Je vraagt een verzekering aan, doorloopt het online formulier en klikt op ‘accepteer’. Maar ergens in dat formulier staan vragen die je misschien liever niet eerlijk beantwoordt: over een strafblad, een eerdere schade, een gezondheidsprobleem. Het voelt alsof eerlijk zijn je duurder uitkomt — een hogere premie, of erger: weigering. Toch is het antwoord op die verleidelijke twijfel helder: verzwijgen is nooit de slimme keuze.
In Nederland is de mededelingsplicht bij het aanvragen van een verzekering wettelijk verankerd in artikel 7:928 van het Burgerlijk Wetboek. Die wet bepaalt dat je als verzekeringnemer alle feiten moet melden die je kent of behoort te kennen, en waarvan je redelijkerwijs kunt begrijpen dat ze voor de verzekeraar relevant zijn. In 2026 handhaven verzekeraars deze plicht strenger dan voorheen — mede door verbeterde datakoppelingen en slimmere acceptatiesystemen. Dit artikel legt uit wat je verplicht bent te melden, wat er gebeurt als je dat niet doet, en hoe de 14 dagen bedenktijd je beschermt.
Wat is de mededelingsplicht precies?
De mededelingsplicht (art. 7:928 BW) verplicht je om vóór het sluiten van de verzekeringsovereenkomst alle relevante informatie te verstrekken. De wet stelt drie cumulatieve eisen aan de feiten die je moet melden: je moet ze kennen of behoren te kennen (kennisvereiste), je moet begrijpen of kunnen begrijpen dat ze voor de verzekeraar van belang zijn (kenbaarheidsvereiste), en ze moeten daadwerkelijk relevant zijn voor de risicobeoordeling (relevantievereiste).
Praktisch gezien betekent dit: je hoeft geen spontaan essay te schrijven over alles wat ooit in je leven is misgegaan. De mededelingsplicht is vraaggestuurd — je bent in beginsel verplicht om de vragen op het aanvraagformulier volledig en naar waarheid te beantwoorden. Stelt de verzekeraar geen vraag over een bepaald onderwerp, dan hoef je dat onderwerp doorgaans ook niet eigener beweging aan te kaarten. Stelt de verzekeraar wél een vraag, dan moet je eerlijk antwoorden.
Een verzekeraar mag in 2026 vragen naar een breed scala aan risicofactoren: je schadeverleden, je gezondheidsgeschiedenis, strafrechtelijke veroordelingen, eerdere weigeringen door andere verzekeraars, en de waarde van het te verzekeren object. Welke vragen gesteld worden, verschilt per verzekeringstype. Bij een aansprakelijkheidsverzekering zijn andere feiten relevant dan bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een overlijdensrisicoverzekering.
Wat moet je precies melden?
De drie meest gevoelige onderwerpen bij verzekeringsaanvragen zijn het strafblad, het schadeverleden en de gezondheid. Per categorie gelden specifieke regels.
Strafblad. Je bent alleen verplicht te melden wat een verzekeraar expliciet en ondubbelzinnig vraagt. Vraagt het formulier naar strafrechtelijke veroordelingen van de afgelopen acht jaar, dan moet je die vermelden. Vraagt het naar de afgelopen vijf jaar, dan geldt die periode. Veroordelingen die buiten de gevraagde termijn vallen, hoef je niet te noemen. Houd er rekening mee dat strafblad-informatie bij met name brand-, diefstal- en aansprakelijkheidsverzekeringen zwaar meeweegt in de risicobeoordeling. Wie een veroordeling voor fraude of brandstichting verzwijgt en later schade claimt, loopt een groot risico op volledige afwijzing van de uitkering.
Schadeverleden. Bij vrijwel elke schadeverzekering (auto, inboedel, opstal, aansprakelijkheid) wordt gevraagd naar het aantal schades in de afgelopen drie tot vijf jaar. Verzekeraars controleren dit via de CIS-database (Centraal Informatie Systeem), waarin schadeclaims en fraudemeldingen van alle aangesloten maatschappijen zijn geregistreerd. Een verzwijging van een eerdere schade valt bij een latere claim dus snel op — en de gevolgen zijn navenant. Zie ook onze informatie over de verzekeringstips en -tools voor meer uitleg over de CIS-check.
Gezondheid. Bij levensverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen (ORV) en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV) is de gezondheidsverklaring het centrale document. Je vult daarin vragen in over lopende behandelingen, diagnoses uit de afgelopen vijf tot tien jaar, ziekenhuisopnames en chronische aandoeningen. De medische informatie die je verstrekt, is gebonden aan strikte privacyregels — verzekeraars mogen die uitsluitend gebruiken voor de acceptatiebeoordeling en mogen ze niet delen met derden. Toch geldt ook hier: verzwijging van een bekende aandoening die later de oorzaak is van een claim, kan leiden tot volledige afwijzing van de uitkering.
De gevolgen van verzwijging: van korting tot uitkeringsweigering
Artikel 7:930 BW regelt de gevolgen als je de mededelingsplicht schendt. De uitkomst hangt sterk af van de ernst van de verzwijging en de vraag of de verzekeraar bij volledige kennis de verzekering wél of niet zou hebben gesloten.
Er zijn grofweg vier scenario’s:
Scenario 1: De verzekeraar zou dezelfde polis hebben gesloten. Als de verzekeraar bij volledige kennis de verzekering ongewijzigd zou hebben gesloten, heeft de verzwijging geen gevolgen voor de uitkering. Je betaalt gewoon wat je had moeten betalen.
Scenario 2: De verzekeraar zou een hogere premie hebben gevraagd. In dat geval wordt de uitkering verminderd naar rato van de betaalde premie ten opzichte van de premie die betaald had moeten worden. Betaalde je €400 per jaar terwijl de correcte premie €600 was, dan krijg je bij een schade twee derde van het schadebedrag uitbetaald.
Scenario 3: De verzekeraar zou de polis niet hebben gesloten. Dit is de ernstigste situatie buiten opzet: de verzekeraar heeft geen uitkeringsplicht. Hij mag de polis bovendien opzeggen. Wel heeft de verzekeringnemer die te goeder trouw handelde — dus niet opzettelijk loog, maar zich niet bewust was van de relevantie van een feit — recht op premierestitutie. Deze regel geldt in Nederland sinds de wetswijziging van 1 juli 2023: betaalde premies worden teruggestort als de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken nooit een contract zou hebben gesloten, mits de verzekeringnemer te goeder trouw handelde.
Scenario 4: Opzettelijke misleiding. Als je bewust en met de bedoeling de verzekeraar te misleiden informatie achterhoudt of onjuist verstrekt, vervalt het recht op uitkering volledig. De verzekeraar mag de verzekering per direct opzeggen. Er bestaat dan ook géén recht op premierestitutie. Dit onderscheid — opzettelijk versus niet-opzettelijk — is cruciaal in het verzekeringsrecht.
Verzekeraars moeten een beroep op schending van de mededelingsplicht binnen twee maanden na ontdekking schriftelijk aan je melden, met vermelding van de mogelijke gevolgen. Doet een verzekeraar dat niet op tijd, dan verliest hij het recht zich op de verzwijging te beroepen. Dit is geregeld in artikel 7:929 BW.
Strafblad en verzekering: hoe ver reikt de verplichting?
Het strafblad is een bijzonder gevoelig onderwerp, en de regels hieromtrent zijn preciezer dan veel mensen denken. Een verzekeraar mag je alleen vragen naar strafrechtelijke feiten als hij dat expliciet en ondubbelzinnig doet. Een vage formulering als "heeft u ooit problemen gehad met de wet?" voldoet niet aan die eis. Bovendien geldt er een termijnbeperking: veroordelingen van meer dan acht jaar geleden hoef je in principe niet te melden, zelfs als de verzekeraar er wel naar vraagt.
Het Hof heeft in meerdere uitspraken bevestigd dat de vraagstelling van de verzekeraar bepalend is. Alleen feiten die vallen binnen de gestelde termijn én die voldoen aan de omschrijving in de vraag, hoeven te worden gemeld. Wie een strafblad heeft en een verzekering aanvraagt, doet er verstandig aan de vraagstelling in het formulier goed te lezen — en indien nodig juridisch advies in te winnen. De Rijksoverheid publiceert informatie over je rechten bij verzekeringsaanvragen.
Houd er ook rekening mee dat sommige verzekeraars bij een strafrechtelijk verleden een aanvraag weigeren, ook al ben je wettelijk verplicht dat te melden. In dat geval kun je terecht bij gespecialiseerde aanbieders zoals De Vereende, die moeilijk verzekerbare risico’s accepteert. Wil je meer weten over de acceptatieprocedure in het algemeen? Bekijk dan ook onze uitleg in de categorie Algemeen verzekeringen.
Gezondheidsverklaring: wat meld je wél en wat niet?
Bij levensverzekeringen en AOV-aanvragen is de gezondheidsverklaring het meest beladen onderdeel. Toch valt het in de praktijk mee hoeveel je precies hoeft te melden — als je de vragen maar goed leest.
Je hoeft alleen te melden wat wettelijk is omschreven als relevant én wat de verzekeraar expliciet vraagt. Klachten die nooit zijn gediagnosticeerd of behandeld, hoef je doorgaans niet te noemen. Een eenmalige rugpijn waarvoor je de fysiotherapeut hebt bezocht maar die volledig hersteld is, is anders dan een chronisch ruglijden waarvoor je nog steeds onder behandeling staat.
Praktische tips bij het invullen van een gezondheidsverklaring:
- Lees de vraagstelling zorgvuldig — let op de tijdspanne die wordt gevraagd (de afgelopen vijf jaar? tien jaar? ooit?).
- Raadpleeg bij twijfel je huisarts of specialist om na te gaan welke diagnoses in je dossier staan.
- Maak gebruik van het advies van de Consumentenbond over het invullen van gezondheidsverklaringen bij verzekeringen.
- Bij een AOV-aanvraag kun je via een onafhankelijk verzekeringsadviseur nagaan welke verzekeraar het meest ruimhartig is bij jouw specifieke medische situatie.
Verzekeraars mogen medische gegevens alleen gebruiken voor de acceptatiebeoordeling. Het Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van privacyregels bij medische acceptatie.
De 14 dagen bedenktijd: wat houdt dat in?
Zodra je een verzekering afsluit, heb je in Nederland op grond van de Wet Financieel Toezicht (Wft) en de Europese richtlijn voor financiële dienstverlening op afstand recht op veertien dagen bedenktijd. Die termijn gaat in op de dag waarop je het polisblad of de polisbevestiging ontvangt.
Binnen die veertien dagen kun je de verzekering zonder opgaaf van reden kosteloos annuleren. Betaalde premies worden teruggestort. Alleen als je al een schadegeval hebt gehad in die periode, kan de verzekeraar de dekking voor die schade alsnog in rekening brengen.
De bedenktijd is ook nuttig als je achteraf twijfelt of je alle vragen op het aanvraagformulier volledig correct hebt beantwoord. Heb je iets over het hoofd gezien of achteraf twijfels over een antwoord? Annuleer de polis binnen de bedenktijd, controleer je antwoorden, en vraag opnieuw aan met de juiste informatie. Dat is veiliger dan doorgaan met een polis waarop mogelijk een verzwijgingsprobleem rust.
Niet alle verzekeringen vallen onder de bedenktijdregeling. Reisverzekeringen die direct ingaan (en dus direct dekking bieden) zijn doorgaans uitgesloten van de bedenktijdregeling. Check dit altijd in de polisvoorwaarden of via de informatiebladen (het zogenaamde KIB — Klantinformatie Document of de IPID bij schadeverzekeringen).
Opzettelijk versus niet-opzettelijk: het cruciale onderscheid
Het verschil tussen opzettelijke en niet-opzettelijke verzwijging bepaalt in grote mate de uitkomst als een verzekeraar de mededelingsplicht schendt constateert. Dit onderscheid is niet altijd zwart-wit, maar de wet maakt er een scherp juridisch onderscheid tussen.
Niet-opzettelijke onjuistheid treedt op wanneer je te goeder trouw hebt geantwoord, maar achteraf blijkt dat een antwoord feitelijk onjuist was of dat je een relevante omstandigheid niet kende. Misschien wist je niet dat een oud verkeersongeluk als een relevante schade gold, of was je niet op de hoogte van een diagnose die pas later in je dossier opdook. In dit geval gelden de genuanceerde gevolgen van art. 7:930 BW: de uitkering wordt verminderd of geweigerd naar rato, maar de verzekeraar heeft geen recht op sancties bovenop dat verlies. Bovendien bestaat er recht op premierestitutie als de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken nooit zou hebben gecontracteerd.
Opzettelijke misleiding is een fundamenteel andere situatie. Je weet wat je verzwijgt, je weet dat het relevant is, en je doet het bewust om een betere of überhaupt een polis te krijgen. De wet (art. 7:930 lid 5 BW) is hier onverbiddelijk: geen uitkering, onmiddellijke opzegging van de polis, geen recht op premierestitutie. Bovendien kan opzettelijke verzwijging in ernstige gevallen — zeker gecombineerd met een frauduleuze schadeclaim — leiden tot aangifte en strafrechtelijke vervolging. De Nederlandse Vereniging van Banken en het Verbond van Verzekeraars werken actief samen in fraudebestrijding via het Fraudeloket.
In de praktijk toetst een rechter of er sprake is van opzet aan de hand van de omstandigheden: hoe duidelijk was de vraagstelling, hoe evident was de relevantie van de verzwegen informatie, en hoe aannemelijk is het dat de verzekerde dit wist? Die beoordeling is altijd casuïstisch — en precies daarom is het raadzaam bij twijfel eerlijk te zijn én deskundige hulp in te schakelen.
De mededelingsplicht is geen bureaucratisch obstakel maar een fundament van het verzekeringsrecht: eerlijk antwoorden beschermt niet alleen de verzekeraar, maar ook jouzelf. Wie transparant is, hoeft niet te vrezen dat een claim jaren later alsnog afgewezen wordt op grond van een formulierfout. Wie bij de aanvraag twijfelt over een antwoord, doet er verstandig aan dat aan de verzekeraar voor te leggen of een adviseur te raadplegen — want het beschermingssysteem van de bedenktijd en de wettelijke nuancering in art. 7:930 BW bestaat juist om eerlijke aanvragers te beschermen, niet om hen te straffen. Meer praktische informatie over je rechten als verzekerde vind je bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Veelgestelde vragen
Wat is de mededelingsplicht bij een verzekering?
De mededelingsplicht is de wettelijke verplichting (art. 7:928 BW) om vóór het afsluiten van een verzekering alle feiten te melden die je kent of behoort te kennen, en waarvan je redelijkerwijs kunt begrijpen dat ze voor de verzekeraar relevant zijn bij de risicobeoordeling. In de praktijk betekent dit: beantwoord alle vragen op het aanvraagformulier volledig en naar waarheid. Je hoeft alleen te melden wat gevraagd wordt — maar je mag niets wezenlijks achterhouden.
Wat gebeurt er als ik bij het aanvragen van een verzekering iets verzwijg?
De gevolgen hangen af van de ernst van de verzwijging. Als de verzekeraar bij volledige kennis een hogere premie had gevraagd, wordt de uitkering bij schade verminderd. Als hij de polis helemaal niet zou hebben gesloten, kan hij de uitkering weigeren. Bij opzettelijke misleiding — bewust verkeerd of onvolledig antwoorden — vervalt het recht op uitkering volledig en mag de verzekeraar de polis per direct opzeggen. Verzekeraars moeten een beroep op verzwijging binnen twee maanden na ontdekking schriftelijk melden.
Moet ik mijn strafblad vermelden bij een verzekeringsaanvraag?
Ja, maar alleen als de verzekeraar er expliciet en ondubbelzinnig naar vraagt, en alleen voor feiten binnen de aangegeven termijn (doorgaans vijf of acht jaar). Veroordelingen van langer geleden hoef je niet te noemen. Staat er een vage of onduidelijk geformuleerde vraag in het formulier, dan geldt een strengere uitlegprocedure in jouw voordeel. Twijfel je? Vraag dan specifiek na bij de verzekeraar wat hij precies wil weten, of schakel een adviseur in.
Wat is de 14 dagen bedenktijd bij een verzekering?
Na het afsluiten van een verzekering heb je veertien dagen de tijd om de polis kosteloos te annuleren, zonder opgaaf van reden. De termijn start op het moment dat je het polisblad of de polisbevestiging hebt ontvangen. Betaalde premies worden teruggestort. Uitzondering: reisverzekeringen die direct bij afsluiten ingaan, vallen vaak buiten deze regeling. De bedenktijd is ook nuttig als je achteraf twijfelt of je alle slotvragen correct hebt ingevuld.
Heb ik recht op premierestitutie als mijn verzekering wordt opgezegd wegens verzwijging?
Dat hangt af van je intentie. Wie te goeder trouw handelde — dus niet opzettelijk iets achterhield — heeft sinds de wetswijziging van 1 juli 2023 recht op terugbetaling van betaalde premies als de verzekeraar bij volledige kennis geen polis zou hebben gesloten. Wie opzettelijk heeft misleid, heeft geen recht op premierestitutie. Dit onderscheid is vastgelegd in de gewijzigde artikelen 7:929-930 BW.
Wat als ik me niet bewust was van een relevant feit bij het invullen?
Dan is er sprake van niet-opzettelijke onjuistheid. De wet beoordeelt dit milder: de gevolgen zijn proportioneel (lagere uitkering of weigering naar rato), maar er gelden geen aanvullende sancties. Bovendien bestaat recht op premierestitutie bij goeder-trouwe aanvragers. Bewaar altijd een kopie van je ingevulde aanvraagformulier, zodat je bij een later geschil kunt aantonen wat je precies hebt ingevuld en wanneer.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










