De premies voor allrisk autoverzekeringen zijn in het eerste kwartaal van 2026 flink gestegen — gemiddeld 12 procent ten opzichte van eind 2025. Voor een bestuurder van middelbare leeftijd met een gezinsauto van circa €25.000 ligt de allrisk-premie al snel boven de €100 per maand. Tegelijkertijd verschilt de prijs tussen verzekeraars voor exact dezelfde situatie soms meer dan €60 per maand. Het loont dus om goed te berekenen — en daarvoor moet je weten welke vergelijker betrouwbare allrisk-prijzen geeft en welke factoren echt de doorslag geven.
Allrisk berekenen is niet hetzelfde als een gewone autoverzekering vergelijken. De cataloguswaarde, de dagwaarde en eventuele taxaties spelen bij volledig casco een veel grotere rol dan bij een eenvoudige WA-polis. Wie die factoren begrijpt, krijgt niet alleen een eerlijke premie — maar ook een dekking die echt past bij zijn auto en rijsituatie.
Drie vergelijkers, drie sterke punten: Independer, Pricewise en Geld.nl
Nederland telt meerdere grote vergelijkingssites voor autoverzekeringen, maar voor allrisk zijn Independer, Pricewise en Geld.nl de meest betrouwbare adressen. Ze werken alle drie op basis van dezelfde basisprincipes — kenteken invoeren, gegevens checken, premie berekenen — maar hebben elk een eigen sterkepunt dat relevant is voor allrisk-zoekers.
Independer is de marktleider qua aanbod: de site werkt samen met meer dan 20 verzekeraars en toont naast de premie ook klanttevredenheidsscores per aanbieder. Dat laatste is voor allrisk extra relevant: bij volledig casco wil je weten hoe een verzekeraar omgaat met schademeldingen, uitbetalingstermijnen en geschillen over dagwaarde. Independer maakt dit vergelijkbaar in één overzicht.
Pricewise onderscheidt zich door transparantie over de dagwaarde van jouw specifieke kenteken. Zodra je het kenteken invult, toont Pricewise direct de RDW-dagwaarde van je auto — een cruciaal gegeven voor de keuze tussen WA+, beperkt casco en allrisk. Wie twijfelt of allrisk nog rendeert voor zijn auto, heeft die dagwaardecheck bij Pricewise meteen paraat.
Geld.nl combineert een vergelijkingstool met actuele marktanalyses. Op dezelfde pagina waar je je allrisk-premie berekent, zie je contextuele informatie over hoe de markt beweegt. Dat is nuttig als je wilt begrijpen waarom de premie dit kwartaal hoger uitvalt dan vorig jaar — of waarom een bepaalde aanbieder opeens goedkoper is geworden.
Gebruik voor allrisk bij voorkeur minimaal twee van deze drie sites naast elkaar. Niet elke verzekeraar staat op elk platform. Sommige aanbieders — zoals OHRA of Allianz Direct — rekenen via hun eigen kanaal soms een andere prijs dan via een vergelijker. Het combineren van twee zoekopdrachten kost vijf minuten extra en kan tientallen euro’s per maand schelen.
Cataloguswaarde versus dagwaarde: het fundament van je allrisk-premie
Bij WA-verzekeringen is de cataloguswaarde van je auto nauwelijks relevant — die polis dekt immers alleen schade aan anderen. Bij allrisk is het een van de zwaarste wegingsfactoren in de premieberekening. Verzekeraars bepalen hun allrisk-premie namelijk op basis van de cataloguswaarde van de auto, niet de dagwaarde. De reden is simpel: de cataloguswaarde bepaalt hoe groot het maximale verlies is dat de verzekeraar moet dekken bij nieuwschadevergoeding of total loss in het eerste jaar.
Concreet werkt dat zo: een auto met een cataloguswaarde van €45.000 kost je in allrisk-premie meer dan dezelfde auto met een lagere uitvoering van €35.000 — ook al zijn beide auto’s vijf jaar oud en hebben ze dezelfde dagwaarde. De verzekeraar rekent de risicopremie naar rato van het maximale uitkeringsbedrag, en dat is voor nieuwe of bijna-nieuwe auto’s de catalogusprijs inclusief btw en bpm.
Na het eerste of tweede jaar schakelt de uitkeringsgrondslag over naar de dagwaarde — de actuele marktwaarde van je auto op het moment van schade. Die daalt elk jaar als gevolg van afschrijving en slijtage. Het verschil tussen cataloguswaarde en dagwaarde bij een tweejarige auto kan al oplopen tot 20 à 30 procent van de aanschafprijs. Dat heeft twee gevolgen: je premie daalt naarmate de dagwaarde afneemt, maar ook de maximale vergoeding bij total loss neemt af.
Voor de premieberekening is het therefore slim om te checken of de vergelijker die je gebruikt de cataloguswaarde automatisch uit het RDW-register haalt of vraagt om handmatige invoer. Zowel Pricewise als Independer halen de cataloguswaarde automatisch op via het kenteken — wat fouten door handmatige invoer uitsluit en de premieberekening betrouwbaarder maakt.
Taxatie: wanneer speelt het een rol bij allrisk?
Voor de meeste personenauto’s is een taxatie niet nodig bij het afsluiten van een allrisk-verzekering. De cataloguswaarde is bekend via het RDW-register en de dagwaarde wordt berekend aan de hand van een afschrijvingstabel. Maar er zijn situaties waarbij taxatie wél relevant is — en waarbij een ontbrekend taxatierapport kan leiden tot een lagere uitkering dan je verwacht.
Klassiekers en youngtimers. Een auto van meer dan 25 jaar oud heeft doorgaans een dagwaarde die hoger ligt dan de afschrijvingstabellen suggereren. De markt voor goed onderhouden klassiekers trekt aan — een gerestaureerde Citroën DS of een vroege Golf GTI kan meer waard zijn dan zijn cataloguswaarde ooit was. Zonder taxatierapport vergoedt de verzekeraar bij total loss alleen de dagwaarde op basis van standaard afschrijving, wat fors lager kan zijn dan de werkelijke marktwaarde. Een specialistische verzekering met vaste taxatiewaarde is dan verstandiger dan een reguliere allrisk.
Aangepaste of getunte voertuigen. Heb je aanpassingen gedaan aan je auto — speciale velgen, een aangepast rijwerkpakket, inbouwapparatuur of accessoires boven de €1.500 — dan zijn die bij de meeste standaard allrisk-polissen niet automatisch meeverzekerd. Hiervoor moet je afzonderlijk een accessoiredekking opgeven of een aanvullende taxatie laten uitvoeren. Doe je dat niet, dan wordt bij schade alleen de cataloguswaarde van de auto vergoed, zonder de extra’s.
Importauto’s. Een auto die oorspronkelijk niet voor de Nederlandse markt was bestemd, heeft soms geen standaard cataloguswaarde in het RDW-systeem. Vergelijkers kunnen dan geen automatische koppeling maken. In dat geval vraagt de verzekeraar om een taxatierapport van een erkend taxateur om de waarde vast te stellen. Zonder dat rapport is allrisk afsluiten moeilijker of leidt het tot een lagere dekking dan de werkelijke waarde rechtvaardigt.
Welke factoren bepalen je allrisk-premie — en hoe weegt elk?
Bij een allrisk-berekening tellen meer factoren mee dan bij WA. Hier is een overzicht van de belangrijkste variabelen en hun invloed:
| Factor | Invloed op allrisk-premie | Toelichting |
|---|---|---|
| Cataloguswaarde | Hoog | Hogere cataloguswaarde = hogere allrisk-premie; verreweg de zwaarste factor |
| Schadevrije jaren | Hoog | Meer SFJ = hogere no-claimkorting; tot 80-85% korting op basispremie mogelijk |
| Postcode/woonplaats | Gemiddeld | Verschil tot €534 per jaar tussen duurste (Den Haag) en goedkoopste (Terschelling) gemeente |
| Leeftijd bestuurder | Gemiddeld | Jongeren betalen meer; omslagpunt ligt doorgaans rond 25 jaar |
| Jaarkilometrage | Laag tot gemiddeld | Minder dan 10.000 km/jaar geeft korting; meer dan 25.000 km/jaar kost toeslag |
| Eigen risico | Direct | €150 hoger eigen risico = circa €5-12 lagere maandpremie |
| Dagwaarde (bij oudere auto) | Gemiddeld | Beïnvloedt schaalbaarheid van de uitkering bij total loss |
Eén factor die vaak over het hoofd wordt gezien: het gebruik van de auto. Rij je ook zakelijk — ook al is het maar één dag per week voor je werkgever — dan valt dit buiten de dekking van een puur privé-allrisk-polis. Geef zakelijk gebruik altijd eerlijk op. Het premiescil is kleiner dan je risico op een afgewezen claim.
Wil je meer weten over hoe premies in bredere zin worden berekend en wat de fiscale kant betekent? Bekijk dan de uitleg over premies en fiscale aftrek op deze site.
Allrisk premies 2026: wat betaal je echt?
Op basis van actuele marktcijfers van mei 2026 — inclusief de gemiddelde stijging van 12 procent in het eerste kwartaal — liggen de allrisk-premies voor een doorsnee Nederlandse bestuurder als volgt:
| Situatie | Goedkoopste aanbieder | Marktgemiddelde | Duurste top-5 |
|---|---|---|---|
| Kia Rio 2014, 54 jaar, 10.000 km, 5 SFJ | circa €115/maand | circa €145/maand | circa €230/maand |
| VW Golf 2020, 35 jaar, 15.000 km, 8 SFJ | circa €74/maand | circa €98/maand | circa €135/maand |
| Tesla Model 3 2022, 40 jaar, 20.000 km, 10 SFJ | circa €108/maand | circa €135/maand | circa €178/maand |
Het grote verschil tussen goedkoopste aanbieder en duurste top-5 toont precies waarom vergelijken loont. Voor een VW Golf-rijder kan het verschil meer dan €60 per maand zijn — ruim €720 per jaar — terwijl de dekking op papier identiek is. Dat verschil zit hem niet in de kwaliteit van de polis maar in de risicomodellering van de verzekeraar: sommige aanbieders zijn agressief in het werven van bepaalde klantprofielen en bieden tijdelijk scherpe premies aan.
Aanbieders die in 2026 consistent in het goedkoopste kwartiel zitten voor allrisk zijn onder andere FBTO, Ominimo en InShared. Grotere namen als Centraal Beheer, Interpolis en ANWB bieden meer serviceniveaus maar vragen daarvoor doorgaans een premieopslag. Via een allrisk-vergelijkingstool zie je in vijf minuten wat jouw specifieke situatie kost bij alle aanbieders naast elkaar.
Tips voor een accurate allrisk-berekening
Een premieberekening via een vergelijker is zo betrouwbaar als de gegevens die je invult. Hier zijn vijf concrete tips om te zorgen dat je een eerlijk en vergelijkbaar resultaat krijgt.
1. Gebruik altijd je echte schadevrije jaren. Heb je het exacte getal niet paraat, vraag het dan op bij je huidige verzekeraar. Ze zijn wettelijk verplicht dit te verstrekken. Je schadevrije jaren zijn centraal opgeslagen in het Roy-datacenter en worden bij iedere nieuwe verzekeraar automatisch herkend. Een fout van drie schadevrije jaren kan al snel €15 tot €25 per maand verschil maken in je allrisk-premie.
2. Check de cataloguswaarde vóór je begint. Pricewise toont de cataloguswaarde automatisch na het invullen van je kenteken. Klopt het getal? Bij importauto’s of bijzondere uitvoeringen wijkt de RDW-waarde soms af van de werkelijke aanschafprijs. Merk je een afwijking, geef dan de werkelijke cataloguswaarde handmatig op bij aanbieders die dat toestaan.
3. Vergelijk eigen risico’s eerlijk. Standaard tonen vergelijkers een eigen risico van €150 of €0. Vergelijk altijd bij hetzelfde eigen risico om appels met appels te vergelijken. Wil je nadien het eigen risico ophogen naar €300 of €500 om premie te besparen, doe dat dan als tweede stap — nadat je de onderlinge vergelijking hebt gemaakt.
4. Geef je jaarkilometrage realistisch op. Minder kilometers opgeven verlaagt de premie op papier, maar geeft de verzekeraar bij schade een argument om de uitkering te korten of te weigeren. Gebruik het gemiddelde van de afgelopen twee jaar als basis — inclusief de vakanties en uitstapjes die je misschien vergeet mee te tellen.
5. Controleer of aanvullende dekkingen zijn aangevinkt. Vergelijkingssites vinken soms automatisch pechhulp, rechtsbijstand of een vervangend-vervoer-module aan. Dat kan €8 tot €20 per maand extra kosten. Check altijd het specificatieoverzicht vóór je afsluit en verwijder aanvullende modules die je al via een andere polis hebt — of die je simpelweg niet nodig hebt.
Wanneer is allrisk nog de moeite waard — en wanneer niet meer?
De vuistregel die de Consumentenbond hanteert: allrisk loont zolang je auto jonger is dan zes jaar of een dagwaarde heeft boven de €10.000 tot €12.000. Dat is het punt waarop de extra jaarlijkse premiekosten voor allrisk ten opzichte van beperkt casco opwegen tegen de maximale vergoeding die je bij schade aan je eigen auto kunt ontvangen.
In 2026 is die grens voor sommige autotypes scherper geworden. Elektrische auto’s behouden hun waarde langer dan benzineauto’s — een twee jaar oude Tesla Model 3 of Hyundai Ioniq 5 heeft een dagwaarde die nog dicht bij de cataloguswaarde ligt. Dat maakt allrisk voor EV’s langer rendabel dan voor een vergelijkbare benzineauto. Omgekeerd dalen bepaalde populaire modellen — zoals kleine stadswagens van een paar jaar oud — snel in waarde, waardoor de allrisk-grens eerder bereikt wordt.
Is je auto gefinancierd via financial lease of een lening? Dan kan de leasemaatschappij of bank allrisk verplicht stellen, ook als de dagwaarde het anders niet zou rechtvaardigen. De leasemaatschappij is eigenaar van het voertuig en wil haar activa volledig beschermd zien. In dat geval heb je geen keuze — maar kun je wel actief vergelijken welke aanbieder de allrisk-polis het scherpst geprijsd heeft.
Een praktisch omslagpuntmoment: gebruik het moment van je jaarlijkse premieverlenging om te checken of allrisk nog past. Bereken het verschil in jaarpremie tussen allrisk en WA+. Vergelijk dat met de huidige dagwaarde van je auto en je eigen financiële buffer. Is de meerprijs van allrisk meer dan 15 procent van de dagwaarde per jaar, dan is het een serieuze vraag of die extra dekking nog loont. Bekijk daarvoor ook de uitgebreide vergelijkingspagina voor autoverzekeringen op deze site.
De allrisk-markt in 2026 beweegt snel: premies stijgen, maar de concurrentie tussen aanbieders is hevig. Wie elk jaar zijn premie herberekent via minimaal twee vergelijkers, de juiste factoren invoert en begrijpt hoe cataloguswaarde en dagwaarde zijn berekening beïnvloeden, betaalt precies genoeg — niet meer dan nodig. Controleer ook altijd via de AFM-vergunnigencheck of de verzekeraar bij wie je afsluit vergund is in Nederland.
Veelgestelde vragen
Welke vergelijker geeft de meest betrouwbare allrisk-premie?
Independer, Pricewise en Geld.nl zijn in 2026 de meest betrouwbare vergelijkers voor allrisk-premies. Ze werken samen met AFM-vergunde verzekeraars en halen de cataloguswaarde van je auto automatisch op via het kenteken. Pricewise toont daarbij ook direct de actuele dagwaarde van je voertuig — nuttig om te beoordelen of allrisk nog loont. Gebruik minimaal twee vergelijkers naast elkaar: niet elke verzekeraar staat op elk platform, en sommige aanbieders zijn rechtstreeks goedkoper dan via een vergelijker.
Waarom is de cataloguswaarde zo belangrijk bij allrisk berekenen?
Verzekeraars baseren de allrisk-premie op de cataloguswaarde van je auto, niet de dagwaarde. Hoe hoger de catalogusprijs was toen de auto nieuw was, hoe meer risico de verzekeraar loopt bij total loss of zware schade in het eerste jaar. Dat risico vertaalt zich direct in een hogere premie. Na één à twee jaar schakelt de uitkeringsgrondslag over naar de dagwaarde, maar de premie blijft mede bepaald door de oorspronkelijke cataloguswaarde van het model.
Wanneer heb ik een taxatierapport nodig voor allrisk?
Voor de meeste reguliere personenauto’s is geen taxatie nodig: de cataloguswaarde staat in het RDW-register. Taxatie is wél relevant bij klassiekers en youngtimers (dagwaarde kan hoger zijn dan afschrijvingstabellen suggereren), bij getunte of aangepaste voertuigen (accessoires boven €1.500 zijn niet automatisch meeverzekerd) en bij importauto’s zonder Nederlandse catalogusprijs. Zonder taxatie bij deze voertuigen loop je het risico op een lagere uitkering dan de werkelijke waarde bij total loss.
Hoe nauwkeurig moet mijn jaarkilometrage zijn bij allrisk berekenen?
Zo nauwkeurig mogelijk. Opgeven dat je minder rijdt dan werkelijk het geval is, verlaagt je premie op papier — maar bij schade kan de verzekeraar de uitkering korten of weigeren als blijkt dat je structureel meer hebt gereden. Gebruik het gemiddelde van de afgelopen twee kalenderjaren als basis. Rijdt je werkzaamheden of hobbys zorgen voor piekjaren, neem dan het hogere gemiddelde als uitgangspunt. Bij allrisk zijn de gevolgen van een afgewezen claim groter dan bij WA, omdat het om schade aan je eigen auto gaat.
Heeft mijn woonplaats invloed op de allrisk-premie?
Ja, en de invloed is groter dan veel mensen denken. Het verschil in allrisk-premie tussen de duurste gemeente (Den Haag) en de goedkoopste (Terschelling) kan in 2026 oplopen tot meer dan €500 per jaar. Verzekeraars baseren dit op statistische schade- en diefstalcijfers per postcode. In stedelijke gebieden met hoge parkeerdruk en meer vandalisme of inbraak betaal je structureel meer dan in landelijke gebieden. Dit is een van de factoren die je niet kunt beïnvloeden, maar wel mee moet nemen in de totaalafweging.
Kan ik mijn allrisk-premie verlagen zonder de dekking te verminderen?
Ja, er zijn meerdere manieren. Verhoog je eigen risico van €150 naar €300 of €500 — dat geeft direct een lagere premie terwijl de dekking inhoudelijk gelijk blijft. Geef een realistisch maar nauwkeurig jaarkilometrage op: minder dan 10.000 km per jaar geeft bij de meeste verzekeraars een kortingstrap. Vergelijk ieder jaar opnieuw — overstappers besparen in 2026 gemiddeld €350 per jaar. En verwijder aanvullende modules (pechhulp, rechtsbijstand) als je die al via een andere polis hebt.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










