Verzekering BV-holdingstructuur 2026: D&O bestuurdersaansprakelijkheid en moeder/dochter

Timo van Loon

Interpolis hoofdkantoor Tilburg — Nederlandse verzekeraar voor zakelijke D&O bestuurdersaansprakelijkheid BV-holding

Je leest dit artikel in 9 minuten

Een BV oprichten beschermt je privévermogen — dat weet iedere DGA. Maar de bescherming die de rechtsvorm biedt, is niet absoluut. Als bestuurder van een BV kun je alsnog persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor fouten in het bestuur, overtredingen van de wet of verkeerde beslissingen. Zeker in een holdingstructuur met meerdere dochterondernemingen worden de verzekeringsconstructies al snel complex: welke entiteit staat er op de polis, welke bestuurders zijn gedekt en hoe bescherm je zowel de moeder als de dochters?

In 2026 is dit urgenter dan ooit. Per 1 januari 2025 zijn de regels rondom bestuurdersaansprakelijkheid aangescherpt: de quasi-immuniteit van bestuurders is voor bepaalde situaties afgeschaft, wat betekent dat contractspartijen een DGA direct persoonlijk aansprakelijk kunnen stellen. Daarmee is de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering — in de markt aangeduid als D&O, naar het Engelse Directors & Officers — voor bestuurders van BV’s met een holdingstructuur geen nice-to-have meer, maar een serieuze risicobeheersmaatregel.

Hoe werkt bestuurdersaansprakelijkheid bij een BV?

De basisregel in het Nederlandse ondernemingsrecht is helder: een BV is een rechtspersoon en is dus zelf aansprakelijk voor haar schulden. Jij als DGA bent in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk. Maar er zijn uitzonderingen, en die zijn in 2026 verder aangescherpt.

Interne aansprakelijkheid ontstaat wanneer de bestuurder tegenover de BV zelf tekortschiet. Dat kan bij grove nalatigheid, misbruik van de rechtspersoon of het niet nakomen van fiduciaire plichten. Externe aansprakelijkheid richting derden (crediteuren, klanten, de fiscus) is gegrond op onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Concreet: een bestuurder die toestaat dat zijn BV verplichtingen aangaat die hij weet dat de BV niet kan nakomen, handelt onrechtmatig en is persoonlijk aansprakelijk voor de schade die derden daardoor lijden.

Daarnaast is er de bekende fiscale bestuurdersaansprakelijkheid: als de BV belastingen niet afdraagt en de bestuurder heeft dit niet tijdig gemeld bij de Belastingdienst, dan wordt aansprakelijkheid vermoed. In faillissementssituaties kijkt de curator altijd of er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur — en als dat aannemelijk is, kunnen bestuurders persoonlijk worden aangesproken voor het tekort in de boedel. Meer over de wettelijke gronden vind je op Ondernemersplein van de Rijksoverheid.

Wat is een D&O-verzekering en wie zijn er gedekt?

De Directors & Officers-verzekering (D&O) dekt de persoonlijke financiële aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en toezichthouders voor fouten, nalatigheden of verkeerde beslissingen in de uitoefening van hun bestuursfunctie. De verzekering vergoedt twee soorten kosten: de juridische verdedigingskosten en de daadwerkelijk toegewezen schadevergoeding aan de claimant.

Wie zijn er gedekt? Standaard worden drie groepen beschermd:

  • Huidige bestuurders en commissarissen — gedekt voor claims die voortvloeien uit hun huidige functie.
  • Voormalige bestuurders — D&O-polissen dekken doorgaans ook oud-bestuurders voor claims die samenhangen met beslissingen die zij namen tijdens hun ambtsperiode. Dit is cruciaal: een claim kan jaren na een bestuursbeslissing worden ingediend.
  • Toekomstige bestuurders — zodra iemand tot het bestuur toetreedt, valt hij automatisch onder de lopende polis.

Daarnaast dekken veel D&O-polissen ook senior management zonder formele bestuursaanstelling — denk aan directeuren van dochterondernemingen of managers met doorslaggevende invloed op het beleid. Dit is met name relevant in holdingstructuren waar werkmaatschappijen een eigen directie hebben die formeel geen bestuurder van de holding is.

Holding versus werk-BV: waar sluit je de polis af?

Dit is de vraag die in de praktijk het vaakst voor verwarring zorgt. In een typische holdingstructuur heb je een persoonlijke holding-BV die de aandelen houdt in één of meer werk-BV’s. De DGA is formeel bestuurder van de holding. De werk-BV’s voeren de activiteiten uit en hebben soms een eigen bestuurder of directeur in dienst.

De standaardadvies van verzekeraars als Allianz, Hiscox en Markel is eenduidig: sluit de D&O-polis af op de hoogste entiteit in het organogram — doorgaans de holding. Dochterondernemingen worden dan automatisch meeverzekerd, mits zij voor meer dan 50% in handen zijn van de verzekerde entiteit. Dit geldt voor zowel Nederlandse als buitenlandse dochtermaatschappijen, al schrijven sommige polissen voor dat buitenlandse dochters expliciet moeten worden aangemeld.

Praktisch voorbeeld: je hebt een persoonlijke holding (PH BV) die 100% van de aandelen houdt in Werkmaatschappij A BV en 70% van de aandelen in Werkmaatschappij B BV. Je sluit één D&O-polis af op naam van PH BV. Alle bestuurders van PH BV én de directeuren van A BV en B BV zijn gedekt — zonder dat je drie losse polissen nodig hebt. Dit scheelt premie én administratie.

Let op: als je dochtermaatschappij minder dan 50% in jouw bezit is (een joint venture, een minderheidsbelang), valt die buiten de standaarddekking en moet je een uitbreiding aanvragen of een losse polis overwegen.

Premies D&O in 2026: wat betaal je?

De markt voor D&O-verzekeringen is in 2026 in een zogenaamde soft-market-fase beland, wat betekent dat verzekeraars concurrentiëler prijzen en capaciteit aan de bovenkant van de markt ruimer beschikbaar is. Voor Nederlandse MKB-BV’s en holdingstructuren zijn de premies daarmee gunstiger dan in de harde markt van 2021–2023.

De premie voor een D&O-verzekering wordt bepaald door een combinatie van factoren:

  • De jaaromzet van de gehele groep (holding + dochters gecombineerd)
  • De aard van de bedrijfsactiviteiten en het bijbehorende risicoprofiel
  • Het verzekerd bedrag per aanspraak en per jaar
  • Het aantal bestuurders en medeverzekerde entiteiten
  • Het schadeverleden van de onderneming of de bestuurders

Als indicatie voor de Nederlandse markt in 2026:

Groepsomzet Verzekerd bedrag Jaarpremie (indicatief)
Tot €500.000 €250.000 per aanspraak €300–€600
€500.000–€2 mln €500.000 per aanspraak €600–€1.200
€2–€10 mln €1 mln per aanspraak €1.200–€3.500
Boven €10 mln €2,5 mln+ per aanspraak €3.500–€10.000+

Startende BV’s met een beperkte omzet kunnen al instappen voor premies die beginnen bij circa €300 per jaar. Voor een gemiddelde holdingstructuur met twee werk-BV’s en een gecombineerde omzet van €1,5 miljoen reken je realistisch op €800 tot €1.400 per jaar. Grotere groepen met externe aandeelhouders of complexe structuren zitten doorgaans hoger. Vraag altijd meerdere offertes op — de spreiding tussen verzekeraars kan bij gelijke dekking oplopen tot 40%.

Claims-made: de bijzondere dekking van de D&O-polis

De D&O-verzekering werkt vrijwel altijd op basis van claims-made-dekking. Dat is fundamenteel anders dan een occurrence-polis: bij claims-made telt niet wanneer de fout werd gemaakt, maar wanneer de claim bij de verzekerde wordt ingediend. Als je in 2024 als bestuurder een beslissing nam, en de benadeelde partij dient de claim in 2027 in, dan is het cruciaal dat er op het moment van de claim een lopende D&O-polis is.

Dit heeft twee belangrijke praktische gevolgen voor holdingstructuren:

1. Retroactieve datum: zorg dat de retroactieve datum op je polis zo ver mogelijk teruggaat. De retroactieve datum is het vroegste moment van een beslissing of handeling waarvoor dekking geldt. Heeft je holding al vijf jaar geopereerd en sluit je nu voor het eerst een D&O af, vraag dan of de verzekeraar een retroactieve datum van vijf jaar geleden accepteert. Dit is onderhandelbaar, maar niet vanzelfsprekend.

2. Run-off clausule bij bedrijfsbeëindiging: als je de BV of holding liquideert of verkoopt, loopt je D&O-polis af. Maar claims kunnen nog jaren later binnenkomen. Een run-off clausule verlengt de dekking na beëindiging van de polis voor een afgesproken periode (doorgaans 3 tot 6 jaar) zonder dat je een nieuwe polis nodig hebt. Bespreek dit altijd met je verzekeraar bij een aanstaande verkoop of liquidatie van de onderneming.

Wat dekt de D&O niet: uitsluitingen die je moet kennen

Een D&O-verzekering is geen vrijbrief voor wanbestuur. Er zijn standaard uitsluitingen die in vrijwel elke polis voorkomen:

Opzet en fraude: schade die voortkomt uit bewuste frauduleuze handelingen of opzettelijk onrechtmatig gedrag is altijd uitgesloten. De polis dekt vergissingen en nalatigheden, niet bewuste misdragingen. Let wel: de uitkering vindt doorgaans eerst plaats, en de verzekeraar verhaalt vervolgens op de bestuurder als fraude later wordt bewezen.

Aandeelhoudersclaims in kleine BV’s: in een eenmansbedrijf waarbij de DGA zelf de enige aandeelhouder én bestuurder is, dekt de D&O doorgaans geen claims van de BV zelf tegen de bestuurder — want dat zou betekenen dat de DGA claimt tegen zichzelf. Zodra er externe aandeelhouders zijn, vervalt dit bezwaar.

Bekende aanspraken bij afsluiten: als je op het moment van afsluiten al weet dat er een claim aankomt, is die niet gedekt. Meld altijd lopende of dreigende procedures aan de verzekeraar vóór het afsluiten of verlengen van de polis.

Werkgeversaansprakelijkheid: de D&O is geen werkgeversaansprakelijkheidsverzekering. Claims van werknemers op grond van een arbeidsongeval of een beleid dat werknemers schaadt, vallen doorgaans onder een aparte werkgeversaansprakelijkheidsdekking (WAM of AVB met werkgeversaansprakelijkheidsclausule).

Meer over de uitsluitingen en de juridische kaders voor bestuurdersaansprakelijkheid in 2026 vind je bij Grant Thornton Legal Services en op onze overzichtspagina zakelijke aansprakelijkheidsverzekeringen.

D&O naast de andere polissen in je holding-pakket

De D&O staat niet op zichzelf. Een goed verzekerd holding-pakket bestaat in 2026 uit meerdere lagen die elkaar aanvullen:

Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB) — dekt zaakschade en letselschade die de werk-BV toebrengt aan derden tijdens operationele activiteiten. Dit is een polis op naam van de werk-BV, niet de holding.

Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) — relevant als de werk-BV kennisdiensten levert (advies, ontwerp, IT). Dekt fouten in de uitoefening van het beroep. Ook hier: polis op naam van de uitvoerende werk-BV.

Cyberverzekering — beschermt de groep bij datalekken, ransomware en digitale aanvallen. Kan op groepsniveau worden afgesloten. Premies voor een MKB-groep starten in 2026 bij circa €700 per jaar.

Rechtsbijstandsverzekering zakelijk — dekt juridische kosten bij contractgeschillen, arbeidsconflicten en fiscale procedures. Zakelijke rechtsbijstand kan zowel op de holding als op de werk-BV worden afgesloten, afhankelijk van waar de contractuele activiteiten plaatsvinden.

De D&O is de polis die specifiek het persoonlijke risico van de bestuurders afdekt — de andere polissen beschermen de BV als rechtspersoon. Samen vormen ze een compleet risicopakket. Raadpleeg voor een integraal overzicht van zakelijke polissen ook onze categoriepagina bedrijfsverzekeringen.

Wanneer is D&O onmisbaar: drie praktijkscenario’s

Scenario 1 — Externe aandeelhouder stelt bestuurder aansprakelijk: je holding heeft een participatiemaatschappij aangetrokken die 30% van de aandelen houdt in de werk-BV. De relatie loopt stroef: de participant vindt dat jij als bestuurder foute strategische beslissingen hebt genomen waardoor de waarde van de onderneming is gedaald. Zonder D&O betaal je de juridische verdediging en een eventuele vergoeding zelf. Met D&O neemt de verzekeraar de verdedigingskosten en de schadeclaim over.

Scenario 2 — Belastingdienst stelt bestuurder privé aansprakelijk: de werk-BV heeft een kwartaal loonbelasting niet afgedragen. De bestuurder heeft dit niet tijdig gemeld. De Belastingdienst stelt de bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de openstaande belastingschuld. De D&O kan de kosten van juridische bijstand en de claim dekken, mits er geen sprake is van opzet.

Scenario 3 — Faillissement werk-BV, curator richt pijlen op bestuurder: de werk-BV gaat failliet. De curator onderzoekt of er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur en claimt €200.000 van de bestuurder persoonlijk voor het tekort in de boedel. De D&O-polis betaalt de verdedigingskosten en — als de claim wordt toegewezen — de vergoeding aan de boedel.

Deze drie situaties zijn geen uitzonderingen. Uit cijfers van grote verzekeraars blijkt dat bestuurdersaansprakelijkheidsclaims in Nederland de afgelopen vijf jaar significant zijn gestegen, met name in de sectoren vastgoed, zakelijke dienstverlening en tech. Voor meer informatie over je persoonlijke aansprakelijkheidsrisico raadpleeg je Law & More over bestuurdersaansprakelijkheid in 2026 of de toelichting op het Ondernemersplein.

Wie een holdingstructuur opereert in 2026, heeft te maken met een wettelijk kader dat bestuurders minder automatische bescherming biedt dan tien jaar geleden. De D&O-verzekering is daarmee geen duur extraatje, maar een logisch onderdeel van elke serieuze BV-verzekeringsportefeuille — zeker zodra er externe aandeelhouders, bankfinancieringen of dochterondernemingen met eigen bestuur in het spel zijn. Premies starten laag genoeg om zelfs voor kleinere holdings een goede businesscase te maken; het enige echte risico is de polis níet hebben op het moment dat een claim binnenkomt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een D&O-verzekering en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV)?

Een BAV dekt schade die voortkomt uit fouten in de vakinhoudelijke uitoefening van een beroep — een fout in een advies, een bug in geleverde software of een gemiste deadline. De D&O dekt de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder voor fouten in het besturen van de onderneming zelf: verkeerde strategische beslissingen, overtreding van publicatieplichten, wanbeleid of faillissementssituaties. De BAV beschermt de BV als dienstverlener; de D&O beschermt de persoon achter het bestuur. In een holdingstructuur heb je doorgaans beide nodig.

Moet ik aparte D&O-polissen afsluiten voor elke BV in mijn structuur?

Nee. De standaardpraktijk is om de D&O af te sluiten op de hoogste entiteit — de holding. Dochterondernemingen met een meerderheidsbelang (meer dan 50%) worden automatisch meeverzekerd. Alle bestuurders van de moeder en de dochters vallen dan onder één polis. Dit is administratief eenvoudiger en doorgaans goedkoper dan meerdere losse polissen. Let op: dochters met een minderheidsbelang of buitenlandse entiteiten moeten soms expliciet worden aangemeld of vragen om een aanvullende dekking.

Wat is de retroactieve datum en waarom is die belangrijk?

De retroactieve datum is het vroegste tijdstip waarvóór een bestuurdersfout zijn gemaakt mag zijn om nog gedekt te zijn. Een D&O werkt op claims-made basis: de claim moet worden ingediend tijdens de looptijd van de polis. Maar de fout zelf kan van eerder datum zijn. Als je polis een retroactieve datum heeft van 1 januari 2022, zijn fouten die vóór die datum zijn gemaakt niet gedekt, ook al dient iemand de claim in terwijl de polis loopt. Vraag bij afsluiten altijd om een retroactieve datum die zo ver mogelijk teruggaat — liefst tot de oprichtingsdatum van de BV.

Is een D&O-verzekering aftrekbaar van de vennootschapsbelasting?

Ja. De premie voor een D&O-verzekering die de BV afsluit ter bescherming van haar bestuurders is een zakelijke kostenpost en aftrekbaar van de vennootschapsbelasting. In 2026 bedraagt het Vpb-tarief 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% daarboven. Op een jaarpremie van €1.000 bespaar je dus €190 tot €258 via de Vpb-aftrek. Let op: als de bestuurder de polis op eigen naam afsluit (privé), is deze niet aftrekbaar als zakelijke kosten. Laat de BV of holding altijd de verzekeringsnemer zijn.

Wat betekent een run-off clausule bij de D&O?

Als je BV of holding wordt verkocht, gefuseerd of geliquideerd, stopt de lopende D&O-polis. Maar bestuurders kunnen nog jaren later worden aangesproken voor beslissingen die zij tijdens hun bestuurstermijn namen. Een run-off clausule (ook wel nasleepverzekering) verlengt de dekking na het einde van de polis voor een overeengekomen periode — doorgaans drie tot zes jaar. Zonder run-off sta je na een overname of liquidatie zonder enige bescherming als er een claim binnenkomt. Bespreek dit altijd proactief bij een aanstaande exit of bedrijfsoverdracht.

Wanneer is een D&O-verzekering écht noodzakelijk voor een kleine holding?

Voor een solo-DGA zonder externe aandeelhouders en zonder bankschulden waarop hij persoonlijk tekent, is de directe noodzaak beperkt. Maar zodra er ook maar één van de volgende elementen speelt, wordt D&O sterk aanbevolen: een externe aandeelhouder of participatiemaatschappij, een bankgarantie of persoonlijke borgstelling, dochterondernemingen met eigen directie, personeel in dienst of overheidscontracten waarbij de bestuurder persoonlijk verantwoordelijk wordt gesteld. Premies starten in 2026 bij circa €300 per jaar — een laag drempel voor aanzienlijke bescherming.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie