AOV voor ZZP: premies, wet BAZ en alternatieven in 2026

G van den Ende

ZZP'er werkt aan laptop thuis — arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen in 2026

Je leest dit artikel in 8 minuten

Ruim 1,2 miljoen mensen werken in Nederland als zelfstandige zonder personeel. Ze verdienen hun inkomen zonder ziektewet, zonder WIA en zonder werkgever die bijspringt als ze uitvallen. Wie als ZZP’er langdurig ziek wordt of een ongeluk krijgt, heeft zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering binnen een paar maanden een leeg bankrekening en nog jaren van herstel voor de boeg.

In 2026 staat het thema hoger op de agenda dan ooit. Het kabinet wil een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen invoeren via de zogeheten Wet BAZ (Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen), en in de Tweede Kamer ligt het wetsvoorstel sinds eind maart 2026 klaar voor behandeling. Tegelijk blijven de premies van particuliere AOV-polissen behoorlijk lopen. Hoog tijd om alles op een rij te zetten.

Wat is een AOV en waarom heb je die als ZZP’er nodig?

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) betaalt een maandelijkse uitkering als je door ziekte of letsel niet (volledig) kunt werken. Als werknemer heb je daar de Ziektewet en daarna de WIA voor. Als ZZP’er val je buiten die vangnetten: het UWV keert alleen uit als je ooit in loondienst was en in de eerste periode na het einde van dat dienstverband arbeidsongeschikt wordt.

Zelfstandigen die geen particuliere AOV afsluiten, zijn dus afhankelijk van eigen spaargeld, eventuele steun vanuit de gemeente (bijstand voor zelfstandigen via het Bbz), of van de zogenoemde vangnet-AOV bij het UWV. Die vangnetverzekering bestaat, maar kent stevige beperkingen: de wachttijd bedraagt 12 maanden, de uitkering is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon, en je kunt er pas aanspraak op maken vanaf 25% arbeidsongeschiktheid op basis van gangbare arbeid. Wie gewend is een netto-inkomen van 3.000 euro per maand te verdienen, ziet dat met de vangnet-AOV terugvallen naar een fractie daarvan.

Wat kost een AOV als ZZP’er in 2026?

De premie voor een particuliere AOV hangt af van vier factoren: je leeftijd, je beroep (risicoklasse), het verzekerde maandbedrag en de wachttijd die je kiest. Als vuistregel geldt: hoe ouder, hoe fysiek zwaarder het werk, hoe korter de wachttijd en hoe hoger de uitkering, des te duurder de polis.

In 2026 betalen ZZP’ers in kantoor- en adviеsberoepen (laagste risicoklasse) ruwweg de volgende maandpremies voor een uitkering van 2.000 euro netto:

Leeftijd Maandpremie (indicatief, klasse 1, wachttijd 30 dgn)
25-30 jaar € 60 – € 85
30-40 jaar € 80 – € 120
40-50 jaar € 120 – € 160
50-60 jaar € 150 – € 200

Voor ZZP’ers met fysiek werk — denk aan installateurs, bouwvakkers, schilders of fysiotherapeuten die veel manueel behandelen — kan de premie twee tot drie keer zo hoog uitvallen. Een 45-jarige dakdekker betaalt voor dezelfde dekking al snel 250 tot 350 euro per maand. Dat zijn bedragen die op jaarbasis neerkomen op 3.000 tot ruim 4.000 euro, en dat loopt rechtstreeks door je winst- en verliesrekening.

Je kunt de premie flink drukken door een langere wachttijd te kiezen: 60, 90 of zelfs 365 dagen. Bij een wachttijd van een jaar betaal je soms de helft van wat je zou betalen bij 30 dagen. De keerzijde is dat je zelf een buffer moet hebben om die eerste periode te overbruggen. Een bedrag gelijk aan 6 tot 12 maanden vaste lasten op een aparte spaarrekening is dan echt het minimum.

