Je rijdt al een paar jaar in dezelfde auto en elke maand gaat er een behoorlijk bedrag naar je verzekeraar. Allrisk, want dat leek destijds verstandig. Maar ergens begint de vraag te knagen: betaal ik nog steeds voor de juiste dekking? De auto is inmiddels minder waard dan op de dag van aankoop, de premie is de afgelopen jaren gestegen en je hebt nooit schade gehad. Is het tijd om over te stappen?
In 2026 speelt die vraag bij meer automobilisten dan ooit. Verzekeringspremies zijn tussen 2022 en 2026 gemiddeld met zo’n 30% gestegen, terwijl auto’s van drie tot vijf jaar oud al een groot deel van hun waarde hebben verloren. De klassieke vuistregel — allrisk zolang de auto jong en duur is — klopt nog steeds, maar er is meer nuance nodig. Want wanneer is dat kantelpunt precies? Dat reken je zelf uit, en in dit artikel laat ik je precies zien hoe.
De vuistregel uitgelegd: premieverschil versus dagwaarde
De kern van de beslissing draait om één simpele vergelijking. Stel jezelf de vraag: hoeveel meer betaal ik per jaar voor allrisk ten opzichte van WA (of beperkt casco), en hoe verhoudt dat bedrag zich tot de dagwaarde van mijn auto?
De vuistregel die verzekeraars en financiële adviseurs al jaren hanteren, luidt: allrisk loont zolang het premierverschil over drie tot vier jaar lager is dan de huidige dagwaarde van je auto. Of omgekeerd: als je het premierverschil optelt over een periode van drie à vier jaar, en dat bedrag overstijgt de dagwaarde, dan betaal je structureel meer dan je ooit terug kunt krijgen bij een totaalverlies.
Let op: dit is een vuistregel, geen garantie. Je kunt pech hebben en in het eerste jaar na de overstap een dure eigen schade hebben. Maar statistisch gezien maakt de meerderheid van automobilisten geen zware eigen schade in een willekeurig jaar, en de rekensom geldt over de langere termijn.
De rekensom stap voor stap: een concreet voorbeeld
Stel: je rijdt in een Volkswagen Golf uit 2019, vijf jaar oud. De originele catalogusprijs was €32.000. Na vijf jaar afschrijving — gemiddeld 10 tot 20% per jaar, met de sterkste daling in de eerste twee jaar — ligt de dagwaarde in 2026 ergens tussen de €12.000 en €15.000. Laten we €13.500 aanhouden.
Je betaalt nu €89 per maand voor allrisk (€1.068 per jaar). Een vergelijkbare WA-verzekering kost je €34 per maand (€408 per jaar). Het premierverschil is dus €660 per jaar, ofwel €55 per maand.
Over drie jaar betaal je in totaal €1.980 meer voor allrisk dan voor WA. Stel dat je auto aan het einde van die drie jaar nog een dagwaarde heeft van €9.000, dan is de maximale uitkering bij totaalverlies €9.000. Het verschil in premie over drie jaar (€1.980) is ruim onder die €9.000, dus allrisk is dan nog steeds financieel verdedigbaar.
Maar stel dat de auto over twee jaar nog maar €4.500 waard is, en het jaarlijkse premierverschil is opgelopen naar €750 (premies stijgen immers). Dan betaal je in vier jaar €3.000 extra voor allrisk, terwijl de maximale uitkering slechts €4.500 bedraagt. Het verschil wordt snel kleiner, en op dat punt wordt het interessant om te heroverwegen.
| Scenario | Dagwaarde auto | Premierverschil/jaar | Break-even (jaar) | Advies |
|---|---|---|---|---|
| Auto 3 jaar oud, waarde €18.000 | €18.000 | €660 | 27 jaar | Allrisk houden |
| Auto 6 jaar oud, waarde €9.000 | €9.000 | €660 | 13,6 jaar | Heroverwegen |
| Auto 9 jaar oud, waarde €4.500 | €4.500 | €750 | 6 jaar | Afschalen naar WA of BC |
De break-even berekening is eenvoudig: dagwaarde gedeeld door jaarlijks premierverschil. Als dat getal lager is dan 7 à 8 jaar, begint allrisk zijn toegevoegde waarde te verliezen — want je betaalt dan te lang voor een potentiële uitkering die snel krimpt.
Het eigen risico verandert de som
Een factor die veel automobilisten over het hoofd zien: het eigen risico. Bij allrisk heb je doorgaans een eigen risico van €150 tot €500 per claim. Kies je voor een hoog eigen risico (bijv. €500), dan daalt je premie, maar ook je netto-uitkering bij schade. Dat maakt de berekening complexer.
Stel je rijdt in die Golf van €13.500 en je kiest voor een eigen risico van €500. De maandpremie daalt naar €74 (€888 per jaar). Het premierverschil met WA (€408) is nu slechts €480 per jaar. Dat klinkt gunstiger voor allrisk, maar je moet ook rekening houden met het feit dat kleine schades — onder de €500 — volledig voor eigen rekening komen. Statistisch gezien zijn juist kleine schades het vaakst, zoals parkeerdeukjes, kapotte spiegels of steenslag.
Een hoog eigen risico verlaagt je premie en beschermt je daarmee deels, maar de echte waarde van allrisk zit in de bescherming bij grote schades: diefstal, totaalverlies, zware aanrijding. Hoe lager de dagwaarde van je auto, hoe kleiner het voordeel van die grote bescherming. Dat is het kernargument om te stoppen met allrisk.
Meer informatie over hoe eigen risico en dekkingsniveaus zijn geregeld, vind je bij de Consumentenbond.
Wanneer is allrisk verplicht? Financiering en lease
Niet iedereen kan vrijelijk kiezen. Als je auto gefinancierd is via een lening of lease, is allrisk in de meeste gevallen contractueel verplicht. De financier heeft een belang bij de volledige waarde van het voertuig en wil dat beschermd zien. Dit geldt zowel voor particuliere autoleningen als voor financial lease en private lease.
Zit je aan het eind van een financieringsperiode en wordt de auto je eigendom? Dan vervalt die verplichting automatisch. Dat is precies het moment om de rekensom te maken en te besluiten of je allrisk wilt verlengen, afbouwen naar beperkt casco, of overstappen naar WA.
Bij operational lease of private lease is de situatie anders: de auto blijft eigendom van de leasemaatschappij, en allrisk zit vaak standaard in het leasepakket inbegrepen. In dat geval heb je sowieso geen keuze, en is de afweging niet aan jou.
Afschalen naar beperkt casco: de gulden middenweg
Veel automobilisten denken dat de keuze binair is: allrisk of WA. Maar er is een tussenweg: beperkt casco (ook wel WA+, WA beperkt casco of beperkt omnium genoemd). Deze dekking vergoedt schade die je zelf niet kunt voorkomen, zoals:
- Diefstal of inbraak
- Brand of explosie
- Ruitschade (steenslag, kapot raam)
- Storm-, hagel- of waterschade
- Aanrijding met wild of dieren
Wat beperkt casco niet dekt: schade die je zelf veroorzaakt, zoals een aanrijding door eigen schuld, parkeerongelukjes of rijschade. Dat is precies het verschil met allrisk.
Beperkt casco kost doorgaans €15 tot €25 per maand meer dan puur WA, terwijl allrisk €40 tot €70 meer kost dan WA. De middenweg is aantrekkelijk voor auto’s met een dagwaarde tussen de €5.000 en €10.000: je betaalt minder dan allrisk, maar je bent nog wel beschermd tegen de meest voorkomende grote onvoorziene schades.
Zie ook de uitleg over verschillende autoverzekering dekkingsniveaus op deze site.
De rol van je spaarbuffer en leeftijd van de auto
De rekensom is financieel, maar ook persoonlijk. Heb je een spaarbuffer van €10.000 of meer en kan je het opvangen als je auto total loss gaat? Dan kun je het risico van WA of beperkt casco makkelijker dragen dan iemand die elke maand krap zit. Een verzekering is in essentie het overdragen van risico naar een verzekeraar — en als je dat risico zelf kunt dragen, betaal je eigenlijk voor iets wat je niet nodig hebt.
De leeftijd van de auto is ook een harde grens. Verzekeraars kennen zelf de afschrijfcurves: auto’s ouder dan 6 à 7 jaar worden door de meeste verzekeraars gezien als de grenszone voor allrisk. Sommige verzekeraars hanteren zelfs als beleid dat zij voor auto’s ouder dan 10 jaar geen allrisk meer aanbieden, of alleen tegen zeer hoge premie. Dat is een marktindicatie dat ook de verzekeraar zelf op dat moment het risico-premieprofiel ongunstig vindt.
Nibud adviseert in het kader van slimme vaste lasten om jaarlijks je verzekeringen te evalueren, zeker na grote levensmomenten zoals een auto kopen, een waardedaling of het aflossen van een lening. Bekijk ook de Nibud-richtlijnen voor persoonlijke financiën als leidraad.
Checklist: blijf ik allrisk of schakel ik af?
Loop de volgende vijf vragen langs. Beantwoord je drie of meer met ‘ja’, dan is het tijd om serieus te overwegen af te schalen:
- Is de dagwaarde van je auto onder de €8.000 gedaald? Controleer via de ANWB dagwaarde-check of een koerslijst.
- Is het premierverschil allrisk versus WA meer dan €500 per jaar? Bereken dit via een vergelijkingssite.
- Rijdt de auto meer dan 6 jaar? Na zes jaar is de afschrijving doorgaans zo groot dat allrisk financieel minder logisch wordt.
- Heb je geen financiering meer op de auto? Zodra de lening is afgelost, vervalt de verzekeringsplicht van de financier.
- Heb je een spaarbuffer van minimaal €5.000? Als je een knauw kunt opvangen, is het risico van WA of beperkt casco behapbaar.
Beantwoord je één of twee vragen met ‘ja’, dan is beperkt casco wellicht een slimme tussenoplossing. Beantwoord je alle vijf met ‘ja’, dan betaal je met allrisk vrijwel zeker structureel te veel.
Gebruik ook de verzekerings-rekenmachines op deze site om je eigen situatie snel door te rekenen.
Uiteindelijk is de beslissing om te stoppen met allrisk niet dramatisch — het is gewoon een rationele financiële keuze op het moment dat de getallen dat uitwijzen. De meeste mensen wachten te lang uit gewoonte of angst. Met de bovenstaande rekensom heb je alle gereedschappen om die keuze zelfstandig en onderbouwd te maken in 2026.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.
Veelgestelde vragen
Vanaf welke dagwaarde is allrisk niet meer de moeite waard?
Er is geen vaste grens, maar als hoofdregel geldt: zodra de dagwaarde van je auto onder de €6.000 à €8.000 daalt, wordt allrisk financieel twijfelachtig. Het hangt ook af van het jaarlijkse premierverschil. Bereken de break-even: dagwaarde gedeeld door het jaarlijkse premierverschil allrisk versus WA. Is het resultaat minder dan 7 jaar, dan betaal je structureel te veel voor allrisk.
Wat is het verschil tussen beperkt casco en allrisk?
Beperkt casco dekt schade die je niet zelf hebt veroorzaakt: diefstal, brand, storm, ruitschade en aanrijding met dieren. Allrisk dekt daarboven ook schade die je zelf veroorzaakt hebt, zoals rijschade bij een eigen fout. Beperkt casco kost doorgaans €15 à €25 per maand meer dan puur WA, terwijl allrisk €40 tot €70 per maand duurder is dan WA. Beperkt casco is voor auto’s van €5.000 tot €10.000 vaak de slimste middenweg.
Moet ik allrisk houden als mijn auto nog gefinancierd is?
Ja, in vrijwel alle gevallen. Zowel bij autoleningen als bij financial lease eist de financier contractueel dat je een allriskverzekering hebt. De financier heeft een belang bij de volledige waarde van het voertuig en wil dat beschermd zien. Zodra de lening is afgelost en de auto volledig van jou is, vervalt die verplichting en ben je vrij om te kiezen voor een lichtere dekking.
Hoe bereken ik de dagwaarde van mijn auto?
De dagwaarde is de actuele marktwaarde van je auto: wat zou je er vandaag voor kunnen krijgen bij verkoop. Je kunt die opzoeken via de ANWB-dagwaarde-check, Autotrack.nl, of via een erkend taxateur. Factoren zijn merk, model, bouwjaar, kilometerstand, staat van onderhoud en de actuele markt. Auto’s zijn de afgelopen jaren qua tweedehandswaarde iets stabieler gebleven dan verwacht, maar de algemene afschrijvingstrend van 10 tot 20% per jaar geldt nog steeds voor de meeste personenwagens.
Wat doet het eigen risico met de rekensom?
Een hoger eigen risico (bijv. €500 in plaats van €150) verlaagt je allrisk-premie, maar vergroot het bedrag dat je zelf betaalt bij schade. Voor de beslissing of je allrisk moet houden, geldt: kijk niet alleen naar de premie maar ook naar de netto-uitkering. Als je auto €5.000 waard is en je eigen risico is €500, is de maximale netto-uitkering bij totaalverlies €4.500. Weeg dat af tegen het cumulatieve premierverschil over meerdere jaren.
Wanneer is het slim om allrisk juist wél te houden, ook bij een oudere auto?
Als je geen spaarbuffer hebt en een eventuele totalverlies financieel zwaar zou treffen, kan het verstandig zijn allrisk te houden ook bij lagere dagwaarden. Verder: als je in een stedelijke omgeving rijdt met veel parkeerrisico, als je auto aantoonbaar hogere dagwaarde heeft door lage kilometerstand of zeldzaamheid, of als je auto recent is opgeknapt waardoor de dagwaarde hoger ligt dan gemiddeld voor de leeftijd. In die gevallen verdient de vuistregel nuance.










