Je bent al een tijdje aan het opbouwen voor je pensioen, maar wat krijgt je partner als jij er niet meer bent? Die vraag is urgenter dan ooit nu de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in fases wordt ingevoerd. Pensioenfondsen en verzekeraars hebben tot 1 januari 2028 om volledig over te stappen op de nieuwe regels, maar de fundamenten liggen al vast — en ze raken direct het nabestaandenpensioen dat jij via je werkgever opbouwt.
Het goede nieuws: de wetgever heeft geprobeerd de wildgroei aan regelingen te stroomlijnen. Het slechte nieuws: risicobasis betekent dat je dekking verdwijnt zodra je van baan wisselt. Wie dat niet begrijpt, loopt het risico dat zijn of haar nabestaanden met een gat in de uitkering zitten. Dit artikel legt uit hoe het nieuwe stelsel werkt, wat de maximumpercentages zijn, wat er verandert bij ontslag, en welke aanvullende opties — zoals een ANW-hiaatverekering — je kunt overwegen.
Wat is nabestaandenpensioen en waarom verandert het?
Nabestaandenpensioen is de uitkering die je partner of kinderen ontvangen als jij overlijdt — vóór of na je pensioendatum. Tot de Wtp werd dat pensioen in de meeste regelingen opgebouwd: elk jaar dienstverband leverde een stukje extra uitkering op. Het nadeel was evident: wie na twintig jaar overstapte naar een andere werkgever, nam dat opgebouwde kapitaal mee, maar bij de nieuwe werkgever begon hij of zij weer van nul.
De Wtp maakt hier een einde aan. Partnerpensioen vóór de pensioendatum — officieel het partnerpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum — is voortaan uitsluitend op risicobasis. Dat betekent: geen opbouw, wel dekking. Zolang je in dienst bent bij een werkgever die is aangesloten bij een pensioenfonds of verzekeraar, ben je gedekt. Ga je weg, dan stopt de dekking (met een wettelijke uitlooptermijn van drie maanden).
De maximumgrens: 50% van het pensioengevend salaris
De Wtp schrijft een maximumuitkering voor het partnerpensioen op risicobasis voor: 50% van het pensioengevend salaris. In de praktijk kiezen de meeste pensioenfondsen voor een percentage tussen de 25% en 35%, maar ze mogen nooit hoger gaan dan die 50%-grens.
Stel: je verdient 60.000 euro bruto per jaar. Het pensioengevend salaris ligt doorgaans iets lager — afhankelijk van de franchise die de werkgever hanteert — maar laten we voor het gemak rekenen met 55.000 euro. Bij 50% maximumdekking zou je partner maximaal 27.500 euro per jaar ontvangen zolang zij of hij niet de AOW-leeftijd bereikt. Dat is bruto, en voor veel huishoudens aanzienlijk minder dan het gewone inkomen.
Wat de Wtp ook verandert: de hoogte van het partnerpensioen is niet meer afhankelijk van je dienstjaren. Twee jaar bij een werkgever of twintig jaar — het maakt geen verschil meer voor de hoogte van het partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum. Dat is een forse vereenvoudiging, maar het maakt baanwisseling ook risicovoller.
Baanwisselen: de kritieke periode zonder dekking
Dit is waar de Wtp een pijnpunt blootlegt. Op risicobasis betekent dat je alleen gedekt bent zolang je actief deelneemt aan een pensioenregeling. Wissel je van baan, dan eindigt de dekking bij de oude werkgever. Je hebt drie maanden wettelijke naloop: overlijdt je in die periode, dan keert het oude fonds nog uit. Maar na die drie maanden ben je ongedekt — tot je in dienst treedt bij de nieuwe werkgever en daar aangemeld bent voor de pensioenregeling.
In de praktijk kan er een gat ontstaan van enkele weken tot soms meerdere maanden. Wie tussen twee banen in zit — ook al is dat maar een korte periode — kan voor zijn of haar partner een probleem achterlaten. De wet biedt een oplossing voor werknemers die na ontslag in de WW terechtkomen: zij behouden de nabestaandendekking voor de duur van de WW-uitkering, gebaseerd op de regeling bij de vorige werkgever. Maar wie direct overgaat naar een nieuwe baan zonder WW, of zzp’er wordt, valt buiten die bescherming.
Praktische tip: check bij iedere baanwisseling de ingangsdatum van de nieuwe pensioenregeling en vraag eventueel een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering aan om de tussenliggende periode te overbruggen. Meer over aanvullende levensverzekeringen lees je in onze Levensverzekering sectie.
Wezenpensioen: maximaal 20% tot je 25e
Naast partnerpensioen regelt de Wtp ook het wezenpensioen — de uitkering voor kinderen die hun ouder verliezen. De nieuwe maximumregel luidt: 20% van het pensioengevend salaris, uitbetaald tot de leeftijd van 25 jaar. Vroeger konden sommige regelingen doorlopen tot 30 jaar; dat is straks niet meer toegestaan.
Het onderscheid tussen halfwees (één ouder overleden) en volle wees (beide ouders overleden) blijft bestaan, maar de maximumpercentages zijn gelijkgetrokken: ook het halfwezenpensioen mag niet boven de 20% van het pensioengevend salaris uitkomen. Een kind dat beide ouders verliest, heeft recht op twee keer 20%, dus in theorie 40% — maar de meeste fondsen hanteren lagere percentages in hun reglementen.
Net als het partnerpensioen mag het wezenpensioen uitsluitend op risicobasis worden verzekerd. Er is geen opbouwelement. Dat maakt het cruciaal om ook voor kinderen de dekking te controleren bij een baanwisseling. De Rijksoverheid geeft een helder overzicht van de wettelijke rechten van nabestaanden.
ANW-hiaat: het gat tussen pensioen en overheidsuitkering
Als je overlijdt, heeft je partner mogelijk recht op een uitkering via de Algemene nabestaandenwet (ANW). Maar de ANW-uitkering is sterk inkomensafhankelijk: wie als partner zelf meer dan een beperkt bedrag verdient, krijgt helemaal niets uit de ANW. De uitkering bedraagt bij toekenning 70% van het netto minimumloon — wat per 2026 neerkomt op grofweg 1.500 euro bruto per maand.
Hier zit het zogenoemde ANW-hiaat: het verschil tussen wat je partner werkelijk nodig heeft en wat de overheid biedt (veelal nul euro bij een werkend partner). Veel pensioenfondsen bieden een vrijwillige of collectieve ANW-hiaatverekering aan als aanvulling. Hierbij verzeker je een vaste uitkering — in 2026 is het meest gebruikte bedrag bij collectieve fondsverzekeringen circa 21.560 euro bruto per jaar — tot de partner de AOW-leeftijd bereikt.
De premie voor zo’n ANW-hiaatverekering is leeftijdsafhankelijk. Een 35-jarige betaalt aanzienlijk minder dan een 50-jarige. Controleer bij je pensioenfonds of je werkgever of je al aangemeld bent, want in 2026 zijn er fondsen die dubbele dekking signaleren door samenloop van meerdere regelingen. De AFM heeft specifieke informatie gepubliceerd voor pensioenuitvoerders over hoe zij deelnemers moeten informeren over het ANW-hiaat.
Wat er vóór de pensioendatum en erna verschilt
De Wtp maakt een helder onderscheid tussen twee periodes. Vóór de pensioendatum geldt uitsluitend risicobasis voor het partnerpensioen — geen opbouw, geen kapitaal, geen uitruil. Ná de pensioendatum mag het partnerpensioen wél op opbouwbasis blijven bestaan: je hebt dan al gepensioneerd recht opgebouwd, en dat blijft staan. Je partner kan na jouw overlijden op pensioengerechtigde leeftijd dus nog steeds een opgebouwd partnerpensioen ontvangen.
Dit onderscheid is belangrijk voor de planning. Pensioneer je op je 67e en leef je nog tien jaar? Dan ontvangt je partner een pensioenuitkering die gebaseerd is op jouw opgebouwde recht. Maar als je op je 50e plotseling overlijdt? Dan telt alleen het risicobasis-partnerpensioen dat je werkgever op dat moment voor je had verzekerd. Check daarom altijd het uniform pensioenoverzicht (UPO) dat je pensioenfonds jaarlijks stuurt — daarin staat precies hoeveel je nabestaanden in dat scenario zouden ontvangen.
Overgangsperiode en wat je nu al kunt doen
Pensioenfondsen en verzekeraars hebben tot 1 januari 2028 om hun regelingen volledig aan te passen aan de Wtp. Voor werknemers betekent dit dat hun huidige pensioenregeling nog enige tijd kan afwijken van de nieuwe normen. Sommige fondsen zijn al volledig overgegaan; andere — met name in sectoren met complexe cao-onderhandelingen — lopen achter.
Voor deelnemers die vóór de inwerkingtreding van de Wtp al een hoger partnerpensioen op opbouwbasis hadden, geldt een eerbiedigende werking: dat al opgebouwde recht verdwijnt niet zomaar. Maar nieuwe opbouw vanaf het moment van transitie volgt de nieuwe risicobasis-regels. Werkgevers mogen kiezen voor een compensatieregeling als de transitie leidt tot minder nabestaandendekking voor specifieke werknemers — maar ze zijn daar niet toe verplicht.
Als zelfstandige of zzp’er heb je geen werkgeverspensioen en val je buiten het collectieve stelsel. In dat geval is een individuele overlijdensrisicoverzekering of een lijfrenteverzekering met nabestaandendekking de enige manier om je partner te beschermen. De Consumentenbond vergelijkt regelmatig de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen, wat een goed startpunt is bij het zoeken naar aanvullende dekking. Check ook onze sectie over premies en fiscale aftrek voor meer informatie over de belastingkant van nabestaandenpensioen.
De kern van het nieuwe stelsel is eenvoudiger dan het oude, maar de gevolgen bij baanwisseling of zelfstandig ondernemerschap zijn groter geworden. Wie dat begrijpt en tijdig een aanvullende overlijdensrisicoverzekering of ANW-hiaatdekking regelt, zorgt er in ieder geval voor dat zijn of haar nabestaanden niet achteraf worden verrast door een gat in het inkomen.
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is het partnerpensioen onder de Wtp maximaal?
Onder de Wet toekomst pensioenen mag het partnerpensioen voor overlijden vóór de pensioendatum maximaal 50% van het pensioengevend salaris bedragen. Pensioenfondsen mogen minder verzekeren — in de praktijk kiezen de meeste fondsen voor 25% tot 35%. De hoogte is niet langer afhankelijk van het aantal dienstjaren: twee jaar werken of twintig jaar geeft recht op dezelfde procentuele dekking op het moment van overlijden.
Wat gebeurt er met mijn nabestaandenpensioen als ik van baan wissel?
Omdat het partnerpensioen vóór pensioendatum nu op risicobasis wordt verzekerd, vervalt de dekking bij de oude werkgever zodra je uit dienst gaat. Je hebt wettelijk recht op drie maanden naloop: overlijdt je in die periode, dan keert het fonds nog uit. Ga je daarna in de WW, dan blijft de nabestaandendekking voor de duur van de WW-uitkering in stand. Stap je direct over naar een nieuwe baan of word je zzp’er, dan is er geen overgangsregeling. Een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering kan dan uitkomst bieden om de gap te overbruggen.
Tot welke leeftijd ontvangen mijn kinderen wezenpensioen?
Onder de Wtp loopt het wezenpensioen door tot maximaal 25 jaar. In het oude stelsel kon dit in sommige regelingen tot 30 jaar zijn. Het maximumbedrag is 20% van het pensioengevend salaris, zowel voor een halfwees als een volle wees. Overlijden beide ouders, dan kunnen kinderen in theorie aanspraak maken op twee afzonderlijke wezenpensioenuitkeringen — mits beide ouders deelnemer waren in een regeling die wezenpensioen biedt.
Wat is het ANW-hiaat en heb ik een aanvullende verzekering nodig?
Het ANW-hiaat is het verschil tussen de uitkering die de overheid verstrekt via de Algemene nabestaandenwet en het inkomen dat je partner werkelijk nodig heeft. De ANW is sterk inkomensafhankelijk: wie zelf werkt, heeft er doorgaans geen recht op. Een ANW-hiaatverekering vult dat verschil aan. Veel pensioenfondsen bieden zo’n collectieve verzekering aan. Het verzekerd bedrag in collectieve fondsverzekeringen bedraagt in 2026 veelal circa 21.560 euro bruto per jaar, uitkerend tot de AOW-leeftijd van je partner.
Wat als mijn pensioenfonds nog niet is overgegaan op de Wtp?
De overgangsperiode loopt tot 1 januari 2028. Tot die datum mogen fondsen nog werken met hun oude regelingen. Opgebouwde rechten in de oude regeling blijven gerespecteerd (eerbiedigende werking). Als deelnemer merk je daar in de meeste gevallen weinig van — je UPO informeert je jaarlijks over de actuele nabestaandendekking. Merk je dat de informatie onvolledig of onduidelijk is, dan kun je terecht bij de AFM of het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid).
Kan ik als zzp’er ook nabestaandenpensioen opbouwen?
Als zzp’er val je buiten het collectieve pensioenstelsel en heb je dus geen automatisch nabestaandenpensioen. Je kunt zelf een overlijdensrisicoverzekering afsluiten om je partner te beschermen bij vroegtijdig overlijden. Daarnaast kun je via een lijfrentepolis of banksparen voor je eigen pensioen sparen, waarbij je bij sommige producten ook een nabestaandendekking kunt meeverzekeren. Raadpleeg een onafhankelijk financiël adviseur voor een passende oplossing.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