De Wet BAZ: verplichte AOV voor ZZP in 2030

Op 13 maart 2026 keurde de ministerraad het aangepaste wetsvoorstel voor de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) goed. Minister Thierry Aartsen (Sociale Zaken) stuurde het voorstel op 23 maart naar de Tweede Kamer. De Kamercommissie voor Sociale Zaken besprak het wetsvoorstel procedureel op 7 april 2026, en een schriftelijke vragenronde loopt tot 20 mei 2026.

Het kabinet mikt op aanname door beide Kamers vóór 31 augustus 2026, een harde deadline die samenhangt met Europese subsidievoorwaarden uit het Herstel- en Veerkrachtplan. De feitelijke inwerkingtreding is gepland op 1 januari 2030, omdat het UWV en de Belastingdienst hun ICT-systemen volledig moeten herinrichten.

De kern van de BAZ-regeling:

  • Premie: 5,4% van de winst uit onderneming.
  • Maximum premie: circa 171 euro per maand op basis van het minimumloon van 2025 — naar verwachting zo’n 177 euro per maand op het niveau van 2026 door indexering.
  • Uitkering: 70% van het minimumloon (vergelijkbaar met de huidige vangnet-AOV).
  • Uitvoering: via het UWV, gefinancierd uit premie-afdrachten aan de Belastingdienst.

Wie vóór de zogeheten peildate een particuliere AOV heeft die aan de minimumeisen voldoet — wachttijd maximaal 104 weken, uitkering minimaal 70% van de winst tot het minimumloonplafond, dekking tot de AOW-leeftijd — kan gebruikmaken van de eerbiedigende werking (opt-out). Je hoeft dan niet verplicht mee aan de BAZ. Het kabinet communiceert de exacte peildate zodra de wet is aangenomen. Wie nu nog geen AOV heeft en wacht tot de peildate, loopt het risico de opt-out-mogelijkheid te missen. Voor meer informatie over de actuele stand van het wetsvoorstel, zie de uitleg van de KVK.

De vangnet-AOV bij het UWV: voor wie is dat een optie?

Het UWV biedt al jaren een zogeheten vangnet-AOV aan ZZP’ers die vanwege gezondheidsklachten of leeftijd niet (betaalbaar) bij een reguliere verzekeraar terechtkunnen. De voorwaarden zijn streng en de dekking bescheiden, maar voor sommigen is het de enige optie.

Je kunt de vangnet-AOV aanvragen als je aantoonbaar door minimaal twee reguliere verzekeraars bent afgewezen op basis van gezondheid. De wachttijd is 12 maanden — je hebt dus een heel jaar geen recht op uitkering als je uitvalt. De uitkering bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimumloon en gaat pas in bij 25% arbeidsongeschiktheid, berekend op basis van wat je nog aan gangbare arbeid kunt verrichten. Dat is ruimer gedefinieerd dan je eigen beroep, waardoor de kans bestaat dat je minder uitkering krijgt dan verwacht.

De vangnet-AOV is geen comfortabele oplossing, maar beter dan helemaal niets. Informatie en aanvragen loopt via de Rijksoverheid.

Alternatieven voor de klassieke AOV

Een volledige particuliere AOV is voor sommige ZZP’ers financieel niet haalbaar. Er zijn echter alternatieven die een deel van het risico opvangen.

Broodfonds. Een broodfonds is een collectief van 20 tot 50 ZZP’ers die maandelijks een klein bedrag in een gezamenlijke pot stoppen. Bij ziekte ontvang je uit de pot een bedrag gedurende maximaal twee jaar. De bijdragen zijn lager dan een reguliere AOV-premie, maar de uitkering is ook beperkt en het fonds werkt op basis van solidariteit, niet op basis van verzekeringsrecht. Er is geen garantie dat de pot voldoende gevuld is. Meer informatie bij de Consumentenbond.

Kortlopende AOV of wachttijdverzekering. Sommige verzekeraars bieden een ‘first week’- of ‘short tail’-polis die alleen de eerste periode van ziekte dekt, voor een lagere premie. Je combineert dit dan met een langere wachttijd op je hoofd-AOV.

Collectieve AOV via branchevereniging. Steeds meer sectorfondsen en beroepsverenigingen bieden leden een collectieve AOV aan tegen scherpere tarieven dan individueel mogelijk is. Denk aan de FNV Zelfstandigen-polis of aan sectorale regelingen voor de bouw, zorg of ICT. De premiekorting kan oplopen tot 20-30% ten opzichte van een individuele polis.

Combinatie eigen reserves + beperkte AOV. Wie een liquiditeitsbuffer van zes maanden aan vaste lasten aanhoudt, kan kiezen voor een polis met wachttijd van 180 dagen. De premie is dan aanzienlijk lager. Nadeel: dit vereist financiële discipline en de buffer is niet beschikbaar voor investering of pensioenopbouw.

Vergelijk alternatieven en polissen via de AOV-vergelijkingspagina of bekijk de overzichtspagina bedrijfsverzekeringen voor aanverwante dekkingen.

AOV-premie fiscaal aftrekken: zo werkt het

Een van de aantrekkelijke kanten van een particuliere AOV is de fiscale behandeling. Als ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB-ondernemer, dus eenmanszaak, VOF of maatschap) mag je de jaarpremie aftrekken als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’ in box 1. De uitkering is in dat geval belast als inkomen, maar de premie verlaagt je belastbare winst.

In 2026 gelden de volgende tarieven in box 1:

  • Tot € 38.883: 35,75%
  • € 38.883 – € 78.426: 37,56%
  • Boven € 78.426: 49,50%

Bij een AOV-premie van 150 euro per maand (1.800 euro per jaar) en een inkomen in de tweede schijf levert de aftrek een belastingteruggave op van circa 676 euro. Je netto-premie komt dan neer op zo’n 94 euro per maand. Bij een hoger inkomen, belast in de derde schijf, kan de netto-premie nog lager uitvallen door de hogere aftrekwaarde. De AOV-premie past bovendien binnen de zogenoemde jaarruimte voor inkomensvoorzieningen: bij een jaarinkomen van 50.000 euro zonder andere pensioenopbouw is de ruimte indicatief 6.000 tot 8.000 euro per jaar, ruim voldoende voor de meeste AOV-premies. Raadpleeg de Belastingdienst voor de exacte berekening in jouw situatie.

Waar let je op bij het afsluiten van een AOV?

Een AOV-polis vergelijken gaat verder dan alleen kijken naar de maandpremie. Er zijn een aantal punten die bepalend zijn voor de werkelijke waarde van de dekking.

Beroepsdefinitie. Een polis op basis van je eigen beroep keert uit als je jouw specifieke werk niet meer kunt doen. Een polis op basis van gangbare arbeid is strenger: je krijgt pas uitkering als je ook geen ander werk kunt verrichten. Kies bij voorkeur een polis gebaseerd op eigen beroep.

Indexering. Koop een polis met jaarlijkse indexering van de uitkering, zodat inflatie je koopkracht niet uitholt bij een langdurige arbeidsongeschiktheid.

Wachttijd. Hoe lang kun je zelf de kosten dragen? Stem de wachttijd af op je liquiditeitsreserve. Elke extra dag wachttijd drukt de premie.

Eindleeftijd. Controleer of de polis doorloopt tot je AOW-datum. Sommige goedkope polissen stoppen al op je 60e of 65e, terwijl de AOW-leeftijd in 2026 op 67 jaar en 3 maanden staat.

Als ZZP’er sta je voor een helder keuzeprobleem: een maandpremie van 80 tot 200 euro voelt duur tot het moment dat je hem nodig hebt. Tegelijk biedt de aankomende BAZ-wet een vangnet met een lagere uitkering dan je gewend bent te verdienen. De combinatie van een beperkte particuliere AOV met een eigen buffer en zo nodig een broodfonds is voor veel zelfstandigen de meest betaalbare route — maar vergelijk altijd meerdere polissen via een onafhankelijke verzekeringsadviseur of via een erkende vergelijkingssite die is aangesloten bij de AFM-registers. Want wie wacht tot de peildate van de BAZ, kan de opt-out-mogelijkheid én een gunstige instapprijs mislopen.

