. In 2026 zijn die eisen onveranderd van kracht, aangevuld met de DORA-verordening (Digital Operational Resilience Act) die eisen stelt aan digitale weerbaarheid.

Voor bemiddelaars en adviseurs is de AFM de vergunningverlenende instantie. Wie in aanmerking wil komen voor een vergunning als onafhankelijk bemiddelaar (artikel 2:80 Wft), moet aantonen dat:

  • De dagelijkse beleidsbepalers betrouwbaar en vakbekwaam zijn, aantoonbaar via Wft-diploma’s op het juiste niveau;
  • Er een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) is afgesloten voor bemiddeling in (her)verzekeringen;
  • De bedrijfsvoering voldoet aan de eisen voor klantdossiers, klachtenafhandeling en beloningsbeleid.

Wie niet als zelfstandig bemiddelaar wil opereren, kan ook als verbonden bemiddelaar functioneren (artikel 2:81 Wft) — gebonden aan een of meer specifieke verzekeraars. Een derde optie is aansluiting bij een groepsvergunning (artikel 2:105 Wft). In de Wijzigingswet financiele markten 2026, waarvan het concept eind 2024 ter consultatie is gelegd, wordt het voor verbonden bemiddelaars bovendien mogelijk gemaakt om ook te bemiddelen namens gevolmachtigd agenten — een omissie die lang heeft bestaan en nu wordt hersteld.

Praktisch gezien betekent dit dat je als consument altijd kunt controleren of een adviseur of bemiddelaar een geldige vergunning heeft via het AFM-register op afm.nl. Staat een partij daar niet in, dan is opereren zonder vergunning een serieus risico — en kun je beter elders aankloppen.

Informatieverstrekking: wat je mag verwachten van je adviseur

Een van de pijlers van de Wft-consumentenbescherming is de verplichting tot heldere informatieverstrekking, uitgewerkt in het Besluit Gedragstoezicht financiele ondernemingen (BGfo). Voor verzekeringen gelden specifieke eisen aan wat een adviseur of bemiddelaar je moet vertellen, en wanneer.

De Inventarisatie van het klantprofiel (IVR) verplicht adviseurs om eerst jouw situatie, wensen en kennis in kaart te brengen voordat zij een aanbeveling doen. Bij schadeverzekeringen gaat dat over dekkingswensen, looptijd, eigen risico-voorkeur en bestaande verzekeringen. Bij complexere producten zoals levensverzekeringen of arbeidsongeschiktheidsverzekeringen gaan de eisen verder: dan moet ook je financiele positie en je risicotolerantie worden meegewogen.

De Europese verzekeringskaart (EVR), ook wel het IPID (Insurance Product Information Document), is een gestandaardiseerd informatiedocument dat iedere verzekeraar bij schadeverzekeringen verplicht moet meesturen. Het IPID bevat in begrijpelijke taal wat de verzekering dekt, wat is uitgesloten, hoelang de looptijd is en hoe je kunt opzeggen. Doel is dat je als consument producten makkelijker kunt vergelijken, ook als ze van verschillende aanbieders komen.

Productontwikkeling: artikel 32 BGfo en de IDD

Sinds de implementatie van de Europese IDD-richtlijn in 2018 zijn er ook wettelijke eisen aan het productontwikkelingsproces van verzekeraars. In Nederland zijn die eisen verankerd in artikel 32 van het BGfo. De kern is eenvoudig maar verstrekkend: een verzekeraar moet bij het ontwerpen van een nieuw product al nadenken voor wie dat product bedoeld is (de doelgroep), via welk kanaal het verspreid wordt en welke belangen de klant heeft.

De AFM evalueerde deze regeling en concludeerde dat het productontwikkelingsproces in de praktijk nog niet altijd goed werkt. Met name kleine verzekeraars worstelen met de documentatievereisten en de systematische evaluatie van bestaande producten. Toch is de richting duidelijk: van verzekeraars wordt verwacht dat zij actief bewaken of hun product nog steeds aansluit bij de behoeften van de doelgroep. Distributiepartners — tussenpersonen en bemiddelaars — zijn verplicht om signalen over slechte aansluiting terug te koppelen naar de producent.

Concreet betekent dit dat als een verzekeraar merkt dat een product structureel wordt verkocht buiten de beoogde doelgroep, zij de distributie moeten aanpassen of het product moeten herzien. De consument profiteert hiervan doordat er minder kans is dat hij een product koopt dat eigenlijk niet voor zijn situatie is ontworpen.

