Broodfonds in 2026: hoe werkt de schenkkring en wanneer is het genoeg?

Timo van Loon

Traditioneel zelfgebakken brood als symbool voor het broodfonds, de schenkkring voor zzp-arbeidsongeschiktheid

Je leest dit artikel in 6 minuten

Elke maand legt een groep zzp’ers een vast bedrag in een pot. Wie ziek wordt, krijgt schenkingen uit die pot — belastingvrij, zonder verzekeringsmaatschappij, zonder keuring. Dat is het idee achter een broodfonds, en het klinkt bijna te simpel om waar te zijn. In 2026 zijn er in Nederland meer dan 400 actieve broodfondsen met samen tienduizenden deelnemers. De vraag is niet meer of het werkt, maar wanneer het genoeg is — en wanneer niet.

Tegelijkertijd speelt de verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen (BAZ) op de achtergrond. Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer, de verwachting is dat invoering niet voor 2030 plaatsvindt. Maar de discussie dringt nu al door in de keuze die zzp’ers maken: een broodfonds, een AOV, of allebei. Dit artikel legt precies uit wat een broodfonds inhoudt, wat het kost, en hoe je het afweegt.

Wat is een broodfonds precies?

Een broodfonds — ook wel schenkkring of onderlinge bijstandsgroep genoemd — is een vereniging van zelfstandigen zonder personeel. Elke deelnemer legt maandelijks een vastgesteld bedrag in. Wie arbeidsongeschikt raakt en langer dan een afgesproken wachttijd (meestal 30 dagen) niet kan werken, ontvangt schenkingen van de andere leden.

Juridisch zijn het echte schenkingen: geld dat je van andere mensen krijgt, niet van een verzekeraar. Daardoor valt het buiten de Wet op het financieel toezicht (Wft). De Kamer van Koophandel beschrijft een broodfonds als een alternatieve vorm van inkomenszekerheid waarbij de risicospreiding plaatsvindt binnen de groep zelf. Er zit geen verzekeraar, geen provisie en geen winstmarge tussen.

De bekendste uitvoerder is de Broodfonds Vereniging, maar er zijn ook regionale en sectorspecifieke fondsen actief. De meeste werken met groepen van 20 tot 50 leden — groot genoeg om het risico te spreiden, klein genoeg om elkaar te kennen en vertrouwen te houden.

Hoeveel leg je maandelijks in?

De hoogte van je inleg hangt af van de uitkering die je bij ziekte wilt ontvangen. In 2026 werkt de berekening bij de meeste broodfondsen als volgt: elke euro die jij maandelijks inlegt, levert je bij volledige arbeidsongeschiktheid een gift van circa €22 per maand op (op basis van een groep van 44 leden die allemaal hetzelfde bedrag inleggen).

In de praktijk liggen de inlegbedragen tussen de €33,75 en €112,50 per maand. De bijbehorende maandelijkse schenking bij volledige arbeidsongeschiktheid loopt van €750 tot maximaal €2.500 netto. Dat bedrag is belastingvrij zolang je binnen de jaarlijkse schenkingsvrijstelling blijft — die bedraagt in 2026 €2.769 per jaar per schenker. Bij een groep van 44 leden valt jouw ontvangst per lid ver onder die grens, dus in de praktijk betaal je geen schenkbelasting.

Wat je inlegt, blijft van jou. Dat is een wezenlijk verschil met een reguliere AOV-premie. Bij de meeste broodfondsen staat jouw inleg op een persoonlijke rekening (een soort spaarpot) en wordt er pas geld overgemaakt als een lid ziek wordt. Wie nooit een beroep doet op het fonds, krijgt zijn inleg aan het einde van de deelnemingsperiode grotendeels terug.

Hoelang duurt de uitkering?

Dit is de grootste beperking van een broodfonds: de uitkering duurt maximaal twee jaar. Na twee jaar houdt de schenking op, ook al ben je dan nog volledig arbeidsongeschikt. Een AOV daarentegen keert in principe uit tot de pensioendatum — tot 67 jaar of ouder, afhankelijk van de polis.

Die begrenzing is essentieel voor de beslissing. Wie langdurig ziek wordt — door een ernstige aandoening, een ongeluk of een burn-out die niet binnen twee jaar herstelt — staat daarna zonder inkomen als hij alleen op het broodfonds vertrouwt. Volgens gegevens van het Nibud heeft een zelfstandige gemiddeld een buffer van minder dan drie maanden netto inkomen. Twee jaar uitkering klinkt ruim, maar bij een zzp’er met hypotheek, kinderen en vaste lasten is het kraag-tot-kraag.

Broodfonds versus AOV: de kernverschillen

Wie een scherpe vergelijking wil, kijkt naar vier criteria: kosten, looptijd uitkering, belasting en toelatingsdrempel.

Criterium Broodfonds Reguliere AOV
Maandelijkse kosten €34 – €113 (blijft van jou) €100 – €400+ (premie weg)
Maximale uitkering €2.500 netto/mnd Op maat, tot 80% van inkomen
Duur uitkering Max 2 jaar Tot pensioendatum
Medische keuring Nee Vaak wel (bij hogere uitkering)
Fiscale aftrek Nee Ja (aftrekbaar inkomstenbelasting)
Uitkering belast Nee (schenkingsvrijstelling) Ja (bruto uitkering)

De AOV-premie is aftrekbaar van de inkomstenbelasting. In de hoogste schijf scheelt dat 49,5% in 2026. Dat maakt een AOV-premie van €200 per maand in werkelijkheid circa €100 netto voor wie boven de €75.518 verdient. De inleg voor een broodfonds is niet aftrekbaar, maar de schenking die je ontvangt, is belastingvrij. Het verschil in fiscale behandeling maakt een directe kostenvergelijking lastig — dat hangt sterk af van je inkomensniveau.

Wie is toegelaten tot een broodfonds?

Geen medische keuring is misschien wel het grootste praktische voordeel voor zzp’ers die een AOV niet kunnen krijgen of betalen. Een ondernemer met een chronische aandoening, een belaste gezondheidshistorie of een leeftijd boven de 55 jaar betaalt bij een reguliere verzekeraar soms torenhoge premies, krijgt uitsluitingsclausules, of wordt ronduit geweigerd.

Bij een broodfonds bestaat die drempel niet formeel. Wel is de sociale controle groter: je kent je medeleden, je ziet wie er ziek wordt en hoe lang, en de groep beslist samen over uitbreiding van de groep. In de praktijk screenen fondsen kandidaten via kennismakingsgesprekken. Dat is geen medische keuring, maar een zichtbaar gezondheidsrisico kan alsnog leiden tot afwijzing — al is dat uitzondering, niet de regel.

Deelnemers moeten doorgaans ingeschreven staan als zelfstandig ondernemer bij de KVK en een minimaal inkomen aantonen. Sommige fondsen werken sectorspecifiek (creatieve sector, zorg, techniek) of zijn regionaal georganiseerd.

Broodfonds en de verplichte AOV (BAZ): wat moet je weten?

Het wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) ligt in 2026 bij de Tweede Kamer. De schriftelijke vragenronde liep tot mei 2026; daadwerkelijke invoering wordt niet verwacht voor 2030. Toch is het verstandig om nu al te weten hoe een broodfonds zich tot de BAZ verhoudt.

Een broodfonds kwalificeert zelfstandig niet als opt-out voor de verplichte BAZ. Wie op de peildatum alleen een broodfonds heeft, valt automatisch onder het publieke stelsel — en betaalt dan zowel de BAZ-premie als de broodfonds-inleg. De combinatie van een broodfonds met een private AOV met een wachttijd van twee jaar kan wel als opt-out kwalificeren, mits die AOV voldoet aan alle BAZ-eisen (uitkering tot AOW-datum, ten minste minimumloon, geldige polisvoorwaarden). Raadpleeg hiervoor een onafhankelijk AFM-geregistreerde adviseur.

De slimme combinatiestrategie voor zzp’ers

De meest kostenefficiente aanpak die financieel adviseurs in 2026 aanbevelen, is de combinatie: een broodfonds voor de eerste twee jaar plus een AOV met een wachttijd van twee jaar voor daarna. De lange wachttijd maakt de AOV-premie aanzienlijk goedkoper — ruwweg 40 tot 60% lager dan een AOV met 30 dagen wachttijd, afhankelijk van leeftijd, beroep en verzekerd bedrag.

Concreet: een 35-jarige consultant die €3.000 per maand wil verzekeren, betaalt voor een AOV met 30 dagen wachttijd al snel €200 tot €300 bruto per maand. Diezelfde dekking maar pas na twee jaar (dus: broodfonds dekt de eerste twee jaar) kost €50 tot €100 per maand minder. Tel je de broodfonds-inleg erbij op, dan is de totale maandlast vergelijkbaar, maar je hebt wel volledige afdekking van dag 31 tot je pensioen.

Wie alleen een broodfonds neemt, gokt erop dat een eventuele arbeidsongeschiktheid korter dan twee jaar duurt. Dat is bij burn-out en lichte klachten vaak realistisch. Bij een ernstige ziekte of een ongeluk is dat een kwetsbare aanname. De Consumentenbond adviseert zzp’ers met hypotheek of gezin om altijd een aanvullende AOV te overwegen.

Voor- en nadelen op een rij

Voordelen van een broodfonds in 2026: de inleg is laag vergeleken met een volledige AOV, je geld blijft van jou, je hoeft geen medische keuring te ondergaan, de schenking die je ontvangt is belastingvrij, en de sociale cohesie binnen de groep zorgt voor een laagdrempelig vangnet. Bovendien is het administratief eenvoudig: geen ingewikkelde polissen, geen discussies met een verzekeringsmaatschappij over de mate van arbeidsongeschiktheid.

Nadelen: de uitkering stopt na twee jaar, de inleg is niet fiscaal aftrekbaar, het maximale uitkeringsbedrag is beperkt tot €2.500 netto per maand, en het fonds kwalificeert niet als BAZ-opt-out. Bovendien is een broodfonds afhankelijk van de financiele gezondheid van de groep — in jonge fondsen met weinig reserves kan een golf van ziekmeldingen de solidariteit onder druk zetten.

Voor zzp’ers met een stabiel inkomen tot €2.500 per maand, een gezonde buffer, geen zware hypotheeklast en een lager risicoprofiel is een broodfonds een serieus alternatief. Voor wie meer verdient, langere dekking nodig heeft, of al weet dat een volledige AOV ook na 2030 als opt-out moet functioneren, is de combinatie broodfonds plus AOV met lange wachttijd de verstandigste route. Kijk voor een goede vergelijking van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen ook naar de andere artikelen in deze categorie.

Veelgestelde vragen

Is een broodfonds hetzelfde als een verzekering?

Nee. Een broodfonds is juridisch een schenkkring: de leden geven elkaar geld als gift, niet als verzekeringsuitkering. Daardoor valt het buiten de toezicht van de AFM en DNB en hoeft het fonds geen vergunning te hebben. Het voordeel is dat de schenking belastingvrij is (binnen de schenkingsvrijstelling). Het nadeel is dat er geen wettelijke garantie is op uitbetaling zoals bij een verzekeraar.

Hoeveel leden heeft een broodfonds gemiddeld?

De meeste fondsen werken met 20 tot 50 deelnemers. Die bandbreedte is bewust gekozen: bij minder dan 20 leden is het risico te geconcentreerd (als meerdere mensen tegelijk ziek worden, loopt het fonds snel leeg), bij meer dan 50 verlies je de persoonlijke betrokkenheid die de sociale controle in stand houdt. In 2026 zijn er in Nederland meer dan 400 actieve broodfondsen.

Wat als ik mijn inleg stopzet of het fonds verlaat?

Bij de meeste broodfondsen krijg je je persoonlijke inleg — het saldo op je eigen rekening — terug als je vertrekt, minus eventuele schenkingen die je zelf al hebt ontvangen. Je betaalt geen boete, maar je verliest ook je aanspraak op toekomstige schenkingen. De precieze voorwaarden verschillen per fonds; lees de statuten van de vereniging goed door voor je aanhaakt.

Kan ik een broodfonds combineren met een AOV?

Ja, dat is zelfs de meest aanbevolen aanpak. Je neemt een broodfonds voor de eerste twee jaar arbeidsongeschiktheid en een AOV met twee jaar wachttijd voor de periode daarna. Die combinatie geeft je volledige dekking van dag 31 tot je pensioendatum, terwijl de totale maandlast lager blijft dan een AOV met korte wachttijd. Controleer of jouw AOV aan alle BAZ-eisen voldoet als je na 2030 wilt opt-outen uit het publieke stelsel.

Geldt de schenkbelasting voor uitkeringen uit een broodfonds?

In de praktijk nee, mits de groep groot genoeg is. De jaarlijkse schenkingsvrijstelling per schenker bedraagt in 2026 €2.769. Bij een fonds van 44 leden levert jouw aandeel per lid minder dan €70 per jaar op, ruim onder die vrijstelling. Per definitie betaal je dan geen schenkbelasting. Bij een kleiner fonds of een hogere uitkering is het verstandig dit te laten controleren door een belastingadviseur.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie