Je hebt er jaren naar gezocht, misschien jarenlang aan gesleuteld, en eindelijk rijdt hij: jouw oldtimer. Of het nu een Volkswagen Kever uit de jaren zestig is, een Ford Mustang uit 1971 of een Citroën DS die je zorgvuldig hebt gerestaureerd — een klassieker is geen doorsnee-auto. En een doorsnee autoverzekering past er dan ook niet bij. De marktwaarde klopt niet, de premieberekening klopt niet en de dekkingsvoorwaarden sluiten niet aan op hoe jij je klassieker gebruikt.
In 2026 speelt er bovendien iets nieuws: de wegenbelastingvrijstelling voor oldtimers wordt per 1 januari 2027 definitief bevroren op bouwjaar 1987. Dat heeft gevolgen voor wie je bent als oldtimerrijder, welke auto’s nog aantrekkelijk zijn om aan te schaffen en hoe verzekeraars dat inschatten. Tijd om alles op een rij te zetten.
Wanneer is je auto een oldtimer?
Voor de wegenbelasting hanteert de Belastingdienst een harde grens: een voertuig is een oldtimer als het meer dan 40 jaar geleden voor het eerst op naam is gesteld. Een auto uit 1985 is dus pas oldtimer vanaf 2025. Die leeftijdsgrens telt mee voor de vrijstelling motorrijtuigenbelasting (MRB) die de rijksoverheid biedt.
Verzekeraars hanteren soms een andere grens. Aanbieders als Bovemij (de verzekeraar achter de BOVAG-oldtimerpolis) en Allianz Direct werken doorgaans met een minimumleeftijd van 25 jaar. Dat betekent dat je voor een auto uit 2000 al een speciale oldtimerverzekering kunt afsluiten — mits het rijgedrag past bij het profiel: weinig kilometers, zorgvuldig onderhoud, geen dagelijks gebruik.
Let op: voor oldtimers op LPG of aardgas verviel de MRB-vrijstelling al per 1 januari 2026. Wie een klassieke auto op gas rijdt, betaalt dus gewoon het normale wegenbelastingtarief.
De wegenbelastingvrijstelling bevriest in 2027 — wat betekent dat?
Het grote nieuws voor oldtimerrijders in 2026 is de definitieve bevriezing van de MRB-regeling. Per 1 januari 2027 sluit de overgangsregeling en wordt de grens bevroren op bouwjaar 1987. Dat wil zeggen: auto’s uit 1987 krijgen per 2027 nog de vrijstelling, maar auto’s uit 1988 en jonger worden nooit meer vrijgesteld — ook niet als ze ooit de leeftijd van 40 jaar bereiken.
Dit heeft twee directe gevolgen voor de markt. Ten eerste stijgt de interesse in auto’s van vóór 1988 merkbaar, omdat dit de laatste lichting is die ooit belastingvrij rijdt. Meer vraag betekent hogere klassiekerwaarden, en dat maakt een goede taxatie nog belangrijker. Ten tweede zullen de zogenaamde youngtimerrijders — mensen met een classic auto uit de jaren negentig of vroege jaren nul — vaker naar een gewone autoverzekering moeten kijken, omdat de fiscale voordelen voor hun voertuig wegvallen.
De actuele tarieven en voorwaarden rondom de oldtimerregeling zijn te raadplegen via de Belastingdienst — hulpmiddel motorrijtuigenbelasting oldtimers.
Hoe werkt een oldtimerverzekering?
Een oldtimerverzekering verschilt op drie punten wezenlijk van een gewone autoverzekering. Allereerst wordt de auto verzekerd op taxatiewaarde in plaats van dagwaarde. Bij een normale autoverzekering krijg je bij total loss de dagwaarde uitbetaald — wat de auto op dat moment waard is op de tweedehandsmarkt. Dat is voor een oldtimer oneerlijk en onvoldoende: een goed gerestaureerde Jaguar E-Type is op de vrije markt aanzienlijk meer waard dan een dagwaarde-berekening suggereert.
Ten tweede gaan verzekeraars uit van beperkt gebruik. De meeste oldtimerpolicies gaan uit van maximaal 6.000 tot 7.500 kilometer per jaar. Rij je meer? Dan moet je dat bij afsluiten aangeven, want anders kan een verzekeraar bij schade de dekking betwisten. Sommige verzekeraars vragen een kilometerstand bij aanvang en één bij elke premieverlenging als controle.
Ten derde speelt stalling een rol. Wie zijn klassieker ’s winters in een afgesloten garage stalt, betaalt vaak een lagere premie dan wie de auto het hele jaar buiten laat staan. Dat is logisch: een oldtimer in de garage loopt minder risico op weersinvloeden, diefstal en vandalisme.
Taxatierapport: verplicht bij casco, noodzakelijk bij schade
Wie een oldtimerverzekering met beperkt of volledig casco wil afsluiten, kan dat vrijwel nergens meer doen zonder een geldig taxatierapport. Dat rapport moet worden opgesteld door een erkend taxateur — aangesloten bij FEHAC (Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs), VRT of een vergelijkbare brancheorganisatie. BOVAG-dealers met oldtimerervaring kunnen hiervoor ook worden ingeschakeld.
Een taxatierapport is doorgaans drie jaar geldig. Dat klinkt ruim, maar klassiekerwaarden kunnen in korte tijd sterk veranderen — zeker nu de markt oploopt door de bevriezing van de MRB-vrijstelling. Laat je auto dus niet te lang op een verouderd rapport rijden. Bij schade kan een verzekeraar de uitbetaling baseren op de getaxeerde waarde in het rapport; als die achterhaald is, pakt dat nadelig uit.
De kosten voor een taxatie liggen ruwweg tussen de 75 en 200 euro, afhankelijk van de taxateur en de complexiteit van het voertuig. Goedkoper dan een onderverzekering bij total loss van een klassieker die inmiddels het dubbele waard is.
Welke dekking kies je?
Net als bij een reguliere autoverzekering kun je kiezen uit drie dekkingsniveaus:
- WA (Wettelijke Aansprakelijkheid) — verplicht voor elk gemotoriseerd voertuig op de openbare weg. Dekt schade aan derden, niet aan je eigen auto.
- WA + Beperkt Casco — dekt bovenop WA ook schade door brand, diefstal, storm, hagel en aanrijding met dieren. Voor veel klassiekerrijders een evenwichtige keuze.
- Volledig Casco (All Risk) — dekt ook schade aan je eigen auto door een aanrijding waarbij jij schuld hebt. Bij een zeldzame of duur gerestaureerde oldtimer vrijwel altijd aan te raden.
Wat je kiest, hangt sterk af van de waarde van de klassieker. Een WA-polis voor een VW Kever uit 1974 met dagwaarde van 4.000 euro is prima te verdedigen. Voor een volledig gerestaureerde Porsche 911 uit 1973 met taxatiewaarde boven de 80.000 euro is all risk geen optie maar noodzaak.
Aanbieders en premies: wat kost een oldtimerverzekering?
De premies voor oldtimerverzekeringen liggen structureel lager dan voor gewone auto’s. Dat komt door het beperkte gebruik, de zorgvuldige eigenaar en het gegeven dat oldtimers zelden dagelijks in het drukke woon-werkverkeer rijden. Een WA-polis begint al rond de 60 tot 80 euro per jaar. Beperkt casco kost doorgaans 120 tot 250 euro, volledig casco loopt op tot 300 tot 600 euro afhankelijk van merk, bouwjaar en getaxeerde waarde.
Bekende aanbieders in 2026:
- Bovemij / BOVAG Oldtimerverzekering — de bekendste specialist, sterk in casco op taxatiewaarde, nauwe band met de klassiekersector en erkende taxateurs.
- Allianz Direct — competitieve premies, online afsluiten, ook geschikt voor iets jongere klassiekers (vanaf 25 jaar oud).
- Interpolis — biedt via Rabobank een oldtimerpolis met stalling-korting en flexibele kilometerregistratie.
- Unigarant / ANWB — populair bij ANWB-leden, inclusief pechhulpservice specifiek voor oldtimers.
- ZLM Verzekeringen — regionaal sterk in Zeeland en Noord-Brabant, bekende speler op klassiekershow-terrein.
Vergelijk altijd op de website van de Consumentenbond of via een vergelijkingstool. Let daarbij niet alleen op de premie, maar ook op de getaxeerde waarde die de verzekeraar accepteert, de maximale kilometergrens en de eisen rondom stalling. Ook relevant: interne vergelijking via onze autoverzekering-categorie of via premies en fiscale aftrek.
Bijzondere situaties: meerdere klassiekers, tijdelijke kentekens en buitenland
Wie meerdere oldtimers bezit, kan soms profiteren van een vlootpolis of meervoudige verzekering bij dezelfde aanbieder. Bovemij biedt bijvoorbeeld kortingen bij meerdere voertuigen op één naam. Let er wel op dat elke auto apart getaxeerd en apart op de polis staat — één bedrag voor een collectie is bij schade een ramp.
Rij je incidenteel met een tijdelijk kenteken — bijvoorbeeld om een net aangekochte klassieker naar huis te rijden — dan is dat niet standaard gedekt onder een oldtimerpolis. Sluit hiervoor een tijdelijke WA-verzekering af via je eigen verzekeraar of een korteverzekering.nl-aanbieder.
Voor klassiekerreizen naar het buitenland is het verstandig de groene kaart mee te nemen en te controleren of je dekking geldig is in alle landen op je route. De meeste oldtimerpolicies dekken Europa, maar controleer dit altijd expliciet in de polisvoorwaarden — zeker bij reizen naar Oost-Europa of landen buiten de EU.
Een goede oldtimerverzekering is geen bijzaak maar een noodzaak: je rijdt rond met een voertuig dat in waarde stijgt, emotioneel onvervangbaar is en kwetsbaar voor schade die je met een reguliere polis nooit goed vergoed krijgt. Neem de tijd om te vergelijken, laat je auto taxeren door een erkend expert en check jaarlijks of je dekking nog aansluit bij de marktwaarde van je klassieker — zeker nu de markt in beweging is.
Veelgestelde vragen
Vanaf welk bouwjaar is mijn auto een oldtimer voor de verzekering?
Voor de wegenbelasting geldt de 40-jaargrens: je auto moet meer dan 40 jaar oud zijn voor de MRB-vrijstelling. Verzekeraars hanteren vaak een eigen grens van 25 tot 30 jaar. Een auto uit 1999 kan dus al een oldtimerverzekering krijgen, terwijl hij voor de Belastingdienst nog geen oldtimer is. Check bij de verzekeraar welke leeftijdsgrens zij hanteren en of je auto aan het profiel voldoet (beperkt gebruik, zorgvuldig onderhoud).
Heb ik een taxatierapport nodig voor mijn oldtimerverzekering?
Bij een WA-only polis niet altijd, maar bij beperkt of volledig casco vragen vrijwel alle verzekeraars een geldig taxatierapport van een erkend taxateur (aangesloten bij FEHAC, VRT of vergelijkbaar). Het rapport is doorgaans drie jaar geldig. Laat het op tijd vernieuwen, want klassiekerwaarden kunnen sterk stijgen. Een verouderd rapport kan bij schade nadelig uitpakken: de verzekeraar betaalt dan mogelijk minder dan de actuele marktwaarde.
Wat verandert er in 2026 en 2027 voor oldtimerrijders?
Per 1 januari 2026 vervalt de MRB-vrijstelling al voor oldtimers op LPG of aardgas. Per 1 januari 2027 bevriest de overgangsregeling: alleen auto’s van bouwjaar 1987 en ouder behouden het recht op vrijstelling. Auto’s uit 1988 en jonger worden nooit meer vrijgesteld van wegenbelasting, ook niet als ze later de leeftijd van 40 jaar bereiken. Dit drijft de interesse in — en de waarde van — auto’s van vóór 1988 omhoog.
Hoeveel kilometer mag ik rijden met een oldtimerverzekering?
De meeste oldtimerpolicies hanteren een jaarlimiet van 6.000 tot 7.500 kilometer. Sommige verzekeraars vragen je bij afsluiten de verwachte jaarkilometrage op te geven en controleren dat bij verlenging via de kilometerstand. Rij je meer dan de overeengekomen grens? Dan loop je het risico dat een verzekeraar de dekking bij schade betwist. Geef dus altijd een realistisch gebruik op en pas de polis aan als je meer gaat rijden.
Is mijn oldtimer gedekt als ik ermee naar het buitenland rijd?
De meeste Nederlandse oldtimerverzekeringen dekken Europa, maar controleer dit altijd in de polisvoorwaarden. Neem altijd je groene kaart mee — dit is het officiële bewijs van aansprakelijkheidsdekking dat in veel landen verplicht kan worden getoond. Bij twijfel over landen buiten de EU (zoals Albanië, Noord-Macedonië of Oekraïne) vraag je verzekeraar expliciet of die landen op de polis staan. Sommige verzekeraars bieden ook een aanvullende reisdekking voor oldtimers specifiek voor klassiekerritten en rally-evenementen.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