Zorgplicht en klachtrecht: jouw positie als consument

De Wft verankert ook een algemene zorgplicht voor financiele dienstverleners. Die houdt in dat een adviseur of bemiddelaar zich moet gedragen als een redelijk handelend vakman: hij mag je niet adviseren iets te kopen dat overduidelijk niet in jouw belang is, en hij moet signaleren als jouw bestaande dekking tekortschiet. De zorgplicht is geen papieren begrip — de AFM heeft de afgelopen jaren meermaals boetes opgelegd aan partijen die systematisch de belangen van klanten veronachtzaamden.

Als het toch misgaat, heb je als consument de mogelijkheid om een klacht in te dienen. Eerste stap is altijd de klachtenprocedure van de verzekeraar of adviseur zelf — die zijn verplicht die te hebben en tijdig te reageren. Kom je er niet uit, dan kun je terecht bij het Kifid (Klachteninstituut Financiele Dienstverlening), het onafhankelijk loket voor geschillen met financiele aanbieders en tussenpersonen. Kifid behandelt jaarlijks duizenden klachten en is bindend als beide partijen dat zijn overeengekomen.

Interne links voor verdere verdieping: bekijk ook de categorie Verzekeringen voor een overzicht van alle onderwerpen, of lees meer in Nieuws en analyses over verzekeringen voor recente ontwikkelingen op de markt.

Veelgestelde vragen

Wat is de Wft en waarom is die belangrijk voor verzekeringen?

De Wet financieel toezicht (Wft) regelt wie in Nederland financiele producten mag aanbieden, bemiddelen en adviseren, en onder welke voorwaarden. Voor verzekeringen betekent dit dat verzekeraars een DNB-vergunning nodig hebben en dat adviseurs en bemiddelaars bij de AFM zijn geregistreerd. De wet beschermt consumenten tegen onbetrouwbare partijen, misleidende informatie en producten die niet aansluiten bij hun situatie.

Wat is het verschil tussen AFM-toezicht en DNB-toezicht bij verzekeringen?

DNB houdt prudentieel toezicht: de financiele gezondheid, solvabiliteit en reserves van de verzekeraar. AFM houdt gedragstoezicht: eerlijke informatieverstrekking, passend advies en naleving van de zorgplicht richting de klant. Grote verzekeraars vallen onder beide toezichthouders. Adviseurs en tussenpersonen vallen primair onder de AFM.

Moet een verzekeringsadviseur altijd een Wft-vergunning hebben?

Ja, wie adviseert over of bemiddelt in verzekeringen heeft een vergunning nodig van de AFM, tenzij een vrijstelling van toepassing is. De vergunningsplicht geldt voor zowel onafhankelijke tussenpersonen als voor verbonden bemiddelaars die namens een of meer specifieke verzekeraars werken. Je kunt in het publieke register op afm.nl controleren of een adviseur vergund is.

Wat is het IPID en ben ik verplicht dat te ontvangen?

Het IPID (Insurance Product Information Document), ook wel de Europese verzekeringskaart genoemd, is een gestandaardiseerd informatiedocument dat verzekeraars verplicht moeten verstrekken bij schadeverzekeringen. Het bevat in begrijpelijke taal de kernpunten van de dekking, uitsluitingen en opzegmogelijkheden. Als consument heb je recht op dit document voordat je een contract afsluit.

Wat doet de zorgplicht van een adviseur concreet voor mij?

De wettelijke zorgplicht verplicht een verzekeringsadviseur om jouw situatie, wensen en belangen serieus te nemen. Hij mag je geen product aanraden dat niet bij jou past, moet je informeren over risico’s en beperkingen van de dekking, en moet signaleren als je bestaande verzekeringen tekortschiet. Overtreedt de adviseur de zorgplicht, dan kun je een klacht indienen bij het Kifid en in sommige gevallen schadevergoeding eisen.

Wat verandert er in 2026 in de Wft voor verzekeringen?

In de Wijzigingswet financiele markten 2026, geconsulteerd eind 2024, wordt de positie van verbonden bemiddelaars verduidelijkt: zij mogen voortaan ook bemiddelen namens gevolmachtigd agenten, iets wat tot nu toe niet expliciet was geregeld. Verder blijven de IDD-regels voor productontwikkeling en informatieverstrekking onverkort gelden. De DORA-verordening voegt per 2025-2026 digitale weerbaarheidseisen toe voor alle financiele instellingen, inclusief verzekeraars.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie