Je rijdt twee maanden in je glanzende nieuwe auto als een vrachtwagen je aanrijdt en de schade groter blijkt dan de waarde van de auto. Total loss. Op dat moment wil je precies weten wat jouw verzekeraar uitkeert: de dagwaarde of de nieuwwaarde? Het verschil kan oplopen tot 15.000 euro of meer, afhankelijk van het type auto en de leeftijd ervan. Toch lezen maar weinig automobilisten de kleine lettertjes van de nieuwwaarderegeling echt door.
In 2026 is dit verschil actueler dan ooit. Elektrische auto’s dalen sneller in waarde dan traditionele verbrandingsmotoren, de catalogusprijzen zijn hoger, en het aantal EVs op de Nederlandse weg blijft groeien. De nieuwwaarderegeling in je autoverzekering is daardoor voor veel rijders geen luxe meer, maar een financiele noodzaak. Dit artikel legt precies uit hoe de regeling werkt, wat de varianten zijn en hoe je als EV-rijder de juiste keuze maakt.
Wat is de nieuwwaarderegeling precies?
Zonder nieuwwaarderegeling keert een allriskverzekering bij total loss of diefstal de dagwaarde uit: de marktwaarde van je auto op het moment van de schade. Die dagwaarde daalt snel. Na zes maanden kan een nieuwe auto al 8 tot 12% minder waard zijn dan de aanschafprijs, afhankelijk van het merk en het type.
De nieuwwaarderegeling verandert dat: in plaats van de dagwaarde ontvang je de aanschafprijs of de cataloguswaarde van een vergelijkbaar nieuw exemplaar. Je verzekeraar vult het gat op tussen wat de auto nu nog waard is op de markt en wat je er destijds voor betaalde. Dat klinkt logisch, maar de duur van die bescherming verschilt sterk per polis. De meeste verzekeraars hanteren een standaardperiode, maar bieden ook verlenging tegen meerprijs aan.
Let op: de nieuwwaarderegeling geldt vrijwel altijd alleen bij een allriskverzekering. Bij WA+ (beperkt casco) heb je de regeling niet, hoe nieuw je auto ook is.
12, 24 of 36 maanden: wat kiezen de grote verzekeraars?
De markt in Nederland kent drie standaardvarianten. Hieronder een overzicht van hoe de grote aanbieders er in 2026 mee omgaan:
| Verzekeraar | Standaard periode | Maximale periode | Max. bedrag |
|---|---|---|---|
| Centraal Beheer | 36 maanden | 36 maanden | €130.000 |
| Interpolis (Alles in 1) | 36 maanden | 36 maanden | €130.000 |
| Univé (standaard) | 12 maanden | 36 maanden (uitbreiding) | Catalogusprijs |
| Diverse kleinere aanbieders | 12 maanden | 24 maanden | Catalogusprijs |
Centraal Beheer keert bij total loss of diefstal binnen 36 maanden de dagwaarde plus 10% uit, tot maximaal de nieuwwaarde. Interpolis doet hetzelfde met zijn Alles in een Polis. Let op de formulering: sommige polissen vergoeden de aanschafwaarde (wat jij betaalde), andere de nieuwwaarde (wat een vergelijkbaar nieuw model nu kost). Die nuance is bij prijsstijgingen in je voordeel.
Afschrijving in cijfers: waarom elke maand telt
De reden dat 36 maanden bescherming zoveel meer waard is dan 12 maanden, zit in het afschrijvingstempo van nieuwe auto’s. Bij de gemiddelde verbrandingsmotor (ICE) ziet het er zo uit:
- Na 12 maanden: waardedaling circa 15-20% ten opzichte van aanschafprijs
- Na 24 maanden: waardedaling circa 28-35%
- Na 36 maanden: waardedaling circa 40-48%
Bij een auto van 35.000 euro betekent dit dat je na drie jaar zonder nieuwwaarderegeling nog maar ongeveer 18.000 tot 21.000 euro vergoed krijgt bij total loss. Dat is een gat van 14.000 tot 17.000 euro ten opzichte van wat je ooit betaalde. Met een nieuwwaarderegeling van 36 maanden heb je dus tot het derde jaar bescherming tegen precies dat gat.
Vergelijk je twee auto’s van gelijke aanschafprijs: zonder de regeling is het verlies bij total loss in maand 13 al enorm. Na maand 12 valt de bescherming weg bij de goedkopere polissen, terwijl de waardedaling in maand 13-36 juist fors doorzet.
EV versus ICE: waarom elektrische auto’s een grotere risicofactor vormen
Voor eigenaren van elektrische auto’s is de nieuwwaarderegeling nog urgenter dan voor rijders van een benzine- of dieselauto. Elektrische auto’s schrijven in de eerste drie jaar aanzienlijk sneller af, door meerdere factoren tegelijk:
Ten eerste zijn de catalogusprijzen van EVs hoger. Een instap-EV kost in 2026 al snel 35.000 tot 50.000 euro, waar een vergelijkbare ICE-auto eerder rond de 28.000 euro uitkomt. Een hogere cataloguswaarde betekent een groter absoluut verschil bij afschrijving. Ten tweede daalt de restwaarde van elektrische auto’s harder, mede omdat technologische veroudering sneller gaat, accucapaciteit na verloop van jaren afneemt en er veel tweedehands lease-EVs tegelijkertijd op de markt komen. Cijfers van AutoScout24 en afschrijvingauto.nl tonen dat EVs in het eerste jaar 15 tot 25% van hun waarde kunnen verliezen, en over drie jaar 40 tot 60%.
Concreet voorbeeld: een elektrische gezinsauto van 48.000 euro cataloguswaarde heeft na 30 maanden een dagwaarde van circa 24.000 tot 28.000 euro. Zonder nieuwwaarderegeling betekent total loss in die periode een verlies van 20.000 tot 24.000 euro. Met een 36-maandsclausule krijg je dat volledig vergoed (tot het maximum van doorgaans 130.000 euro). Voor ICE-rijders is het verschil reeel maar kleiner; voor EV-rijders is het potentieel tweemaal zo groot.
Bovendien geldt per 2026 dat de motorrijtuigenbelasting voor EVs verandert: de vroegere vrijstelling loopt af, wat de totale eigendomskosten verhoogt en de restwaarde verder onder druk zet. Een goede nieuwwaarderegeling is dan ook onderdeel van een slimme kostenberekening voor de EV-rijder.
Hoe werkt de uitkering bij total loss precies?
Bij total loss stelt de verzekeraar eerst vast of de auto economisch total loss is: herstelkosten overtreffen de dagwaarde. Daarna bepaalt hij wat de uitkering is. Zonder nieuwwaarderegeling is dat de dagwaarde minus een eventueel eigen risico. Met de clausule treedt de polis aan:
- Is de auto binnen de gedekte periode total loss verklaard? Dan keert de verzekeraar de aanschaf- of nieuwwaarde uit.
- Overstijgt die nieuwwaarde het maximumbedrag (veelal 130.000 euro)? Dan wordt het maximum uitbetaald.
- Een eventueel eigen risico wordt in mindering gebracht op het te ontvangen bedrag.
- Het wrak gaat naar de verzekeraar, tenzij je de restwaarde zelf behoudt (dat verlaagt de uitkering).
Sommige polissen hanteren een aanschafwaarderegeling in plaats van een nieuwwaarderegeling. Het verschil: de aanschafwaarde is wat jij betaalde (inclusief kortingen, inruilwaarde), terwijl de nieuwwaarde verwijst naar de catalogusprijs van een gelijkwaardig nieuw model. Bij prijsdalingen in de markt is aanschafwaarde gunstiger; bij prijsstijgingen is nieuwwaarde beter. Lees je polis hier goed op na, want de term “nieuwwaarderegeling” dekt in de praktijk beide varianten.
Hoeveel kost de regeling extra en is ze de meerprijs waard?
De nieuwwaarderegeling is geen gratis onderdeel van elke allriskpolis. Bij aanbieders die een standaard 12-maandsregeling hanteren, betaal je voor een verlenging naar 24 of 36 maanden doorgaans een opslag op de jaarpremie. Die opslag ligt gemiddeld tussen de 5 en 12% van de basisallriskpremie, afhankelijk van merkklasse en catalogusprijs van de auto.
Bij een allriskpremie van 1.200 euro per jaar is de opslag voor een 36-maandsclausule dus ruwweg 60 tot 144 euro per jaar. Over drie jaar betaal je dan maximaal 432 euro extra. Zet je dat af tegen het potentiele verlies van 10.000 tot 20.000 euro bij total loss in het tweede of derde jaar, dan is de rekensom snel gemaakt. De meerprijs verdient zichzelf bij het eerste grote incident al vele malen terug.
Voor duurdere auto’s geldt bovendien dat de verhouding nog gunstiger uitvalt. Een EV van 55.000 euro met 36 maanden nieuwwaarderegeling betaalt in de opslag misschien 200 euro extra per jaar, maar beschermt je tegen een potentieel verlies van 25.000 euro. Zie ook de sectie premies en fiscale aftrek op deze site voor meer achtergrond over de kostenopbouw van autoverzekeringen.
Wanneer heb je de nieuwwaarderegeling niet nodig?
De regeling is niet voor iedereen even relevant. Bij een tweedehands auto van meer dan drie jaar oud kom je sowieso niet in aanmerking: de clausule geldt altijd alleen bij nieuwe auto’s (eerste eigenaar of soms tweede eigenaar binnen een bepaalde periode). Koop je een auto van 10.000 euro, dan is het verschil tussen dag- en nieuwwaarde kleiner en de break-even sneller bereikt zonder regeling.
Ook als je auto sterk in waarde blijft — sommige klassieke merken of beperkt geproduceerde modellen dalen nauwelijks — is de regeling minder urgent. En wie al een all-in leasedeal heeft waarbij de verzekeraar de financieringsmaatschappij schadeloos stelt, hoeft zich er doorgaans niet zelf mee bezig te houden: die bescherming zit al in het leasecontract verwerkt.
Koop je echter een nieuwe auto van meer dan 25.000 euro, en met name een elektrisch model, dan is de nieuwwaarderegeling van minimaal 24 maanden een verstandige keuze. De Consumentenbond raadt aan om bij aanschaf van een nieuwe auto altijd te controleren of de allriskpolis standaard een nieuwwaarderegeling bevat en voor hoe lang.
Praktische checklist bij het afsluiten
- Vraag expliciet hoelang de nieuwwaarderegeling in de standaardpolis duurt: 12, 24 of 36 maanden?
- Controleer of het gaat om aanschafwaarde of nieuwwaarde (nieuwwaarde is beter bij inflatie).
- Let op het maximumbedrag: 130.000 euro volstaat voor de meeste auto’s, maar niet voor premium-EVs.
- Ga na of de regeling ook bij diefstal geldt of alleen bij total loss door schade.
- Bereken de meerprijs voor verlenging en zet die af tegen de waardedaling in jaar 2 en 3.
- Voor EVs: kijk of de accu apart is verzekerd of valt onder de nieuwwaardeclausule (sommige polissen sluiten accuvervanging uit de nieuwwaarderegeling).
De nieuwwaarderegeling is een van de clausules in je autoverzekering die je het liefst nooit nodig hebt, maar waar je blij van bent zodra je hem nodig hebt. Zeker voor elektrische auto’s, met hun hogere aanschafprijzen en snellere afschrijving, is het een absolute basischeck bij het vergelijken van polissen. Laat je niet verleiden door de laagste allriskpremie als daarin geen degelijke nieuwwaarderegeling zit. De vergelijkingstools op deze site helpen je de juiste afweging te maken. Controleer altijd de polisvoorwaarden via de AFM-website of via je verzekeraar zelf.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen dagwaarde en nieuwwaarde bij autoverzekering?
De dagwaarde is de marktwaarde van je auto op het moment van de schade. Die daalt elk jaar flink door normale waardedaling. De nieuwwaarde is de catalogusprijs van een vergelijkbaar nieuw model. Bij total loss of diefstal keert een verzekeraar zonder nieuwwaarderegeling alleen de dagwaarde uit. Met de clausule ontvang je de (aan)koopprijs, waardoor het gat dat afschrijving heeft veroorzaakt, gedekt is. Na drie jaar kan het verschil bij een middenklasse-auto oplopen tot 12.000 tot 18.000 euro.
Voor hoelang moet ik minimaal een nieuwwaarderegeling nemen?
Dat hangt af van het type auto. Bij een gemiddelde benzineauto is twee jaar (24 maanden) een redelijke ondergrens: de afschrijving in dat eerste jaar is het grootst. Bij een elektrische auto adviseren experts minimaal 36 maanden, omdat EVs harder en langer afschrijven, zeker door de hogere catalogusprijzen en de snel veranderende technologie. Kijk ook naar je financiele situatie: als je de auto gedeeltelijk gefinancierd hebt, wil je zeker weten dat de verzekeringsuitkering je lening dekt.
Geldt de nieuwwaarderegeling ook bij diefstal?
Bij de meeste allriskpolissen in Nederland wel. Zowel bij total loss door een aanrijding als bij volledige diefstal keert de verzekeraar de nieuwwaarde uit, mits je nog binnen de gedekte periode zit. Er zijn uitzonderingen: sommige polissen dekken alleen total loss door schade en niet diefstal, of kennen een lagere maximumvergoeding bij diefstal. Controleer dit expliciet in de polisvoorwaarden, want bij EVs is de cataloguswaarde hoog genoeg om dit een significant verschil te laten zijn.
Schrijven elektrische auto’s sneller af dan benzineautos?
Ja, in de eerste drie jaar gemiddeld aanzienlijk sneller. Een gemiddelde EV verliest in het eerste jaar 15 tot 25% van zijn waarde, en over drie jaar kan de waardedaling 40 tot 60% bedragen. Dat komt door hoge catalogusprijzen, snelle technologische veroudering, onzekerheid over acculevensduur en een groot aanbod van teruggekomen leaseautos. Voor de nieuwwaarderegeling is dat relevant: hoe hoger de afschrijving, hoe groter het potentiele verlies bij total loss zonder dekking.
Wat gebeurt er als mijn auto meer kost dan het maximum van de nieuwwaarderegeling?
De meeste polissen hanteren een maximum van 130.000 euro voor de nieuwwaarderegeling. Kost je auto meer, dan ontvang je bij total loss de dagwaarde plus 10% van de dagwaarde als toeslag, tot maximaal de catalogusprijs van het voertuig. Voor de meeste auto’s is 130.000 euro meer dan voldoende, maar rijders van premium-EVs of luxe wagens moeten dit punt controleren. Vraag bij twijfel je verzekeringsadviseur om een maatwerkpolis die boven de standaardgrens vergoedt.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