Veelgestelde vragen

Wat is de gemiddelde AOV-premie voor een ZZP’er in 2026?

De gemiddelde maandpremie voor een ZZP’er in een kantoor- of adviesberoep ligt in 2026 tussen de 80 en 160 euro per maand voor een uitkering van 2.000 euro netto bij een wachttijd van 30 dagen. ZZP’ers met fysiek werk in hogere risicoklassen betalen al snel 200 tot 350 euro per maand. Leeftijd speelt een grote rol: een 55-jarige betaalt vaak twee keer zoveel als een 30-jarige voor dezelfde dekking. Door de wachttijd te verlengen naar 90 of 180 dagen kun je de premie fors verlagen.

Wanneer wordt de AOV verplicht voor ZZP’ers?

Het wetsvoorstel Wet BAZ (Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) ligt sinds 23 maart 2026 bij de Tweede Kamer. Het kabinet hoopt de wet vóór 31 augustus 2026 aangenomen te hebben vanwege Europese subsidievoorwaarden. De daadwerkelijke invoering — inclusief premieheffing via de Belastingdienst en uitvoering door het UWV — is gepland op 1 januari 2030. Wie vóór de peildate al een particuliere AOV heeft die aan de wettelijke minimumeisen voldoet, kan via de eerbiedigende werking (opt-out) buiten de verplichte BAZ blijven.

Is een AOV-premie fiscaal aftrekbaar voor ZZP’ers?

Ja. Als IB-ondernemer (eenmanszaak, VOF, maatschap) mag je de AOV-premie aftrekken als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’ in box 1 van de inkomstenbelasting. De uitkering is dan op haar beurt belast als inkomen. In 2026 levert een premie van 150 euro per maand bij een inkomen in de tweede schijf (37,56%) een belastingteruggave op van circa 56 euro per maand, waardoor de netto-premie op circa 94 euro per maand uitkomt. Dga’s van een bv kunnen de premie niet altijd op dezelfde manier aftrekken — check dit met je accountant.

Wat is de vangnet-AOV van het UWV?

De vangnet-AOV bij het UWV is bedoeld voor ZZP’ers die door gezondheidsredenen niet (betaalbaar) bij een reguliere verzekeraar terechtkunnen. Je moet aantoonbaar door minimaal twee verzekeraars zijn afgewezen. De wachttijd is 12 maanden, de uitkering maximaal 70% van het wettelijk minimumloon en de drempel is 25% arbeidsongeschiktheid op basis van gangbare arbeid — niet je eigen beroep. Het is een noodoplossing, geen volwaardig alternatief voor een particuliere AOV.

Wat is een broodfonds en hoe verschilt het van een AOV?

Een broodfonds is een onderlinge solidariteitsregeling waarbij 20 tot 50 ZZP’ers maandelijks een bedrag inleggen in een gezamenlijke pot. Bij ziekte ontvang je een uitkering uit die pot voor maximaal twee jaar. De maandelijkse bijdragen zijn lager dan een AOV-premie, maar een broodfonds is geen verzekeringsproduct: er zijn geen wettelijke garanties, de pot kan onvoldoende gevuld zijn en er is geen toezicht van de AFM of DNB. Het is wel een serieuze aanvulling als je de kosten van een volledige AOV niet kunt dragen, maar ideaal is het als enige oplossing niet.

Kan ik mijn AOV combineren met een pensioenopbouw?

Ja, dat kan en het is zelfs fiscaal slim. De AOV-premie valt binnen de jaarruimte voor inkomensvoorzieningen die de Belastingdienst toestaat. Bij een inkomen van 50.000 euro per jaar zonder andere pensioenopbouw is de jaarruimte indicatief 6.000 tot 8.000 euro. Een AOV-premie van 1.800 tot 3.000 euro per jaar past daar ruimschoots in, waarna er nog ruimte overblijft voor lijfrente of banksparen als pensioenopbouw. Bespreek de optimale combinatie met een erkend financieel adviseur.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie