Een auto ouder dan 25 jaar verzekeren in 2026: oldtimerverzekering, taxatie en de voorwaarden

Timo van Loon

Klassieke Chrysler Windsor uit 1960, een oldtimer die in aanmerking komt voor een oldtimerverzekering in Nederland

Je leest dit artikel in 5 minuten

Je rijdt in een Volkswagen Golf uit 1998, een Volvo 240 uit 1993 of een BMW 3-serie E30 uit 1990. Allemaal auto’s die de grens van 25 jaar inmiddels zijn gepasseerd en daarmee in aanmerking komen voor een speciale oldtimerverzekering. Die is in veel opzichten fundamenteel anders dan een gewone autoverzekering — goedkoper in premie, maar ook gebonden aan strikte gebruiksregels en een andere manier van waardebepaling. In 2026 zijn er bovendien fiscale veranderingen rond de motorrijtuigenbelasting die elke oldtimer-eigenaar moet kennen.

Of je nu een weekendrijder bent die zijn klassieker koestert of iemand die een bewaard exemplaar heeft gevonden en wil beschermen: begrijpen hoe de oldtimerverzekering werkt, voorkomt vervelende verrassingen bij schade. Want de dagwaarde-logica van een reguliere autoverzekering past simpelweg niet bij een auto die — anders dan de meeste gebruikswagens — in waarde stijgt in plaats van daalt.

Youngtimer of oldtimer: waar ligt de grens?

De verzekeringswereld hanteert een onderscheid dat niet altijd aansluit bij de fiscale definitie. Fiscaal (voor de motorrijtuigenbelasting) geldt een auto pas als oldtimer als hij 40 jaar of ouder is. Verzekeraars hanteren hun eigen grens: de meeste bieden een speciale oldtimer- of klassiekerverzekering aan voor auto’s van 25 jaar en ouder. Sommige spelers beginnen al bij 15 jaar, waarbij dan gesproken wordt van een youngtimerverzekering.

Een youngtimer — ruw gezegd auto’s tussen de 15 en 25 jaar oud — valt daarmee in een tussencategorie. Hij is te oud voor een gunstige dagwaardebepaling bij een reguliere verzekeraar (de boekwaarde is laag), maar jonger dan de drempel die de meeste oldtimerverzekeraars hanteren. Rijdt je in een youngtimer? Vraag dan altijd expliciet naar de klassiekertarieven; sommige verzekeraars accepteren hem al, anderen niet. Zodra de auto de 25-jaargrens passeert, is de markt breder en zijn de premies structureel lager.

Ter vergelijking: een reguliere WA-allriskverzekering voor een gangbare gezinsauto van 5 jaar kan al snel €100 tot €150 per maand kosten. Voor een vergelijkbare klassieker van 30 jaar, hobbymatig gebruikt, betaal je bij gespecialiseerde verzekeraars als Fidus, ZLM of Turien & Co. al snel €25 tot €60 per maand voor een casco-polis — afhankelijk van merk, bouwjaar en de verzekerde waarde.

Taxatie en getaxeerde waarde: waarom dagwaarde niet werkt

Bij een moderne auto is de logica simpel: de verzekeraar vergoedt bij totaalverlies de dagwaarde — wat het voertuig op de tweedehandsmarkt waard is. Bij een klassieker werkt dat averechts. Een goed onderhouden Porsche 911 SC uit 1979 of een Mercedes-Benz W123 uit 1985 is vandaag de dag meer waard dan tien jaar geleden. De dagwaarde zou structureel te laag uitvallen.

Daarom werkt een oldtimerverzekering met een getaxeerde waarde (ook wel vastgestelde waarde of agreed value). Vóór het afsluiten van de verzekering laat je de auto taxeren door een erkende taxateur — bij voorkeur iemand die is geregistreerd via de FEHAC-taxateurslijst, de koepelorganisatie van historische automobielclubs in Nederland. De taxateur stelt op basis van marktwaarde, staat van de carrosserie, het motorblok, de interieurconditie en de historische zeldzaamheid een waarde vast.

Dit taxatierapport is bij de meeste verzekeraars twee tot drie jaar geldig. Bij totaalverlies of diefstal wordt dat bedrag uitgekeerd — zonder aftrek voor slijtage. Dat is het cruciale voordeel. Sommige verzekeraars, zoals bij hun premiumpolissen, vergoeden de taxatiekosten (doorgaans €65 tot €100 inclusief btw) zelfs volledig. Heb je net een grondige restauratie achter de rug? Laat dan altijd een nieuw rapport opmaken, want de waarde na restauratie ligt vaak beduidend hoger dan de vorige taxatie.

De voorwaarden: wat eist de verzekeraar?

Een oldtimerverzekering is niet bedoeld als goedkope vervanging van een gewone autoverzekering. Verzekeraars stellen strikte voorwaarden om misbruik te voorkomen. Reken op de volgende eisen:

  • Geen dagelijks vervoermiddel. De klassieker mag niet je enige of primaire auto zijn. Je moet aantoonbaar beschikken over een andere auto voor het dagelijks woon-werkverkeer. De meeste polissen verbieden structureel forenzengebruik expliciet.
  • Beperkt kilometrage. De meeste verzekeraars stellen een maximum van 5.000 tot 10.000 kilometer per jaar. Rij je minder dan 5.000 km per jaar, dan krijg je bij meerdere aanbieders een aanvullende korting van 10% op de WA-premie.
  • Minimumleeftijd bestuurder. Jongere bestuurders worden als een hoger risico beschouwd. De meeste verzekeraars hanteren een minimumleeftijd van 25 jaar voor de verzekeringnemer én eventuele andere vaste bestuurders. Sommige stellen de grens op 30 jaar. Ben je jonger? Dan is een oldtimerpolis bij de meeste aanbieders simpelweg niet mogelijk.
  • Stalling. Je oldtimer dient bij voorkeur afgesloten gestald te worden — in een garage of op een beveiligd terrein. Niet overal is dit een harde eis, maar het beïnvloedt wel de premie en de bereidheid van de verzekeraar bij diefstalschade.
  • Hobbymatig gebruik. Toertochten, clubbijeenkomsten, oldtimerbeurzen, weekendritten — dat valt allemaal onder hobbymatig gebruik. Commercieel gebruik (verhuur, reclame, taxidiensten) is in de meeste polissen uitgesloten.

Lees de polisvoorwaarden altijd goed door op de precieze definitie van “dagelijks gebruik”. Sommige verzekeraars verbieden ook het gebruik van de auto als vervoermiddel naar het werk als er geen andere auto beschikbaar is, ook al is dat incidenteel.

Schadeherstel: originele onderdelen en vakmanschap

Goede oldtimerverzekeraars maken afspraken over de manier waarop schade wordt hersteld. Bij een moderne auto gaat een verzekeraar bij geringe schade al snel uit van een patchwork-herstel of vervanging door een tweedehands onderdeel. Voor een klassieker geldt dat niet. De polis zou moeten voorzien in herstel met originele of origineel-gelijkwaardige onderdelen door een erkende restaurateur of gespecialiseerde carrossier.

Controleer vooraf of jouw verzekeraar werkt met een netwerk van gespecialiseerde herstellers of dat je zelf een vakman mag kiezen. Sommige polissen bieden vrije keuze van reparateur, wat bij zeldzame klassiekers cruciaal kan zijn: niet elke autoschadespecialist heeft de kennis en het gereedschap voor een carrosserie uit de jaren tachtig. Een goede maatstaf is of de verzekeraar ook clubs als KNAC of FEHAC erkent in hun voorwaarden.

Welke dekking past bij jouw klassieker?

Net als bij een reguliere autoverzekering zijn er meerdere dekkingsniveaus:

  • WA (Wettelijke Aansprakelijkheid): Verplichte minimumdekking — vergoedt schade aan derden, maar niet aan je eigen auto. Geschikt voor klassiekers met een lagere getaxeerde waarde (onder de €5.000) of auto’s die je nauwelijks gebruikt.
  • WA Beperkt Casco: Dekt naast WA ook brand, storm, diefstal, aanrijding met dieren en ruitschade. Een populaire keuze voor klassiekers die gestald worden en zelden rijden.
  • WA Volledig Casco (allrisk): Dekt ook eigen schuld-schade aan de eigen auto. Aan te raden voor waardevolle klassiekers (>€15.000) of na een dure restauratie.

Bekijk ook of de polis rallydekking biedt, als je van plan bent deel te nemen aan oldtimerritten of concours d’élégance-evenementen. Niet alle standaardpolissen dekken schade tijdens georganiseerde ritten op de openbare weg.

Motorrijtuigenbelasting en fiscale voordelen in 2026

De motorrijtuigenbelasting (MRB) kent voor oldtimers een gunstige regeling, maar het systeem is de afgelopen jaren veranderd. In 2026 gelden de volgende regels:

Volledige vrijstelling: Auto’s van 40 jaar en ouder zijn in 2026 volledig vrijgesteld van MRB. Een auto uit 1986 of eerder hoeft dus helemaal geen wegenbelasting te betalen. Dit geldt ongeacht het brandstoftype, maar uitsluitend voor particulier gebruik. Zie de officiële toelichting op Rijksoverheid.nl.

Overgangsregeling: Voor benzineauto’s, campers en lichte bedrijfsauto’s die voor 1 januari 1988 voor het eerst in gebruik zijn genomen maar nog geen 40 jaar oud zijn, bestaat een overgangsregeling. Hiermee betaal je een kwart van het normale MRB-tarief, met een maximum van €158 per jaar in 2026. De keerzijde: je mag de auto in januari, februari en december niet op de openbare weg gebruiken of parkeren. Diesel- en LPG-rijders komen hier niet voor in aanmerking.

Wijziging per 2028: Vanaf 1 januari 2028 wordt de leeftijdsgrens voor de volledige vrijstelling losgelaten. Dan geldt de vrijstelling alleen nog voor voertuigen gebouwd vóór 1988 — het systeem gaat over van een rollende leeftijdsgrens naar een vaste bouwjaargrens. Een auto uit 1989 of later zal dus nooit meer in aanmerking komen voor de volledige MRB-vrijstelling. Houd dit in het achterhoofd als je een klassieker aanschaft die nu nog net aan de grens zit.

De MRB-besparing is een directe aanvulling op de lagere verzekeringspremie: samen zorgen ze ervoor dat het hebben van een klassieker als hobbyauto financieel een stuk aantrekkelijker is dan het op het eerste gezicht lijkt. Wil je meer weten over de premie- en belastingvoordelen van bijzondere verzekeringen? Lees ook de informatie in onze autoverzekering-categorie en de premies & fiscale aftrek-sectie.

Wat kost een oldtimerverzekering in 2026?

De premie hangt af van meerdere factoren: de getaxeerde waarde, het jaarlijkse kilometrage, de leeftijd van de bestuurder, de bouwjaar van de auto en het gekozen dekkingsniveau. Om een concreet beeld te geven:

Situatie Dekking Geschatte jaarpremie
Volkswagen Golf I (1982), getaxeerd €8.000, <5.000 km/j WA Beperkt Casco €250 – €400
BMW E30 (1989), getaxeerd €15.000, <8.000 km/j WA Volledig Casco €450 – €700
Porsche 911 SC (1980), getaxeerd €55.000, <5.000 km/j WA Volledig Casco €900 – €1.400

Let op: dit zijn indicatieve marktprijzen voor 2026. De werkelijke premie verschilt per verzekeraar en per individuele aanvraag. Vergelijk altijd minimaal drie offertes, ook bij gespecialiseerde oldtimerverzekeraars naast de grote maatschappijen. Minder dan 5.000 kilometer per jaar rijden levert bij meerdere aanbieders 10% korting op de WA-premie op — een voordeel dat bij de meeste oldtimereigenaren van toepassing is.

Een auto ouder dan 25 jaar verzekeren loont de moeite om goed uit te zoeken. De oldtimerverzekering is doelbewust goedkoper dan een reguliere polis, maar de voorwaarden zijn strenger. Zolang je de klassieker gebruikt waarvoor hij bedoeld is — hobbymatig, beperkt aantal kilometers, met een andere auto als dagelijks rijmiddel — ben je goed gedekt én betaal je een premie die in verhouding staat tot het werkelijke risico. Doe de taxatie op tijd, houd het rapport actueel na een restauratie, en controleer elk jaar of de getaxeerde waarde nog aansluit bij de markt. De markt voor klassiekers trekt namelijk al jaren aan.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke leeftijd komt een auto in aanmerking voor een oldtimerverzekering?

De meeste verzekeraars hanteren een minimumleeftijd van 25 jaar voor het voertuig. Sommige beginnen al bij 15 jaar (youngtimer). De fiscale oldtimergrens — voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting — ligt op 40 jaar. Dat zijn dus drie verschillende grenzen die elk hun eigen regels kennen. Voor de verzekering is de leeftijdsgrens van de verzekeraar leidend, niet de fiscale definitie.

Waarom is een oldtimerverzekering goedkoper dan een gewone autoverzekering?

Verzekeraars gaan bij oldtimers uit van hobbymatig gebruik, een beperkt aantal kilometers per jaar en doorgaans een zorgvuldige eigenaar. Het risico op schade is daardoor statistisch lager dan bij een dagelijks gebruikte auto. Bovendien mag je de auto niet als primair vervoermiddel inzetten — dat beperkt de risicoblootstelling verder. Die combinatie leidt tot structureel lagere premies, soms een factor drie tot vijf vergeleken met een vergelijkbaar dagelijks voertuig.

Moet ik mijn oldtimer per se laten taxeren?

Voor een WA-only polis is taxatie vaak niet verplicht. Maar voor beperkt casco of allrisk — waarbij de verzekeraar ook de eigen auto vergoedt bij schade — is taxatie bij vrijwel alle gespecialiseerde verzekeraars verplicht. Zonder taxatierapport wordt bij totaalverlies de dagwaarde uitbetaald, die bij een waardestijgende klassieker veel te laag kan zijn. Laat het rapport opmaken door een FEHAC-erkend taxateur voor de meeste dekking.

Mag ik mijn oldtimer ook gebruiken voor woon-werkverkeer?

In de meeste polissen is dat expliciet uitgesloten of sterk beperkt. De oldtimerverzekering is bedoeld voor hobbymatig gebruik: tourtochten, clubbijeenkomsten, oldtimerbeurzen en recreatief rijden. Structureel forenzeren — zelfs als het maar een paar keer per week is — valt buiten de dekking bij de meeste aanbieders. Controleer de polisvoorwaarden zorgvuldig. Heb je geen andere auto? Dan is een oldtimerpolis in de meeste gevallen niet mogelijk.

Is mijn oldtimer ook gedekt op een oldtimerrit of concours?

Dat hangt af van de polis. Sommige verzekeraars bieden standaard rallydekking of evenementendekking, anderen rekenen daarvoor een kleine toeslag. Neem contact op met je verzekeraar vóór deelname aan een georganiseerde rit. Bij schade tijdens een evenement zonder aanvullende dekking kan de verzekeraar de claim weigeren op grond van “gebruik buiten de polisomschrijving”.

Wat verandert er in 2028 aan de MRB-vrijstelling voor oldtimers?

Vanaf 1 januari 2028 vervalt de rollende 40-jaargrens voor de MRB-vrijstelling. Dan komt alleen nog de bouwjaargrens van vóór 1988 te gelden. Een auto uit 1989 of later zal dus nooit meer in aanmerking komen voor de volledige vrijstelling, hoe oud hij ook wordt. Auto’s die nu al vrijgesteld zijn, behouden die status. Controleer op Belastingdienst.nl wat de actuele situatie voor jouw voertuig is.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie