Een bouwproject loopt zelden precies zoals gepland. Er breekt brand uit op de bouwplaats, een storm rukt de bekisting los, of een graafmachine beschadigt de fundering van het aangrenzende gebouw. Voor al dit soort onverwachte tegenvallers bestaat de CAR-verzekering — Construction All Risk. Het is een van de meest uitgebreide verzekeringen die je als aannemer kunt afsluiten, en in de bouwpraktijk van 2026 is het steeds vaker meer dan een optie.
Of je nu een grote nieuwbouwwijk realiseert, een kantoortoren renoveert of als zzp-aannemer een opbouw plaatst: zodra je verantwoordelijk bent voor een bouwwerk in aanbouw, loop je risico’s die een gewone bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering lang niet altijd dekt. In dit artikel leggen we precies uit wat een CAR-polis inhoudt, welke secties er zijn, wanneer het wettelijk of contractueel verplicht is, en wat je in 2026 kunt verwachten qua premie.
Wat is een CAR-verzekering precies?
CAR staat voor Construction All Risk — bouw-alles-risicoverzekering. De naam zegt het al: in principe is alles gedekt, tenzij het expliciet is uitgesloten. Dat is het omgekeerde van een standaard schadeverzekering, waarbij alleen de genoemde risico’s gedekt zijn. Bij een CAR-polis draai je het om: schade is vergoed, tenzij de polisvoorwaarden een uitzondering maken.
De verzekering dekt schade tijdens de bouwperiode én, als dat contractueel is afgesproken, tijdens de onderhoudstermijn na oplevering. Die onderhoudstermijn bedraagt doorgaans maximaal 12 maanden. Denk aan schade door verborgen gebreken die pas na oplevering zichtbaar worden, of aan herstelwerk dat jij als aannemer uitvoert en waarbij iets fout gaat.
Verzekerd zijn in de basis: de aannemer zelf, eventuele onderaannemers én de opdrachtgever — die wordt automatisch meeverzekerd, tenzij het bestek anders bepaalt. Dit is een belangrijk voordeel ten opzichte van aparte aansprakelijkheidsverzekeringen: iedereen op de bouwplaats valt onder dezelfde polis.
De vijf secties van een CAR-polis
Een CAR-verzekering is opgebouwd uit afzonderlijke secties. Je kunt per sectie kiezen of je die wilt meeverzekeren. In de praktijk worden de eerste drie secties het vaakst gecombineerd.
Sectie 1 — Het werk: Dit is de kern van de CAR-polis. Het dekt schade aan het bouwwerk zelf — de constructie, de fundering, het metselwerk, de installaties — tijdens de bouw. Denk aan brand, instorting, wateroverlast, diefstal van ingemetseld materiaal of vandalisme. Ook schade aan bouwmaterialen die al op de bouwplaats liggen valt hieronder.
Sectie 2 — Bestaande eigendommen van de opdrachtgever: Stel dat je een aanbouw realiseert aan een bestaand pand en daarbij per ongeluk het hoofdgebouw beschadigt. Zonder deze sectie kom je voor die kosten zelf op. Mét sectie 2 vergoedt de CAR-verzekering ook schade aan gebouwen en materialen die al aanwezig waren op de bouwlocatie en die eigendom zijn van de opdrachtgever.
Sectie 3 — Hulpmaterialen: Gereedschap, steigers, bekisting, hijskranen, kleine bouwmachines — het zijn dure spullen die regelmatig beschadigd raken of gestolen worden op de bouwplaats. Sectie 3 dekt schade aan en diefstal van dit hulpmaterieel. Let op: puur esthetische beschadigingen zoals krassen vallen er buiten.
Sectie 4 — Transport: Bouwmaterialen moeten van de leverancier of een opslagplaats naar de bouwplaats worden gebracht. Als die materialen tijdens transport beschadigen of gestolen worden — en het transportrisico bij jou als aannemer ligt — dekt sectie 4 die schade. Niet elk transport is automatisch gedekt; het moet gaan om transport dat in jouw risicobereik valt.
Sectie 5 — Aansprakelijkheid (CARI): De aansprakelijkheidsdekking van de CAR-polis — ook wel CARI (Construction All Risk Insurance inclusief aansprakelijkheid) — dekt letsel- en zaakschade die derden lijden als gevolg van de bouwactiviteiten. Denk aan een voetganger die struikelt over een slechte afzetting, of schade aan een naastgelegen pand door trillingen van een heipaal. Voor aannemers is dit de meest gevoelige dekking: claims van derden kunnen in de miljoenen lopen.
Wettelijk verplicht of contractueel vereist?
Hier is het antwoord helder: een CAR-verzekering is niet wettelijk verplicht in Nederland. Er is geen wet die aannemers dwingt er een af te sluiten. In de praktijk is dat echter maar een beperkt deel van het verhaal.
Vrijwel alle professionele opdrachtgevers — gemeenten, corporaties, projectontwikkelaars, Rijkswaterstaat — schrijven in het bestek of de aannemingsovereenkomst voor dat er een CAR-verzekering moet zijn. Ze kunnen daarin ook bepalen wie de polis afsluit: de aannemer, de opdrachtgever zelf, of de hoofdaannemer voor rekening van alle onderaannemers.
In de UAV 2012 (Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken), de standaard bouwvoorwaarden die in de meeste bestekken van toepassing zijn, is in paragraaf 43b vastgelegd dat de aannemer de CAR-verzekering afsluit, tenzij het bestek iets anders bepaalt. Dit is een belangrijk gegeven: als je werkt op basis van UAV 2012 en het bestek zwijgt over de CAR, dan lig de verantwoordelijkheid automatisch bij jou als aannemer.
Voor zzp’ers in de bouw geldt hetzelfde: zodra je als onderaannemer op een project werkt waarbij de opdrachtgever geen eigen CAR-polis heeft uitgenomen voor alle partijen, ben je in principe zelf verantwoordelijk. Controleer dit altijd vóór je begint met je werk — niet achteraf.
Doorlopende CAR vs. aflopende CAR: wat kies je?
Er zijn twee basisvormen van een CAR-verzekering, en de keuze hangt af van hoe je werkt.
Aflopende CAR: Een verzekering voor één specifiek project. Je sluit de polis af voor de duur van dat project, inclusief een eventuele onderhoudstermijn. Zodra het project is opgeleverd en de onderhoudstermijn is verstreken, eindigt de verzekering. Dit is ideaal als je sporadisch bouwt of een opdrachtgever hebt die zelf een projectgebonden CAR uitneemt.
Doorlopende CAR: Een jaarpolis die alle projecten dekt die jij als aannemer of bouwbedrijf in een jaar uitvoert. Je meldt per kwartaal of per jaar je gerealiseerde bouwomzet en op basis daarvan wordt de definitieve premie vastgesteld. Voordelen: minder administratie, lagere premie per euro bouwomzet, en je loopt nooit het risico dat je een project bent vergeten te melden. Nadeel: de polis dekt in de regel geen individuele projecten boven een bepaalde projectwaarde (die drempel varieert per verzekeraar, doorgaans tussen €1 miljoen en €5 miljoen).
Voor aannemersbedrijven die continu meerdere projecten draaien is een doorlopende CAR de standaard. Voor een eenmalig groter project of een particuliere zelfbouw geldt de aflopende variant.
Wat kost een CAR-verzekering in 2026?
De premie van een CAR-verzekering wordt berekend als een percentage van de aanneemsom (bij aflopende CAR) of als een percentage van de jaarlijkse bouwomzet (bij doorlopende CAR). Exacte tarieven verschillen per verzekeraar, type werk en risicoprofiel, maar de volgende indicaties gelden in de markt van 2026:
- Woningbouw en lichte utiliteitsbouw: circa 0,05% tot 0,15% van de aanneemsom
- Zware utiliteitsbouw en industrie: circa 0,10% tot 0,25% van de aanneemsom
- Infrastructuur (wegen, bruggen, tunnels): 0,15% tot 0,35% of hoger, afhankelijk van de complexiteit
- Doorlopende polis voor mkb-aannemers: premie berekend op basis van bouwomzet, met minimumpremies vanaf circa €500 per jaar
Factoren die de premie omhoog sturen zijn onder andere: eerdere schadegevallen (schadehistorie), de aard van de werkzaamheden (sloopwerk is risicovoller dan nieuwbouw), de ligging van het project (binnenstad versus buitengebied), de gekozen eigen risico’s en de hoogte van de CARI-aansprakelijkheidslimiet.
Het eigen risico bij een CAR-verzekering is doorgaans €250 per schadegebeurtenis, maar je kunt dit verhogen naar €500 of €1.000 in ruil voor een lagere premie. Bij diefstal, vandalisme en storm geldt bij de meeste verzekeraars een verplicht minimaal eigen risico van €1.000 per gebeurtenis.
Vergelijk je een CAR-polis? Kijk naast de premie ook goed naar de maximaal verzekerde bedragen per sectie, de uitsluitingen (bijvoorbeeld voor oorlogsrisico, nucleaire schade, roest en corrosie), en de exacte definitie van “het werk”. Sommige verzekeraars dekken ook ontwerpfouten mee als die leiden tot schade aan het werk zelf — anderen sluiten dat expliciet uit. Bekijk meer over zakelijke risico’s bij bedrijfsverzekeringen en zakelijke aansprakelijkheid.
Aandachtspunten bij het afsluiten
Een CAR-polis afsluit je niet zoals een autoverzekering: even vergelijken en klikken. Er zijn een paar zaken die specifieke aandacht verdienen.
Verzekerd bedrag: Zorg dat de verzekerde waarde van het werk overeenkomt met de werkelijke aanneemsom inclusief meerwerk. Onderverzekering is een veelvoorkomend probleem: bij schade wordt de uitkering dan proportioneel verlaagd. Update de verzekerde waarde bij elk substantieel meerwerk.
Meeverzekerde partijen: Controleer of alle relevante partijen onder de polis vallen: jijzelf, je onderaannemers, de opdrachtgever. Sommige polissen eisen dat onderaannemers apart worden aangemeld; anderen dekken ze automatisch mee tot een bepaald bedrag.
Looptijd en onderhoudstermijn: Zorg dat de polis loopt tot en met het einde van de afgesproken onderhoudstermijn, niet alleen tot de opleverdatum. Schade die tijdens de onderhoudstermijn ontstaat bij herstelwerkzaamheden valt anders buiten de dekking.
Bestaande constructies: Werk je aan een bestaand gebouw? Controleer of sectie 2 (bestaande eigendommen) is meeverzekerd en voor welk bedrag. Bij renovatieprojecten is dit een van de grootste risicogebieden.
Raadpleeg voor meer informatie over verzekeringsplichten voor aannemers ook de Rijksoverheid of het Verbond van Verzekeraars.
Of je nu een klein renovatiebedrijf hebt of een middelgroot aannemersbedrijf met tientallen medewerkers: de CAR-verzekering is in 2026 een onmisbaar onderdeel van je risicobeheer. Niet omdat de wet het eist, maar omdat de markt het verwacht, het bestek het vereist en de financiële gevolgen van ongedekte bouwschade je bedrijf kunnen ruïneren. Vergelijk aanbieders, kies de juiste polisopbouw voor jouw type projecten en controleer elk jaar of je dekking nog aansluit bij je bouwomzet.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.
Veelgestelde vragen
Is een CAR-verzekering verplicht voor aannemers?
Een CAR-verzekering is niet wettelijk verplicht in Nederland. Wel is ze in de praktijk bijna altijd contractueel vereist: de opdrachtgever schrijft in het bestek of de aannemingsovereenkomst voor dat er een CAR-polis moet zijn. Op basis van de UAV 2012 (paragraaf 43b) is de aannemer verantwoordelijk voor het afsluiten van de CAR-verzekering, tenzij het bestek anders bepaalt. Controleer dit altijd vóór aanvang van het werk.
Wat dekt een CAR-verzekering niet?
Hoewel een CAR-polis op “all risk”-basis werkt, zijn er standaard uitsluitingen. De meest voorkomende zijn: opzettelijk veroorzaakte schade, slijtage en geleidelijke achteruitgang, oorlogsrisico’s, nucleaire schade, schade door asbest, roest en corrosie die niet het gevolg zijn van een plotselinge gebeurtenis, en in veel gevallen ontwerpfouten (tenzij specifiek meeverzekerd). Lees de polisvoorwaarden altijd goed door op de uitsluitingenlijst.
Wat is het verschil tussen een doorlopende en een aflopende CAR-verzekering?
Een aflopende CAR is bedoeld voor één specifiek bouwproject en eindigt na oplevering plus eventuele onderhoudstermijn. Een doorlopende CAR is een jaarpolis die alle projecten van een aannemer dekt die hij in een jaar uitvoert. De doorlopende variant is goedkoper per euro bouwomzet en heeft minder administratie, maar dekt doorgaans geen projecten boven een bepaalde projectwaarde. Grote of complexe projecten vragen altijd een aparte aflopende CAR.
Wie is meeverzekerd op een CAR-polis?
Op een CAR-polis zijn in de basis verzekerd: de aannemer die de polis afsluit, zijn onderaannemers (soms tot een maximum projectbedrag), en de opdrachtgever als eigenaar van het te bouwen werk. Welke partijen precies meeverzekerd zijn, hangt af van de polisvoorwaarden en het bestek. Sommige verzekeraars eisen dat onderaannemers apart worden aangemeld; anderen dekken ze automatisch mee.
Wat kost een CAR-verzekering voor een aannemer?
De premie bedraagt gemiddeld 0,05% tot 0,35% van de aanneemsom, afhankelijk van het type werk, de complexiteit en de schadehistorie. Voor woningbouw ligt het tarief aan de lage kant (circa 0,05–0,15%); voor infrastructuur of zware industrie kan dit oplopen tot 0,25–0,35% of meer. Het eigen risico is doorgaans €250 per gebeurtenis, maar bij diefstal en vandalisme geldt bij de meeste verzekeraars een verplicht minimaal eigen risico van €1.000.
Dekt de CAR-verzekering ook schade na oplevering?
Ja, maar alleen tijdens de afgesproken onderhoudstermijn. Die termijn bedraagt doorgaans maximaal 12 maanden na oplevering. Schade die tijdens de onderhoudstermijn ontstaat bij herstelwerk dat jij als aannemer uitvoert, is gedekt — zolang de polis nog loopt. Na afloop van de onderhoudstermijn vervalt de dekking volledig. Zorg dus dat de looptijd van je CAR-polis aansluit op de in het bestek vermelde onderhoudstermijn.










